Beschikbaar in 27 EU-landen — in jouw taal, met lokale btw-tarieven en rekenmachines
Land

Hoe de zilverprijs tot stand komt

Aan de vraagzijde van zilver staan twee groepen die elkaar niet kennen en niet naar hetzelfde kijken. De ene groep koopt een belegging en volgt rente, valuta en onrust op de financiële markten. De andere groep koopt een geleider: inkopers van zonnecelfabrieken, elektronicatoeleveranciers en producenten van soldeerlegeringen kijken naar orderboeken, marges en de vraag of het metaal in hun product te vervangen is. Beide groepen bieden op precies hetzelfde metaal, en er komt één notering uit.

Dat verklaart het gedrag dat zilverbeleggers zo vaak verrast: het metaal loopt twee weken netjes achter goud aan en gedraagt zich de derde week als een industriemetaal. Wie de zilverprijs wil begrijpen, moet daarom niet bij de chart beginnen maar bij de vraag wie het metaal koopt, waar het uit de grond komt en hoeveel ervan werkelijk beschikbaar is. Dat is precies de omgekeerde leesrichting van de meeste marktcommentaren.

Deze gids werkt van buiten naar binnen: eerst het aanbod, dan de vier vraagblokken, dan de voorraden, en pas daarna de goud-zilver-ratio en de vraag waarom zilver harder beweegt dan goud. De actuele notering en de dagchart staan op de [zilverprijspagina](/:locale/silver-price/ "Actuele zilverprijs per ounce en per gram"). Er staat geen voorspelling in deze tekst en geen advies om te kopen of te verkopen.

Door Markus Markert · Laatst bijgewerkt: 17 augustus 2026

Inhoud
  1. Twee markten, één notering
  2. Waar de notering over gaat
  3. Zilver als bijproduct
  4. Aanbod dat niet reageert
  5. Recycling als elastisch deel
  6. Wie het metaal opgebruikt
  7. Fotovoltaïek en thrifting
  8. Elektronica en legeringen
  9. Sieraden en bestek
  10. Beleggingsvraag als versterker
  11. Aanbodtekorten
  12. Bovengrondse voorraden
  13. De London Free Float
  14. Contango en backwardation
  15. De ratio als rekensom
  16. Wat de ratio niet zegt
  17. Waarom zilver doorschiet
  18. Van notering naar bon
  19. Nominaal tegenover koopkracht
  20. Vijf controles bij een chart
Deskundig. Onafhankelijk. Betrouwbaar.

Wij verkopen geen goud en bevelen geen handelaren aan — wij geven alleen gecontroleerde kennis uit officiële bronnen door, gekoppeld aan actuele prijzen. Geen koopadvies, geen voorspellingen.

Bevalt wat je ziet en leest?

We steken ons hart in het snel, overzichtelijk en gratis houden van preciousmetalprices.com — geen betaalmuren, geen rommel, gewoon betrouwbare feiten en livekoersen. Als het je helpt, is de mooiste manier om dank je wel te zeggen het door te geven. Elke keer dat je het deelt, help je een medebelegger ons te ontdekken en houd je het project levend. 💛

Hoe de zilverprijs tot stand komt — gratis livekoers-afbeelding om te delen van preciousmetalprices.com
Thema
Zilver prijsgrafiek
Prijsgrafiek

De grafiek toont de prijsontwikkeling van de Zilver prijs over de geselecteerde periode. Beweeg uw muis over de grafiek om de exacte prijs op een specifieke dag te zien.

Selecteer de tijdperiode bovenaan (Vandaag tot Max). U kunt met uw muis in een gebied inzoomen. De statistiekkaarten hieronder tonen hoog, laag en verandering voor de geselecteerde periode.

Tip: In de periode "Vandaag" kunt u intraday-gegevens met minutenresolutie bekijken.

+0,76% 59,50
EUR
Huidig
(24-08-26)
59,50 €
Vorige dag
(21-08-26)
59,05 €
Verandering
+0,45 € +0,76%
Dagelijks Hoog
(24-08-26)
59,54 €
Dagelijks Laag
(24-08-26)
58,99 €
Historisch record
(29-01-26)
98,65 €
Zilver prijs Beweging vandaag: Huidig 59,50 € (24-08-26), Hoog 59,54 € (24-08-26), Laag 58,99 € (24-08-26), Verandering +0,76 %.

Zilver draagt twee markten in één notering

Er is maar één zilverprijs, en er zijn twee redenen om te bieden. De beleggingskant koopt zilver als vermogensvorm en reageert op rente, wisselkoersen en risicobereidheid. De industriële kant koopt het metaal omdat niets elektriciteit en warmte beter geleidt, en reageert op orderboeken, productiecijfers en de vraag of het metaal in een ontwerp te vervangen is. Die twee groepen komen zelden op hetzelfde moment tot dezelfde conclusie, en hun bod wordt toch in één cijfer samengevat.

Voor wie een chart leest is dat de belangrijkste waarschuwing vooraf. Een beweging van drie procent op een dag kan betekenen dat beleggers hun positie hebben verkleind, dat een grote afnemer zijn inkoop heeft uitgesteld, of dat er niets met zilver is gebeurd en alleen de dollar bewoog. De notering vertelt niet welke van de drie het was.

Waarschuwing

Eén beweging, drie mogelijke oorzaken: beleggers, industrie of alleen de dollar. De notering zelf maakt geen onderscheid.

Wie zilver naast goud legt, ziet dat verschil terug in de mate van beweging: dezelfde gebeurtenis levert bij zilver vaker een grotere uitslag op, en soms een beweging in de tegenovergestelde richting.

De klassieke prijsdrijvers van goud, van de reële rente tot de aankopen van centrale banken en het effect van de dollar tegenover de euro, komen daarom in deze gids niet opnieuw aan de orde. Ze staan in de gids over de goudprijs, en ze werken op zilver door zonder het te verklaren. Wat zilver eigen is, is de fabriek aan de vraagzijde en de mijnbouw aan de aanbodzijde. Die twee bepalen waarom dit metaal zich anders gedraagt dan het edelmetaal waarmee het altijd wordt vergeleken.

Waar de genoemde zilverprijs precies over gaat

Het cijfer dat in nieuwsberichten en op koersschermen staat, is de spotprijs: metaal dat nu leverbaar is en niet op een datum in de toekomst. Achter dat cijfer zit een nauwkeurige omschrijving. Het gaat om één troy ounce van 31,1035 gram, met een fijngehalte van ten minste 999/1000, liggend in een erkende kluis in Londen, met levering en betaling twee werkdagen na de transactie. De notering staat in Amerikaanse dollars, net als die van de andere edelmetalen.

Kenmerk van de notering Wat er precies wordt bedoeld
Hoeveelheid Eén troy ounce van 31,1035 gram
Fijngehalte Ten minste 999/1000
Locatie Liggend in een erkende kluis in Londen
Levering en betaling Twee werkdagen na de transactie

Een markt zonder centraal orderboek

Die markt is geen beurs. Banken, raffinaderijen, handelshuizen en industriële afnemers doen zaken met elkaar zonder centraal orderboek; wat een koersfeed als spotzilver weergeeft, is het saldo van die bilaterale handel. Het meeste metaal beweegt daarbij niet: het bestaat als tegoed op een Londense clearingrekening, gedekt door de voorraad van een clearinglid. Naast die doorlopende notering staat één vast getal per handelsdag: de LBMA-referentieprijs voor zilver, die om twaalf uur Londense tijd via een veiling wordt vastgesteld; hoe zo'n veiling technisch werkt, staat beschreven onder fixing versus spot en in de gids over de goudprijs.

Drie gevolgen voor de rest van deze gids

Drie gevolgen lopen door de rest van deze tekst heen:

  • De notering beschrijft groothandel in gestandaardiseerde partijen, dus geen enkele particulier handelt tegen dat cijfer.
  • Het is een dollarbedrag, dus elke euroweergave is een omrekening.
  • Zij beschrijft een aanspraak op metaal in Londen, niet een munt in een kluisje in Utrecht.

Voor het rekenwerk tussen ounces, grammen en kilo's is er de eenhedenomrekener, en voor de metaalwaarde van een concreet stuk de zilverrekenmachine.

Zilver komt zelden alleen uit de grond

Het grootste deel van het zilver dat jaarlijks op de markt komt, is niemands hoofddoel geweest. Het komt vrij bij de winning van andere metalen — lood en zink voorop, daarna koper en goud — en verschijnt in de boeken van de mijn als een bijopbrengst die de kostprijs van het hoofdproduct verlaagt. Die vorm van winning heet bijproductwinning, en zij is bij zilver niet de uitzondering maar de regel. Mijnen die van zilver alleen moeten bestaan, leveren het kleinere deel.

De landen die er in de jaaroverzichten van de USGS bovenaan staan, wisselen van jaar tot jaar van plaats maar niet van naam: Mexico, Peru en China, met Polen, Chili, Bolivia en Australië erachter. Dat Polen in dat rijtje staat, is de kortste illustratie van het punt: het zilver komt daar uit de kopererts. Wat er uiteindelijk uit een mijn komt, is bovendien geen zuiver metaal maar een doré-baar of een concentraat dat pas bij een raffinaderij in zuivere metalen wordt gescheiden.

Het aanbod hoort de zilverprijs nauwelijks

Belangrijk

Voor de prijsvorming heeft die eigendomsstructuur één groot gevolg: het aanbod hoort de zilverprijs nauwelijks.

Een zinkproducent bouwt zijn fabriek op zink, niet op zilver. Verdubbelt de zilverprijs, dan verbetert er één regel in zijn model en verandert er geen enkel besluit; halveert de zilverprijs, dan overtuigt dat niemand om minder te produceren. Kengetallen als het ertsgehalte en de all-in sustaining costs verklaren wel wat een mijn kost, maar niet wat hij besluit — bij zilver staat dat besluit meestal in een ander metaal geschreven.

Waarom het mijnaanbod nauwelijks op de prijs reageert

De tweede rem zit in de tijd. Een nieuwe mijn ontstaat niet uit een prijssignaal maar uit een reeks stappen die elk jaren duren: exploratie, boren, een haalbaarheidsstudie, vergunningen, financiering, bouw en opstart. Voor zilver en de basismetalen wordt de looptijd van dat traject in jaren tot ruim een decennium gerekend, niet in maanden. Een prijspiek van zes maanden bereikt die keten niet. En omgekeerd: een mijn die eenmaal draait, blijft draaien zolang het hoofdmetaal de kosten dekt.

Daarmee is de aanbodkant van zilver in de kern onbeweeglijk. Bij primaire winning reageert het volume traag en gedeeltelijk; bij bijproductwinning reageert het praktisch niet. De totale jaarproductie schuift daardoor van jaar tot jaar maar weinig, ook wanneer de prijs flink beweegt. Dat is de belangrijkste structurele eigenschap van dit metaal en de sleutel tot bijna elke scherpe beweging in de chart.

Aanbodbron Reactie op de zilverprijs Vertraging
Bijproductwinning Praktisch geen; het besluit staat in een ander metaal geschreven Niet van toepassing
Primaire winning Traag en gedeeltelijk Van exploratie tot opstart jaren tot ruim een decennium
Recycling Reageert werkelijk: bij een hoge prijs staat de rij bij de inkoopbalie langer Inzamelen, smelten en raffineren

Wat volgt is eenvoudige marktlogica: als de gevraagde hoeveelheid verandert en de aangeboden hoeveelheid niet kan meebewegen, moet het evenwicht via de prijs worden gevonden. Bij goud kan een prijsstijging nog worden opgevangen doordat bestaand metaal terugkomt naar de markt, want vrijwel al het ooit gewonnen goud bestaat nog. Bij zilver werkt die schokdemper maar half, omdat een groot deel van het metaal is opgebruikt in producten. De verhouding tussen vraag en aanbod is bij zilver dus geen langzame schommeling maar een spanning die zich in de prijs ontlaadt.

Recycling, het enige deel van het aanbod dat meebeweegt

Recycling is het deel van het aanbod dat wél naar de prijs luistert. Het secundaire metaal komt uit oud zilver in al zijn vormen: sieraden die hun tijd hebben gehad, laden vol bestek en serviesgoed, industriële residuen en versleten schakelcontacten, oude foto- en röntgenmaterialen, en in toenemende mate afgedankte elektronica. Anders dan een zinkmijn reageert een huishouden binnen weken: bij een hoge prijs staat de rij bij de inkoopbalie langer.

De grenzen van de terugwinning

De grenzen van dat mechanisme zijn even belangrijk. Veel industrieel zilver eindigt fijn verdeeld in pasta's, films en coatings van enkele micrometers dik, waaruit terugwinning meer kost dan het metaal opbrengt. Fysiek is dat zilver niet verdwenen, economisch is het bij de huidige prijzen grotendeels onbereikbaar. Bij afgedankte elektronica is de inzamelketen bovendien het knelpunt en niet de techniek: wat niet wordt ingeleverd, komt ook niet bij de recycling van edelmetalen terecht.

Opmerking

Het netto-effect is een demper, geen ventiel.

Recycling vult het aanbod aan de marge aan en verzacht de scherpste tekorten, maar zij verandert de vorm van de aanbodcurve niet en zij komt bovendien met vertraging: schroot dat vandaag wordt ingeleverd, is pas na inzameling, smelten en raffineren weer leverbaar metaal. Wie in een chart een scherpe stijging ziet en zich afvraagt waar de rem zit: die rem is dit, en hij is zachter dan hij lijkt.

Wie het metaal werkelijk opgebruikt

Aan de vraagzijde wijkt zilver het sterkst van goud af, en daar zit ook het woord dat het verschil maakt: zilver wordt grotendeels opgebruikt, goud wordt vooral bewaard. De vraag valt uiteen in blokken met een heel verschillend karakter, waarvan de onderlinge verhouding per jaar en per bron verschuift. Wat hieronder staat is dus een orde van grootte, geen decimaal.

Vraagblok Wat eronder valt Reactie op de prijs
Industriële verwerking Fotovoltaïek, elektronica, elektrische contacten, soldeer- en hardsoldeerlegeringen, auto-elektronica, medische en antibacteriële toepassingen Op korte termijn nauwelijks; het zilver is een klein deel van de productkosten
Fysieke belegging Baren, munten en kluisposities Stijgt in kracht, valt weg in zwakte; het meest wisselvallige blok
Sieraden Vooral India en Oost-Azië, daarnaast modezilver Werkelijk elastisch: kopers stappen terug als de prijs oploopt
Bestek en siergoed Serviesgoed, bekers, geschenkartikelen Structureel dalend in westerse markten

Het industriële blok is het grootste van de vier; de jaarbalansen van het Silver Institute zetten het al jaren rond de helft van de totale vraag. Dat is het cijfer om te onthouden, en het is de reden dat industriezilver in elke analyse van dit metaal terugkomt. Er is nog een verschil met goud dat vaak wordt overgeslagen: er is voor zilver geen officiële koper van laatste instantie. Centrale banken houden er in de praktijk geen reserves in aan, terwijl hun aankopen bij goud een eigen prijsdrijver zijn geworden — een onderwerp dat in de gids over de goudprijs thuishoort.

Fotovoltaïek en het zuiniger printen van zilverpasta

Zonne-energie verdient een eigen paragraaf, omdat het het grootste groeiverhaal van de zilvervraag is en tegelijk het meest versimpelde. Kristallijne zonnecellen worden bedrukt met een zilverhoudende pasta die de fijne lijnen vormt waarlangs de stroom van de wafer wordt afgevoerd. Elke extra gigawatt geïnstalleerd vermogen trekt dus metaal naar deze sector, en dat is de reden dat fotovoltaïsch zilver in tien jaar van voetnoot tot hoofdstuk is gepromoveerd.

Thrifting als tegenkracht

Daar staat een tegenkracht tegenover die in de sector thrifting wordt genoemd: het bewust terugbrengen van de hoeveelheid metaal per cel. Naast het silicium zelf is zilver een van de weinige kostenposten waar een celfabrikant aan kan draaien, en de industrie doet dat ook: fijner printen, andere metallisatie, aangepast celontwerp. Tegelijk vragen sommige nieuwere celarchitecturen juist méér zilver per watt dan de types die ze vervangen. Groei van installaties, thrifting en een wisselende technologiemix werken dus tegen elkaar in.

Wat dat voor de prijsvorming betekent

Voor de prijsvorming betekent dat twee dingen:

  • De richting van deze vraag is omhoog, maar de steilheid van de lijn is per jaar onzeker.
  • Dit vraagblok is gevoelig voor beleid: subsidiekaders, netaansluitingen en handelsmaatregelen bepalen wanneer panelen worden geplaatst, en die besluiten hebben met de zilverprijs niets te maken.

Waarschuwing

Wie een enkel jaarcijfer als trend leest, leest een technologiewissel als markttrend.

Het is een van de weinige plaatsen waar een edelmetaalnotering meebeweegt met een energiepolitieke agenda.

Elektronica, contacten en soldeerlegeringen

Buiten de zonne-energie zit het industriële zilver verspreid over een lange lijst kleine toepassingen, en die lijst berust op één natuurkundig feit: geen metaal heeft een hogere elektrische geleidbaarheid en geen metaal geleidt warmte beter. Daar komt een hoog reflectievermogen bij. Zilver zit daarom in schakelaars en relais die miljoenen schakelingen moeten doorstaan zonder in te branden, in geleidende pasta's en verbindingen, in de elektronica van voertuigen en in sensoren, en in legeringen voor hard solderen, waar het de vloeibaarheid en de sterkte van de verbinding bepaalt.

Kenmerkend voor al die toepassingen is dat de hoeveelheid metaal per stuk minuscuul is en de functie essentieel. Het zilver in een relais kost een fractie van wat het relais kost; de fabrikant koopt het niet omdat het goedkoop is maar omdat de goedkopere variant sneller stukgaat. Daarmee is deze vraag op korte termijn vrijwel prijsongevoelig: een verdubbeling van de zilverprijs verandert de verkoopprijs van een apparaat niet merkbaar en dus ook de inkoop niet.

Substitutie werkt maar één kant op

Op langere termijn bestaat er wel een uitweg, en die heet substitutie. Ontwerpers vervangen zilver door verzilverd of verguld koper, door dunnere lagen of door een ander contactsysteem, maar dat gebeurt langzaam en zelden volledig, omdat elke wissel een nieuwe kwalificatie van het product vraagt. Voor de prijs betekent dat een asymmetrie: bij een prijsstijging komt de aanpassing pas jaren later, en zij komt daarna niet meer terug wanneer de prijs weer daalt.

Sieraden, bestek en de rem onderaan de vraag

De twee oudste vraagblokken gedragen zich precies omgekeerd aan de industrie: zij zijn wel prijsgevoelig. Sieraden zijn wereldwijd vooral een verhaal van India en Oost-Azië, met sterlingzilver van 925/1000 als de gangbare kwaliteit. Loopt de prijs op, dan wordt er lichter gemaakt, later gekocht en meer omgeruild; zakt de prijs, dan komen die kopers terug. In een grafiek is dat blok daarom een zachte bodem onder de markt en geen motor.

Bestek en siergoed vormen in westerse markten een structureel krimpend blok. Wat er nog van staat, is bovendien eerder een voorraad dan een vraag: massief zilveren serviesgoed dat generaties in een lade heeft gelegen, komt bij hoge prijzen als schroot terug en verlaat het blok dus in de tegenovergestelde richting. Het praktische bezwaar dat daarbij hoort, is aanlopen: zilver reageert met zwavelverbindingen in de lucht en wordt donker, en dat maakt de opslag ervan onderhoudsgevoeliger dan die van goud.

Belangrijk is de maat te houden. Samen zijn deze twee blokken te klein om de uitslagen van de industriële en de beleggingsvraag te compenseren; zij dempen de neerwaartse beweging, zij keren die niet. Wie de historische rol van zilvermunten als circulatiegeld als argument gebruikt, moet daar bovendien bij vermelden dat die monetaire functie in de negentiende en twintigste eeuw is geëindigd: het is geschiedenis en geen vraagblok.

Beleggingsvraag versterkt wat de markt al doet

Het vierde blok is het wisselvalligste, en het is het enige dat zich naar de prijs richt in plaats van naar een gebruik. Fysieke belegging omvat de zilverbaar in alle coupures, granulaat voor de verwerkende handel, bullionmunten en kluisposities; daarnaast staan de zilver-ETF's en vergelijkbare producten, die het metaal echt in bewaring houden. Dit blok koopt bij kracht en verkoopt bij zwakte, en het versterkt daarmee wat de markt toch al doet.

Twee zichtbare gevolgen horen daarbij. Bij een sterke markt loopt niet alleen de notering op, maar ook de premie op kleine stukken, omdat munthuizen en raffinaderijen hun capaciteit niet in weken kunnen verdubbelen; in een zwakke markt gebeurt het omgekeerde. En omdat de fondsen fysiek metaal aanhouden, haalt een instroom werkelijk zilver uit de omloop en geeft een uitstroom het terug — de brug naar de voorraden en de vrij beschikbare hoeveelheid, verder in deze gids.

Voor Nederlandse beleggers loopt hier een wig tussen de notering en de eigen werkelijkheid, en die wig is fiscaal. Beleggingsgoud is vrijgesteld van btw op grond van artikel 28k Wet OB 1968, terwijl zilver het algemene tarief van 21 % draagt; een categorie beleggingszilver kent het Nederlandse recht niet. Voor de prijsvorming maakt dat niets uit — die btw drukt op de instap in kleine coupures en niet op de wereldnotering — voor het resultaat van de belegger des te meer. De instapkosten staan in de gids over zilver kopen, de jaarlijkse heffing op het bezit in de gids over belasting op edelmetalen.

Aanbodtekorten en wat een tekort niet betekent

De jaarbalansen van het Silver Institute laten voor een reeks opeenvolgende jaren een tekort zien: de totale vraag lag hoger dan het aanbod uit mijnbouw en recycling samen. Dat woord tekort roept een beeld op van leeggeraakte rekken, en dat beeld is verkeerd. Een tekort in zo'n balans is een stroomgrootheid over één kalenderjaar: er is in dat jaar meer metaal verwerkt dan er nieuw bij kwam, en het verschil is aangevuld uit voorraad die al bovengronds lag.

Opmerking

Niemand kwam iets tekort. Een tekort in de jaarbalans is een boekhoudkundig saldo over twaalf maanden, geen leeg rek.

Daarom is een tekort ook niet vanzelf een prijsdrijver. Zolang het verschil tegen de heersende prijs uit toegankelijke voorraad kan worden gehaald, komt de markt in evenwicht zonder dat er iets opvalt. Pas wanneer het toegankelijke deel van die voorraad krimpt, moet de prijs het evenwicht maken, en dat is een andere gebeurtenis dan het tekort zelf. Zij kan jaren later volgen of helemaal niet. Wie een reeks tekortjaren naast een koersreeks legt, ziet dat verband dan ook niet netjes terug.

Twee kanttekeningen bij elke jaarbalans

Twee kanttekeningen sneuvelen in vrijwel elke samenvatting:

  • Een balans is een schatting met herzieningen: de vraagzijde wordt uit branchecijfers opgebouwd, en de post beleggingsvraag is daarvan de moeilijkst meetbare.
  • De balans is symmetrisch bedoeld: er zijn ook jaren met een overschot, en die halen zelden een kop. Een tekort is dus een beschrijving van het afgelopen jaar, geen uitspraak over het volgende.

Bovengrondse voorraden en wat daarvan bekend is

Er zijn precies twee voorraadreeksen die regelmatig en openbaar worden gepubliceerd. De LBMA maakt maandelijks bekend hoeveel zilver in de Londense kluizen ligt. De Amerikaanse termijnbeurs publiceert dagelijks de voorraadstanden van haar erkende depots, gesplitst in metaal dat tegen contracten is geregistreerd en metaal dat alleen aan de leveringsvoorwaarden voldoet en daar ligt. Wat daarbuiten valt, wordt niet gemeten: werkvoorraden bij verwerkers, particulier bezit, sieraden in Indiase huishoudens.

De meest misgelezen tabel van de markt

Die splitsing tussen geregistreerd metaal en metaal dat alleen in aanmerking komt, is de meest misgelezen tabel van de hele markt. Een verschuiving tussen de twee kolommen betekent dat metaal van label wisselt, niet dat er iets is vervoerd of verkocht.

Waarschuwing

Wie zo'n verschuiving leest als zilver dat de markt verlaat, leest een boekhoudkundige mutatie als een fysieke gebeurtenis.

Hoe de contracten werken waaraan die registratie hangt, staat bij COMEX en in de gids over de goudprijs.

Belangrijker is de verhouding tot goud. Van goud bestaat vrijwel alles wat ooit is gewonnen nog in verhandelbare vorm, en die berg is groot genoeg om een aanbodschok te dempen. Zilver is grotendeels opgebruikt: het zit in panelen, contacten en soldeerverbindingen. Wat er bovengronds aan werkelijk verhandelbaar metaal over is, is daardoor veel kleiner dan de indrukwekkende totalen die soms circuleren suggereren. En van dat kleinere deel is tegen de prijs van vandaag opnieuw een groot stuk niet te koop, omdat de eigenaar het niet als voorraad ziet maar als bestek, sieraad of werkkapitaal.

De London Free Float en de misleiding van kopcijfers

Het begrip dat de markt daarvoor gebruikt is de free float: het kopcijfer van de Londense kluizen minus het metaal dat voor beursgenoteerde fondsen wordt aangehouden, en minus het metaal van houders die het tegen geen enkele prijs in de buurt zullen verkopen. Wat overblijft is de hoeveelheid die werkelijk van eigenaar kan wisselen, en die is een fractie van het kopcijfer.

Waarom het kopcijfer misleidt

De eerste reden is dubbeltelling in de perceptie: dezelfde baar kan in de kluisstatistiek én in de fondsstatistiek staan. Dat zijn twee tabellen over één baar, en optellen is dan een fout. De tweede reden is de aard van de Londense handel. Veel posities bestaan als tegoed op een clearingrekening in plaats van als toegewezen metaal; het verschil tussen die twee vormen staat beschreven onder niet-gealloceerd metaal. Een tegoed is een aanspraak, en de baar die eronder ligt is daarmee niet vrij beschikbaar.

De free float wordt niet gepubliceerd en is dus een schatting, geen cijfer. Wat wel zichtbaar wordt wanneer die float krimpt, zijn symptomen:

  • De vergoeding voor het lenen van metaal loopt op.
  • Er ontstaat een prijsverschil tussen Londen, New York en de Aziatische handelscentra.
  • De levertijden bij raffinaderijen en munthuizen worden langer.

Tip

Voor een particulier is de prijslijst vaak de eerste plek waar krapte merkbaar wordt: een oplopende premie op kleine stukken staat er eerder op dan in de notering.

Contango en backwardation bij fysieke krapte

Normaal kost metaal voor levering later iets meer dan metaal van vandaag, want iemand moet de tussenliggende periode financieren en het metaal bewaren. Die normale vorm van de curve heet contango.

Opmerking

Bij zilver weegt de bewaarkant zwaarder dan bij goud, en om een heel praktische reden: dezelfde waarde neemt in zilver een veelvoud aan volume en gewicht in.

Draait die verhouding om, dan staat de prijs voor direct leverbaar metaal boven de termijnprijs. Dat heet backwardation, en het is de manier waarop een markt zegt dat metaal hier en nu gewenst is en niet over zes maanden. Zilver is er in verschillende episoden van fysieke krapte in geschoten, doorgaans samen met precies de symptomen uit de vorige paragraaf: hogere leenvergoedingen en een prijsverschil tussen de handelscentra. Het is een symptoom en geen voorspelling, en historisch zijn zulke episoden binnen weken tot maanden weer opgelost.

Vorm van de curve Prijs voor direct leverbaar metaal Wat de markt daarmee zegt
Contango Ligt onder de termijnprijs De normale vorm: iemand moet de tussenliggende periode financieren en het metaal bewaren
Backwardation Ligt boven de termijnprijs Metaal is hier en nu gewenst en niet over zes maanden

Wat u er niet uit moet lezen

Twee dingen moet u er niet uit lezen:

  • De curve is een verschijnsel van de termijnmarkt. Hoe die contracten werken en waarmee de prijzen in New York en Londen aan elkaar vastzitten, hoort in de gids over de goudprijs en niet hier.
  • Praktisch valt er voor een particulier weinig mee te doen: hij kan het verschil tussen twee leveringsmaanden niet verhandelen, en tegen de tijd dat backwardation het nieuws haalt, is de premie op munten en kleine baren meestal al opgelopen.

De goud-zilver-ratio als rekensom

De meest geciteerde grootheid in elk zilvercommentaar is de goud-zilver-ratio. De rekensom is eenvoudig: deel de goudprijs door de zilverprijs, beide per troy ounce en beide in dezelfde munt. De uitkomst zegt hoeveel ounces zilver er tegen één ounce goud worden verhandeld. De actuele stand en het verloop staan op de ratiopagina.

Het aardige van die deling is dat de munt eruit valt. Een lezer in Amsterdam en een lezer in Chicago komen op hetzelfde getal uit, ook al kijken zij naar verschillende bedragen, en de reeks is over lange perioden vergelijkbaar zonder dat er voor inflatie of voor een wisselkoers hoeft te worden gecorrigeerd. Voor een grootheid die zich over eeuwen laat volgen is dat een zeldzame eigenschap.

Twee valkuilen in de uitvoering

Er zitten twee valkuilen in de uitvoering:

  • De bron. Neem voor beide metalen dezelfde soort prijs op hetzelfde moment. Wie een veilingprijs voor goud combineert met een contante notering voor zilver, produceert een getal dat niemand anders heeft.
  • De asymmetrie. Zilver beweegt harder dan goud, dus het grootste deel van de beweging in de ratio komt van de noemer.

Waarschuwing

Een oplopende ratio betekent in de praktijk vaker dat zilver zakt dan dat goud stijgt, en juist dat onderscheid is uit de uitkomst niet meer af te lezen.

Wat de ratio niet kan zeggen

De ratio heeft geen thuiswaarde. Onder de bimetallistische muntstelsels was de verhouding tussen de twee metalen bij wet vastgelegd; toen zilver zijn monetaire rol verloor, ging zij zweven. In de paniekweken van maart 2020 liep zij op tot boven de honderd, en rond de zilverpieken van januari 1980 en april 2011 stond zij op een fractie daarvan. Er is geen kracht die haar naar een bepaald niveau terugbrengt, en wie een ‘normale’ stand noemt, moet erbij zeggen over welke periode hij heeft gemiddeld.

Wat de ratio zegt, is uitsluitend een verhouding. Een hoge stand betekent dat zilver goedkoop is uitgedrukt in goud, en dat is even goed verenigbaar met twee dure metalen als met twee goedkope. Over het niveau van een van beide prijzen in euro's zegt de deling niets, en over het moment waarop de verhouding zou terugkeren nog minder.

Sommige beleggers handelen op uitersten door een bestaande positie tussen de metalen te verschuiven in plaats van geld bij te storten; dat gebruik heet ratiohandel. In Nederland heeft die wissel een eigen prijskaartje, en anders dan in Duitsland zit dat niet in de winst.

Onderdeel van de wissel Nederlandse behandeling
Verkoop van het goud Voor een particulier geen belastbaar feit: er is geen norm die de winst op een roerende zaak treft, en er bestaat dus ook geen termijn waarna iets belastingvrij zou worden
Aankoop van het zilver 21 % btw, terwijl beleggingsgoud op grond van artikel 28k Wet OB 1968 is vrijgesteld — een eenmalige kostenpost die meteen valt
Jaarlijkse heffing Verandert niet: in box 3 vallen beide metalen in dezelfde vermogenscategorie ‘overige bezittingen’

Waarom zilver verder doorschiet dan goud

Over een hele cyclus beweegt zilver verder dan goud: het stijgt harder in de goede fasen en geeft meer terug in de slechte. In marktcommentaar heet dat een hoge beta ten opzichte van goud. Dat is een beschrijving van gedrag in het verleden en geen wet, en de volatiliteit van zilver is bovendien zelf niet constant. Vier mechanismen versterken elkaar, en alle vier zijn in deze gids al voorbijgekomen.

  • Marktomvang. In geld gemeten is de zilvermarkt een fractie van de goudmarkt. Een positie die goud zonder rimpeling opneemt, verschuift zilver procenten, en op elk prijsniveau staan minder orders klaar om een grote transactie af te remmen.
  • De fabriekshelft. Ongeveer de helft van de vraag volgt de industriële conjunctuur. Een opgaande fase brengt inkopers en beleggers tegelijk naar de markt, een neergang haalt beide tegelijk weg.
  • Onbeweeglijk aanbod. Het mijnaanbod kan niet antwoorden, dus de aanpassing komt volledig in de prijs terecht.
  • Positionering. De verhandelde contractvolumes zijn een veelvoud van de fysieke stromen. Over dagen en weken weegt het herschikken van financiële posities daardoor zwaarder dan wat er met het metaal zelf gebeurt.

Daaruit volgen twee dingen die zilverbeleggers vaak pas achteraf vaststellen. Wie een edelmetaal zoekt omdat het rustig zou zijn, heeft met zilver het verkeerde metaal gekozen; de rustiger reeks staat op de goudprijspagina. En aan de onderkant is er geen officiële bodem: het ontbreken van een koper van laatste instantie, eerder in deze tekst genoemd, betekent dat in een zwakke markt niemand structureel bijkoopt. Of die uitslagen in euro's harder of zachter aankomen, hangt af van de stap die nu volgt.

Van dollarnotering naar het bedrag op de bon

Tussen het getal op het scherm en het bedrag op een aankoopbon zitten vier stappen, en drie ervan hebben met zilver niets te maken. De eerste is de munt. De notering staat in dollars, dus elk eurobedrag is een omrekening; beweegt alleen de wisselkoers, dan verandert de europrijs zonder dat er aan zilver iets is gebeurd. Voor een Nederlandse belegger is dat geen randverschijnsel maar een tweede, zelfstandige bron van beweging.

Eenheid en spread

De tweede stap is de eenheid. De notering geldt voor gestandaardiseerde groothandelspartijen in Londen. Een munt van één ounce of een baar van honderd gram moet worden gegoten of geslagen, gecontroleerd, verpakt en verhandeld, en die bewerking kost per gram meer naarmate het stuk kleiner is. De derde stap is het verschil tussen de prijs waartegen u koopt en de prijs waartegen een handelaar terugkoopt; dat verschil heet spread en het is bij een korte bezitsduur de grootste kostenpost van allemaal.

De fiscale stap

De vierde stap is fiscaal en in Nederland de zwaarste. Zilver draagt het algemene btw-tarief van 21 %, terwijl beleggingsgoud is vrijgesteld — het gevolg staat beschreven onder zilvertoeslag door belasting. Daar komt de jaarlijkse kant bij: Nederland kent geen norm die de verkoopwinst van een particulier op een roerende zaak belast, maar belast wél het bezit, via box 3. Het percentage en het heffingvrij vermogen staan met de artikelen erbij in de gids over belasting op edelmetalen. Dit is het punt waarop de rekening van een Nederlandse belegger het verst van de chart af komt te staan.

Let op

Die heffing komt elk jaar terug, ook in een jaar waarin de notering niets deed.

Stap van notering naar bon Wat er bij komt
Munt De notering staat in dollars, dus elk eurobedrag is een omrekening
Eenheid Gieten of slaan, controleren, verpakken en verhandelen; per gram duurder naarmate het stuk kleiner is
Spread Het verschil tussen de prijs waartegen u koopt en de prijs waartegen een handelaar terugkoopt
Fiscaal 21 % btw op zilver, en jaarlijks de heffing over het bezit in box 3

Nominale reeksen tegenover koopkracht

Een lange zilverchart in nominale bedragen is een misleidend document, en bij zilver misleidender dan bij vrijwel elk ander metaal, omdat de grote piek van dit metaal in januari 1980 ligt. Dat is lang genoeg geleden om het algemene prijspeil ingrijpend te hebben veranderd. Gecorrigeerd voor die verandering staat die piek ver boven de nominale records die er sindsdien zijn neergezet. Een reeks die er nominaal uitziet als een lange klim naar nieuwe hoogten, ziet er in koopkracht uit als een lange weg terug.

De eerlijke manier om die correctie te maken is een officiële prijsindex. Voor Nederland is dat de consumentenprijsindex van het CBS: reken het oude bedrag om naar geld van nu vóórdat u er een conclusie aan hangt. Twee praktische waarschuwingen horen erbij. Indexreeksen hebben een basisjaar, en reeksen met verschillende basisjaren mag u niet door elkaar gebruiken. En een piek uit 1980 was een dollarpiek: eerst omrekenen naar euro's en dan corrigeren levert een ander getal op dan in dollars corrigeren en daarna omrekenen. Welke van de twee wegen is gekozen, hoort bij de grafiek te staan.

Daarmee komt ook het argument van de inflatiebescherming op zijn plaats. Over zeer lange perioden heeft zilver de koopkracht grofweg vastgehouden; over een willekeurig decennium heeft het dat niet betrouwbaar gedaan, en door zijn industriële helft kan het reëel dalen terwijl de consumentenprijzen stijgen.

Voor Nederlandse bezitters ligt er nog een laag onder. Box 3 knoopt aan de waarde in het economisch verkeer op de peildatum aan, zonder enige correctie voor het prijspeil, en het forfait wordt toegepast of de waarde nu is gestegen of niet. In een jaar waarin zilver alleen de inflatie bijhield, kan het resultaat na die jaarlijkse heffing dus negatief zijn. De tegenbewijsregeling helpt daar alleen als het werkelijk rendement over het hele box-3-vermogen onder het forfait blijft; hoe die regeling werkt, staat in de gids over belasting op edelmetalen.

Vijf controles bij een zilverchart

Vijf controles maken een zilverchart eerlijk, en elk van de vijf volgt uit een paragraaf hierboven.

  • Munt. Een chart in euro's mengt het metaal met de dollarkoers. Kijk eerst welke reeks u voor zich hebt voordat u een beweging aan zilver toeschrijft.
  • Begindatum. Omdat de uitslagen zo groot zijn, vleit een reeks die in een dal begint het metaal en veroordeelt een reeks die op een piek begint het. Verschuif de linkerrand en dezelfde gegevens betogen het omgekeerde.
  • Schaal. Over meerdere decennia laat een logaritmische schaal de verhoudingsgewijze verandering eerlijk zien, waar een lineaire schaal de vroege jaren platdrukt tot een rechte lijn.
  • Eenheid. Ounce, gram en kilogram leveren voor precies hetzelfde metaal heel verschillende getallen op.
  • Welke prijs. De contante notering, de dagelijkse referentieprijs uit de veiling en de prijslijst van een handelaar zijn drie verschillende bedragen, en alleen het laatste bevat de btw.

Wie over jaren opbouwt in plaats van over weken te handelen, heeft daarnaast een nuchtere maatstaf. Wat er bij het instappen boven de metaalwaarde wordt betaald en bij het uitstappen wordt ingeleverd, weegt over een lange bezitsduur zwaarder dan de datum op de bon. De keuze tussen munt, baar en granulaat hoort bij de gids over het kopen van zilver; de mechaniek van rente, valuta en centrale banken bij die over de goudprijs.

Waar deze gids ophoudt. Hier staat geen voorspelling en geen advies. Elk mechanisme hierboven beschrijft hoe een prijs tot stand komt, niet waar hij heen gaat, en geen enkele passage is een aanbeveling om te kopen, te verkopen of te wisselen. De fiscale opmerkingen zijn algemeen en geven de stand van 17 augustus 2026 weer; de forfaits van box 3 wijzigen jaarlijks en twee van de percentages voor 2026 zijn volgens de Belastingdienst nog voorlopig, dus een bedrag uit deze tekst is geen bedrag voor een volgend belastingjaar. Ook de marktkant heeft grenzen: de industriële cijfers en de balansen zijn schattingen van derden met herzieningen, de vrij beschikbare voorraad wordt door niemand gepubliceerd, en over de vraag hoeveel zilver in een portefeuille thuishoort gaat deze gids niet. Voor een persoonlijke fiscale situatie is de Belastingdienst het juiste adres, of een adviseur die uw hele situatie kent.

Rekenmachines bij dit onderwerp

Veelgestelde vragen

Betekent een aanbodtekort dat de zilverprijs moet stijgen?

Niet vanzelf. Een tekort in een jaarbalans zegt dat er in dat jaar meer zilver is verwerkt dan er uit mijnbouw en recycling bij kwam; het verschil komt uit voorraad die al bovengronds lag. Zolang die voorraad tegen de heersende prijs toegankelijk is, komt de markt in evenwicht zonder sprong. Pas wanneer het vrij beschikbare deel krimpt, moet de prijs het evenwicht maken, en dat kan jaren later gebeuren of helemaal niet. Bovendien zijn er ook jaren met een overschot; die halen zelden een kop.

Volgt de zilverprijs de groei van zonne-energie één op één?

Nee, want er lopen drie bewegingen door elkaar. Meer geïnstalleerd vermogen trekt metaal naar de sector, maar celfabrikanten brengen de hoeveelheid zilver per cel bewust terug, en sommige nieuwere celtypen vragen juist méér zilver per watt dan de types die zij vervangen. Daar komt bij dat de plaatsing van panelen afhangt van subsidiekaders, netaansluitingen en handelsmaatregelen, en die besluiten hebben met de zilverprijs niets te maken. De richting van deze vraag is omhoog; de steilheid per jaar is onzeker.

Waar kan ik de voorraad- en balanscijfers voor zilver zelf nakijken?

Bij neutrale bronnen die alle in de bronnenlijst onder deze gids staan. De LBMA publiceert maandelijks hoeveel zilver in de Londense kluizen ligt, de Amerikaanse termijnbeurs publiceert dagelijks de voorraden in haar erkende depots, en het Silver Institute geeft de jaarlijkse vraag- en aanbodbalans. De mijnproductie per land staat in de grondstoffenoverzichten van de USGS. Wat u nergens vindt, is de werkelijk vrij beschikbare hoeveelheid: die wordt niet gepubliceerd en circuleert alleen als schatting.

Is backwardation bij zilver een koopsignaal?

Het is een symptoom, geen signaal. Backwardation betekent dat direct leverbaar metaal duurder is dan metaal voor levering later, en dat komt doordat het ergens hier en nu gewenst is. Historisch zijn zulke episoden binnen weken tot maanden weer opgelost, en zij zeggen niets over de prijs een jaar later. Praktisch valt er voor een particulier ook weinig mee te doen: het verschil tussen twee leveringsmaanden is niet te verhandelen, en tegen de tijd dat het in het nieuws staat, is de premie op munten en kleine baren meestal al opgelopen.

Bij welke stand van de goud-zilver-ratio is zilver goedkoop?

Die vraag heeft geen antwoord, want de ratio heeft geen niveau waarnaar zij moet terugkeren. Onder de bimetallistische muntstelsels lag de verhouding bij wet vast; sinds zilver zijn monetaire rol verloor, zweeft zij, en zij heeft jaren achtereen ver van elk langjarig gemiddelde gestaan. Een hoge stand betekent uitsluitend dat zilver goedkoop is uitgedrukt in goud, en dat is even goed verenigbaar met twee dure metalen als met twee goedkope. Wie een ‘normale’ stand noemt, zou erbij moeten zeggen over welke periode is gemiddeld.

Waarom reageert het zilveraanbod niet op een hogere prijs?

Omdat het grootste deel van het zilver niemands hoofddoel is. Het komt vrij bij de winning van lood, zink, koper en goud, en die mijnen worden op hun hoofdmetaal gepland: een hogere zilverprijs verbetert daar één regel in de begroting en verandert geen enkel besluit. Bij mijnen die van zilver alleen moeten bestaan reageert het volume wel, maar traag, want exploratie, vergunningen, financiering en bouw kosten samen jaren tot ruim een decennium. Wat op korte termijn meebeweegt is recycling, en dat is een demper en geen ventiel: schroot moet eerst worden ingezameld, gesmolten en geraffineerd.

Wat kost het bezit van zilver mij in Nederland per jaar?

Box 3 belast het bezit op de peildatum van 1 januari, niet de verkoopwinst. Voor 2026 geldt voor ‘overige bezittingen’, waar edelmetaal onder valt, een forfait van 6,00 % bij een tarief van 36 %; dat is rekenkundig ongeveer 2,16 % van de waarde per jaar boven het heffingvrij vermogen van € 59.357 per persoon. Die uitkomst geldt alleen als uw box-3-vermogen uitsluitend uit ‘overige bezittingen’ bestaat: met banktegoeden of schulden erin verschuift het effectieve percentage. De volledige systematiek staat in de gids over belasting op edelmetalen.

Waarom houden centrale banken wel goud aan en geen zilver?

Omdat zilver zijn monetaire rol in de negentiende en twintigste eeuw heeft verloren en de oude staatsvoorraden daarna zijn afgebouwd. Bij goud is die officiële vraag juist een eigen prijsdrijver geworden; hoe dat werkt, staat bij [centralebankaankopen](/:locale/glossary/centralebankaankopen/ "Centralebankaankopen als prijsdrijver") en in de gids over de goudprijs. Voor zilver ontbreekt daarmee een koper die in een zwakke markt structureel bijkoopt, en dat is een van de redenen dat de neerwaartse uitslagen bij zilver verder gaan dan bij goud.

Verwante gidsen

Zilver kopen in Nederland: waarom er 21 procent btw op zilver zit en niet op beleggingsgoud, munt of baar, inv...

Gids lezen

Hoe de goudprijs tot stand komt: loco London, de LBMA-veiling, spot en termijnmarkt op COMEX, reële rente, cen...

Gids lezen

Platina en palladium dragen 21 procent btw, beleggingsgoud niet. Wat dat kost bij kopen en verkopen, en waarom...

Gids lezen

Geschreven en onderhouden door Markus Markert. Redactionele inhoud — geen beleggingsadvies, geen koopadvies en geen prijsvoorspelling. De cijfers worden aan officiële bronnen getoetst en regelmatig bijgewerkt.

Terug naar de gidsen Laatst bijgewerkt: 17 augustus 2026

Cookiebanner? Nee!

Geen tracking, geen advertenties, geen surveillance. Beloofd. → Privacybelofte ←

Fout melden

Help ons de site te verbeteren