Hoe de goudprijs ontstaat
De goudprijs is voor een Nederlandse lezer een cijfer met een vreemd paspoort. Het ontstaat in de Londense groothandel en in New York, het wordt genoteerd in Amerikaanse dollars per troy ounce, en pas daarna wordt het omgerekend naar de euro waarin u betaalt. Wie die keten niet kent, leest de notering alsof het een winkelprijs is — en dat is precies wat een groothandelsnotering niet is.
Deze gids werkt van buiten naar binnen. Eerst de markt zelf: wat loco London betekent, hoe de doorlopende spotprijs ontstaat, waarom er tweemaal per handelsdag een veiling plaatsvindt en welke rol de termijncontracten in New York spelen. Daarna de krachten die de prijs over maanden en jaren duwen: de reële rente, de centrale banken die sinds enkele jaren netto kopen, de stromen in beursverhandelde producten, de handelstijden en de seizoenspatronen. Tot slot de omrekening naar de euro en naar wat er in Nederland werkelijk van een koersstijging overblijft.
Twee dingen doet deze tekst niet. Hij voorspelt niets — geen richting, geen doelkoers, geen advies om iets te kopen of te verkopen. En hij behandelt de kooppraktijk en het belastingrecht alleen waar ze de prijs raken: die staan in de gidsen over het kopen van goud en over de belasting op edelmetalen. Anders dan in Duitsland kent Nederland namelijk geen belasting op de verkoopwinst van fysiek metaal, maar wel een jaarlijkse heffing over het bezit via box 3 — een verschil dat de rekensom achter een koersstijging fundamenteel verandert.
Door Markus Markert · Laatst bijgewerkt: 17 augustus 2026
Inhoud
- Waarom de goudprijs in Nederland altijd een omrekening is
- Loco London: wat een groothandelsnotering belooft
- Hoe de doorlopende spotprijs voor goud ontstaat
- De LBMA-veiling: tweemaal per handelsdag één goudprijs
- Good Delivery en waarom zo'n baar nooit in uw kluis ligt
- COMEX, termijncontracten en de laag die papiergoud heet
- De euro-dollarkoers als tweede motor achter de goudprijs
- Reële rente: de prijs van geduld bij goud
- Centrale banken als koper en de goudvoorraad van De Nederlandsche Bank
- Waar het goud vandaan komt: mijnbouw en recycling
- Vier soorten vraag naar goud en hun tegengestelde reflexen
- De bovengrondse voorraad weegt zwaarder dan de jaarproductie
- ETF-stromen als versterker in beide richtingen
- De estafette van Sydney naar New York
- Seizoenspatronen in de goudmarkt en hun grenzen
- Wat een recordprijs werkelijk zegt
- Troy ounce, gram en fijngewicht: rekenen met de notering
- Van wereldnotering naar wat er in Nederland overblijft
- Een goudkoersgrafiek lezen zonder zelfbedrog
- Wat deze uitleg over de goudprijs niet kan
Wij verkopen geen goud en bevelen geen handelaren aan — wij geven alleen gecontroleerde kennis uit officiële bronnen door, gekoppeld aan actuele prijzen. Geen koopadvies, geen voorspellingen.
Bevalt wat je ziet en leest?
We steken ons hart in het snel, overzichtelijk en gratis houden van preciousmetalprices.com — geen betaalmuren, geen rommel, gewoon betrouwbare feiten en livekoersen. Als het je helpt, is de mooiste manier om dank je wel te zeggen het door te geven. Elke keer dat je het deelt, help je een medebelegger ons te ontdekken en houd je het project levend. 💛
Bevalt wat je ziet en leest?
We steken ons hart in het snel, overzichtelijk en gratis houden van preciousmetalprices.com — geen betaalmuren, geen rommel, gewoon betrouwbare feiten en livekoersen. Als het je helpt, is de mooiste manier om dank je wel te zeggen het door te geven. Elke keer dat je het deelt, help je een medebelegger ons te ontdekken en houd je het project levend. 💛
De grafiek toont de prijsontwikkeling van de Goud prijs over de geselecteerde periode. Beweeg uw muis over de grafiek om de exacte prijs op een specifieke dag te zien.
Selecteer de tijdperiode bovenaan (Vandaag tot Max). U kunt met uw muis in een gebied inzoomen. De statistiekkaarten hieronder tonen hoog, laag en verandering voor de geselecteerde periode.
Tip: In de periode "Vandaag" kunt u intraday-gegevens met minutenresolutie bekijken.
(24.08.26)
(21.08.26)
(24.08.26)
(24.08.26)
(29.01.26)
Waarom de goudprijs in Nederland altijd een omrekening is
Wie in Nederland naar de goudprijs kijkt, kijkt naar een cijfer dat elders tot stand komt. De wereldwijde referentie zijn de LBMA-noteringen in Amerikaanse dollars per troy ounce, en een troy ounce is 31,1035 gram. Alles wat u in euro's ziet — op deze site, bij een handelaar, in een nieuwsbericht — is een omrekening van dat dollarcijfer tegen de wisselkoers van het moment. Dat is geen bijzaak: er bewegen twee cijfers voordat er één prijs op uw scherm staat, en ze bewegen onafhankelijk van elkaar. De actuele stand vindt u op de pagina met de goudprijs.
Nederland speelt in die keten wel een rol, maar een andere dan veel lezers verwachten. Het land is geen producent van edelmetaal; de Nederlandse rol is die van doorvoer- en opslagland. De regelingen die daarbij horen zijn fiscaal en logistiek van aard: de vergunning artikel 23, waarmee de btw bij invoer niet aan de Douane wordt afgerekend maar in de eigen aangifte wordt verwerkt, het douane-entrepot van art. 240 DWU en het Nederlandse btw-entrepot voor bulk tussen ondernemers. Alle drie zijn uitdrukkelijk regelingen tussen ondernemers, geen consumentenroutes.
| Regeling | Wat zij regelt | Voor wie | Invloed op de prijs |
|---|---|---|---|
| Vergunning artikel 23 | Btw bij invoer niet aan de Douane afrekenen, maar in de eigen aangifte verwerken | Ondernemers | Geen |
| Douane-entrepot (art. 240 DWU) | Waar en wanneer metaal fiscaal in beeld komt | Ondernemers | Geen |
| Btw-entrepot | Opslag van bulk tussen ondernemers | Ondernemers | Geen |
Opmerking
Geen van deze drie regelingen beweegt de prijs: ze bepalen alleen waar en wanneer metaal fiscaal in beeld komt.
Wat volgt is dus geen beschrijving van een Nederlandse markt, maar van een wereldmarkt waarvan de uitkomst hier in euro's wordt gelezen. Dat maakt het onderwerp niet minder concreet. Het betekent alleen dat een Nederlandse bezitter twee vragen tegelijk moet stellen: wat doet het metaal, en wat doet de munt waarin het genoteerd staat.
Loco London: wat een groothandelsnotering belooft
Achter elke groothandelsnotering staat een onuitgesproken clausule: loco London. De prijs geldt voor metaal dat in het Londense kluizensysteem ligt, daar leverbaar is, in de vorm en het gehalte die de markt erkent. Metaal in Zürich, Hongkong of een particuliere kluis is iets minder waard, want het in die erkende keten brengen kost vervoer, verzekering en meestal een nieuwe keuring.
Prijsverschillen elders zijn logistiek, geen stemming
Omdat loco London de referentielocatie is, worden prijzen elders genoteerd als een verschil daarmee. De grootte van dat verschil is een van de zuiverste signalen dat er ergens fysiek metaal schaars is geworden — logistiek dus, geen stemming.
Tip
Wie die opslagen ziet oplopen, ziet geen paniek maar een transportprobleem.
Afwikkeling is een boeking, geen transport
De afwikkeling volgt dezelfde logica. Een spottransactie wordt normaal twee werkdagen na de handelsdag afgewikkeld, en bijna geen enkele afwikkeling gaat gepaard met een heftruck. Het zijn boekingen tussen rekeningen van clearingleden: niet-gealloceerd goud is een vordering op een hoeveelheid fijngoud, niet het eigendom van bepaalde baren. Wil een klant genummerde baren op zijn eigen naam apart gezet zien, dan heet die afspraak gealloceerd. Dat kost meer, en het gedraagt zich volstrekt anders wanneer de bewaarder omvalt. Voor de prijsvorming is vooral het eerste van belang: het overgrote deel van de dagelijkse omzet verandert nooit van plaats.
| Kenmerk | Niet-gealloceerd goud | Gealloceerd goud |
|---|---|---|
| Wat de klant heeft | Een vordering op een hoeveelheid fijngoud | Genummerde baren, op eigen naam apart gezet |
| Kosten | De gebruikelijke vorm in de groothandel | Kost meer |
| Als de bewaarder omvalt | Gedraagt zich volstrekt anders dan gealloceerd metaal | Gedraagt zich volstrekt anders dan niet-gealloceerd metaal |
| Betekenis voor de prijsvorming | Draagt het overgrote deel van de dagelijkse omzet | Ondergeschikt |
Hoe de doorlopende spotprijs voor goud ontstaat
De spotprijs beantwoordt één nauwe vraag: wat kost een troy ounce fijngoud nu, voor levering binnen enkele dagen, loco London. Hij beweegt de hele handelsweek door, want hij is niets anders dan de actuele stand van tweezijdig onderhandelen tussen banken, brokers, raffinaderijen en grote handelshuizen. Er is geen orderboek dat u kunt inzien en geen centrale tegenpartij die de prijs vaststelt.
Zoals elke markt heeft ook deze twee kanten. De koers waarop een handelaar koopt ligt onder de koers waarop hij verkoopt, en het gepubliceerde cijfer ligt daar normaal tussenin. In de groothandel is dat verschil een fractie van een procent op een gebruikelijke transactiegrootte.
Waarschuwing
Houd dat getal vast, want het verschil waarmee een particulier te maken krijgt is een orde van grootte groter — dat is een van de redenen waarom de notering en de winkelprijs zo ver uiteen kunnen liggen.
Twee voorbehouden bij de spotprijs
Twee voorbehouden worden makkelijk vergeten:
- De spotprijs geldt voor gestandaardiseerd, geraffineerd materiaal in grote partijen, niet voor een munt in een capsule.
- Hij geldt voor transactiegroottes die geen particulier ooit zal plaatsen.
Het is een echte marktprijs, maar in een markt waarvan u geen deelnemer bent. Dat is geen bezwaar tegen de notering; het is een reden om haar te gebruiken als maatstaf en niet als prijskaartje.
De LBMA-veiling: tweemaal per handelsdag één goudprijs
Een cijfer dat continu beweegt is onbruikbaar voor een contract. Wie een fonds waardeert, een mijnbouwhedge afwikkelt of een balans opmaakt, heeft één getal nodig waar beide partijen achteraf naar kunnen wijzen. Dat is de LBMA-fixing, tweemaal op elke handelsdag vastgesteld, om 10:30 en om 15:00 Londense tijd — in Nederland dus een uur later — in Amerikaanse dollars per troy ounce.
Hoe de veiling verloopt
Sinds 2015 is het een elektronische veiling in plaats van een telefoongesprek tussen enkele firma's. Er wordt een openingsprijs voorgesteld, de directe deelnemers voeren volumes in als koper of als verkoper, en de prijs wordt over opeenvolgende ronden bijgesteld tot het onevenwicht binnen een gepubliceerde tolerantie valt. De uitkomst is een clearingprijs die uit echte orders volgt en achteraf uit het veilingverslag te reconstrueren is. De administratie van de veiling ligt bij een aparte beheerder, niet bij de handelaren zelf.
Fixing en spot naast elkaar
Twee punten zijn voor een Nederlandse lezer van belang. Het verschil tussen fixing en spot is geen kwestie van nauwkeurigheid maar van soort: het een is een doorlopende koers, het ander een foto op een afgesproken moment. En de euro-uitkomst die naast de veiling wordt gepubliceerd is een omrekening van het dollarresultaat, geen zelfstandige euroveiling.
| Kenmerk | Spotprijs | LBMA-fixing |
|---|---|---|
| Soort cijfer | Doorlopende koers | Foto op een afgesproken moment |
| Frequentie | De hele handelsweek door | Tweemaal per handelsdag |
| Tijdstip | Doorlopend | 10:30 en 15:00 Londense tijd, dus 11:30 en 16:00 in Nederland |
| Waar het voor dient | Maatstaf voor de markt van dit moment | Eén getal waar beide partijen achteraf naar kunnen wijzen |
Belangrijk
Wie een waardering per een bepaalde datum nodig heeft, moet weten dat de Belastingdienst geen koersbron voorschrijft: de wet noemt alleen de waarde in het economisch verkeer. Wat dat voor de aangifte betekent, staat in de gids over de belasting op edelmetalen.
Good Delivery en waarom zo'n baar nooit in uw kluis ligt
De groothandel verplaatst metaal in één vorm: de Good Delivery-baar. De specificatie regelt gewicht, afmetingen, uiterlijk, markering en herkomst. Een gouden baar moet ongeveer 350 tot 430 troy ounce fijn metaal bevatten met een gehalte van minstens 995/1000, gegoten door een erkende raffinaderij die periodiek op vakbekwaamheid wordt getoetst.
Het doel is niet kwaliteit om de kwaliteit, maar uitwisselbaarheid. Omdat elke erkende baar met elke andere te verwisselen is, en omdat de baren binnen een gesloten kring van erkende kluizen blijven, kan de markt enorme volumes afwikkelen zonder ook maar iets opnieuw te keuren. Die ononderbroken bewaarketen is de hele waarborg — en die eindigt op het moment dat een baar het systeem verlaat. Daarom is Good Delivery geen consumentencategorie maar een infrastructuurnorm.
De praktische kant is even eenvoudig: zo'n baar weegt ruim twaalf kilo, en hem mee naar huis nemen zou de keten toch al verbreken. Het grootste formaat dat in de particuliere handel gangbaar is, is de kilobaar — een fractie van het gewicht en van het bedrag. Wie de notering leest, leest dus een prijs voor een product dat hij niet koopt. Het metaal is hetzelfde, de verpakking niet, en het verschil tussen die twee is een eigen onderwerp in de gids over het kopen van goud.
COMEX, termijncontracten en de laag die papiergoud heet
De tweede motor van de prijsvorming staat in New York: COMEX, de grootste termijnmarkt voor goud ter wereld. Wat daar van eigenaar wisselt is geen metaal maar een gestandaardiseerd contract om een vastgestelde hoeveelheid op een toekomstige datum te leveren. Producenten dekken hun productie ermee af, industriële verbruikers zetten hun kosten vast, en speculanten nemen een positie zonder enige belangstelling voor het metaal zelf. De meeste posities worden voor de vervaldatum gesloten, dus er beweegt geen baar.
Omdat er veel meer contracten geschreven kunnen worden dan er onmiddellijk beschikbaar metaal is, heet deze laag vaak papiergoud. Dat woord is meestal als verwijt bedoeld, maar een derivatenmarkt die in omvang de onderliggende voorraad overtreft is de normale toestand van elke grondstoffenhandel.
Opmerking
Het is geen bewijs van manipulatie; het is de reden dat de markt zo diep en zo liquide is.
Contango en backwardation
Londen en New York zijn aan elkaar gesmeed door arbitrage. Zodra de termijnprijs verder van de spotprijs afdrijft dan financiering en opslag rechtvaardigen, dichten handelaren dat gat binnen seconden. Die verhouding heeft twee namen.
| Verhouding | Termijnprijs | Waarom | Bij goud |
|---|---|---|---|
| Contango | Boven de spotprijs | Het aanhouden van metaal kost geld | Niet bijzonder |
| Backwardation | Onder de spotprijs | Onmiddellijk beschikbaar metaal is schaars genoeg om een opslag te vragen | Ongewoon en altijd de moeite van het opmerken waard |
De euro-dollarkoers als tweede motor achter de goudprijs
Goud wordt genoteerd in Amerikaanse dollars per troy ounce. U rekent in euro's. Alles in deze paragraaf volgt uit die tweedeling, en het is het meest onderschatte kenmerk van goudbezit buiten de dollarzone.
Een goudprijs in euro's is het product van twee onafhankelijke getallen: de dollarprijs van het metaal en de euro-dollarkoers. Stel dat de dollarprijs in een week met twee procent zakt terwijl de euro met vier procent zwakker wordt tegenover de dollar. Het metaal is gedaald, en toch staat een Nederlandse bezitter ongeveer twee procent in de plus. Draai de valutabeweging om, en een respectabele dollarrally komt in een Nederlandse portefeuille aan als vrijwel niets.
Belangrijk
Over langere perioden is de wisselkoers geen voetnoot maar een zelfstandige rendementsbron — in beide richtingen.
Twee gewoonten voor de Nederlandse lezer
Twee gewoonten volgen daaruit:
- Controleer bij elk bericht over een record eerst in welke munt dat record staat: dollarrecords en eurorecords vallen zelden op dezelfde dag.
- Zorg dat een grafiek waarmee u zich vergelijkt in dezelfde munt luidt als uw geld.
Dat het Nederlandse geld de euro is, maakt het overigens eenvoudiger dan voor lezers buiten de eurozone: er komt geen derde omrekening bij, en juridische bedragen en rekenuitkomsten staan in dezelfde munt. De actuele koersen staan op de pagina met wisselkoersen, en de eenhedenomrekener doet gewicht en munt in één stap.
Reële rente: de prijs van geduld bij goud
Van alle macro-economische grootheden wordt de reële rente meestal als de belangrijkste voor goud beschouwd. De reële rente is de nominale rente minus de inflatie: wat een spaarder of obligatiehouder na koopkrachtverlies overhoudt. Is dat cijfer hoog, dan levert wachten met geld iets op. Is het laag of negatief, dan kost wachten met geld iets.
Goud keert niets uit. Geen rente, geen dividend, geen huur. Daarmee is de reële rente precies de maatstaf voor de opportuniteitskosten van goudbezit: hoe minder een alternatief oplevert, hoe minder het kost om iets aan te houden dat niets oplevert. Historisch waren perioden met lage of negatieve reële rentes daarom gunstig voor de goudprijs, en perioden met stevig positieve reële rentes ongunstig.
De grenzen van het verband
Waarschuwing
Wie dat verband als een wet gebruikt, komt bedrogen uit.
Het is een statistisch verband, gemeten over lange reeksen, en het is meermalen jarenlang weggevallen — er zijn perioden waarin goud en reële rente eendrachtig dezelfde kant op liepen. Bovendien is de reële rente zelf geen gepubliceerde marktprijs maar een berekening, en de uitkomst hangt af van welke looptijd en welke inflatieverwachting u kiest. De verstandige lezing is dus: de reële rente is de belangrijkste enkele verklarende grootheid waar de markt naar kijkt, en tegelijk een grootheid die de markt geregeld in de steek laat. Een handelsregel valt er niet uit te destilleren, en deze tekst geeft die ook niet.
Centrale banken als koper en de goudvoorraad van De Nederlandsche Bank
Een groep kopers gedraagt zich anders dan alle andere: de reservebeheerders van centrale banken. Zij kopen om strategische redenen, ze spreiden hun reserves over meerdere activa en ze zijn tamelijk onverschillig voor de prijs van vandaag. Sinds enkele jaren zijn ze als groep netto koper, en die centralebankaankopen zijn daarmee de meest gelijkmatige component van de vraag. Precies die gelijkmatigheid is het opvallende: waar particuliere beleggers hun aankopen stapelen wanneer de koers al gestegen is, kopen reservebeheerders volgens een meerjarig plan.
Waar het Nederlandse goud ligt
Nederland is in dat verhaal geen buitenstaander. De Nederlandsche Bank houdt volgens het focusonderzoek van de Algemene Rekenkamer 612,45 ton 24-karaats goud aan, dus 612.450 kilogram, met een waarde van knap 50 miljard euro aan het einde van 2024. Die voorraad ligt op vier plaatsen: Zeist, Londen, Ottawa en New York. Ruwweg een derde ligt in Nederland, ruwweg een derde bij de Federal Reserve Bank in New York, en de rest bij de Bank of Canada in Ottawa en de Bank of England in Londen. Historisch was de verdeling heel anders: ruim de helft lag in de Verenigde Staten en maar iets meer dan een tiende in Nederland. In 2014 haalde de DNB goud uit de Verenigde Staten terug om de locaties gelijkmatiger te bezetten.
| Locatie | Bewaarder | Aandeel (orde van grootte) |
|---|---|---|
| Zeist | De Nederlandsche Bank | Ruwweg een derde |
| New York | Federal Reserve Bank | Ruwweg een derde |
| Ottawa | Bank of Canada | Samen met Londen de rest |
| Londen | Bank of England | Samen met Ottawa de rest |
Twee hardnekkige misverstanden
Twee misverstanden zijn hardnekkig. Het Nederlandse deel ligt niet in Amsterdam: sinds mei 2023 staat de goudkluis op het defensieterrein Camp New Amsterdam in Huis ter Heide bij Zeist, en Camp New Amsterdam is een kazernenaam, geen stad. En de verdeling over de vier locaties circuleert in verschillende versies die elkaar op de decimaal tegenspreken, dus staat hier bewust een derde en geen exact percentage: alleen de orde van grootte is betrouwbaar. Wie er meer over wil weten, moet even geduld hebben. De Algemene Rekenkamer onderzoekt sinds juni 2025 hoe de Minister van Financiën overzicht houdt over deze voorraad en welke verantwoordelijkheden, bevoegdheden en risico's daarbij horen; dat onderzoek loopt nog en een publicatiedatum staat niet vast, dus is er nog geen uitkomst om naar te verwijzen. De vergelijking met Duitsland maakt het contrast scherp: de Bundesbank houdt ongeveer 3.350 ton aan, dus aanzienlijk meer, maar spreidt die over drie locaties in plaats van vier.
Waar het goud vandaan komt: mijnbouw en recycling
Het aanbod is de saaie helft van de vergelijking, en die saaiheid is precies het punt. Nieuw metaal komt uit twee bronnen, en geen van beide reageert snel op de prijs.
Mijnbouw reageert traag
De mijnproductie levert het grootste deel. Een vindplaats heeft doorgaans het beste deel van een decennium nodig om van ontdekking via vergunningen naar de eerste gietbeurt te komen, en zodra een mijn draait, wordt de productie bepaald door het ertsgehalte en de capaciteit van de fabriek, niet door de notering van vanmorgen. Mijnbouwers reageren wel op hogere prijzen, maar vooral door armer erts te verwerken: dan stijgen de tonnage en de kosten samen, en het effect op het aanbod komt jaren later.
Recycling is het tegencyclische deel
De flexibele component is recycling — oud sieraadgoud, tandtechnisch materiaal, elektronische residuen. Dat aanbod stijgt werkelijk wanneer de prijzen hoog staan, en het is daarmee het enige deel van het aanbod dat zich tegencyclisch gedraagt. Maar de volumes zijn veel te klein om een aanhoudende beweging af te toppen.
| Aanbodbron | Reactie op een hogere prijs | Doorlooptijd |
|---|---|---|
| Mijnproductie | Vooral armer erts verwerken; tonnage en kosten stijgen samen | Doorgaans het beste deel van een decennium van ontdekking tot eerste gietbeurt; effect op het aanbod komt jaren later |
| Recycling | Het aanbod stijgt werkelijk | Snel, maar de volumes zijn veel te klein om een aanhoudende beweging af te toppen |
Kortom: het goudaanbod is bijna volledig inelastisch. Vrijwel alle beweging in de prijs komt van de andere kant van de balans, en dat is de reden dat de rest van deze gids over de vraagzijde en over de macro-economische omgeving gaat. Wie van hieruit de stap naar de eigen aankoop wil zetten, vindt die in de gids over het kopen van goud.
Vier soorten vraag naar goud en hun tegengestelde reflexen
Als het aanbod nauwelijks reageert, moet de beweging van de andere kant komen. En de vraag naar goud is geen blok, maar vier blokken met vier verschillende reflexen op dezelfde prijs. Wie de verhouding tussen vraag en aanbod als één curve leest, mist juist het interessante deel: de blokken werken elkaar gedeeltelijk tegen.
Sieraden en industrie
Het eerste blok is de sieradenvraag, en dat is het enige blok dat prijsgevoelig is in de klassieke zin. Wordt goud duurder, dan kopen huishoudens minder gram, stellen ze aankopen uit of stappen ze over op lichtere stukken; zakt de prijs, dan komt de vraag terug. Dit blok koopt dus zwakte. Het tweede blok is de technische vraag: goud in elektronica, in contacten en bonddraden, in enkele medische en ruimtevaarttoepassingen. Goud zit daar niet omdat het mooi is, maar omdat het niet corrodeert en betrouwbaar geleidt. Die vraag is klein in verhouding tot het geheel en reageert bijna niet op de prijs; waar de kosten oplopen, wordt eerder de laagdikte verminderd dan het metaal vervangen.
Beleggers en centrale banken
Het derde blok is de particuliere beleggingsvraag: baren, munten, kluisposities en beursverhandelde producten. Het gedraagt zich precies omgekeerd aan de sieradenvraag, want het koopt kracht. Stijgende koersen halen kopers binnen, dalende koersen jagen ze weg, en het woord veilige haven in de kop van een bericht versterkt die reflex nog. Het vierde blok, de officiële sector, is eerder in deze gids al aan de orde geweest: reservebeheerders kopen volgens een meerjarig plan en zijn tamelijk ongevoelig voor de koers van vandaag.
| Vraagblok | Reflex op de prijs | Kenmerk |
|---|---|---|
| Sieraden | Koopt zwakte: minder gram of uitgestelde aankopen bij hogere prijzen | Het enige blok dat prijsgevoelig is in de klassieke zin |
| Techniek en industrie | Reageert bijna niet op de prijs | Klein in verhouding tot het geheel; eerder dunnere laagdikte dan vervanging |
| Particuliere belegging | Koopt kracht: stijgende koersen halen kopers binnen | Baren, munten, kluisposities en beursverhandelde producten |
| Officiële sector | Tamelijk ongevoelig voor de koers van vandaag | Koopt volgens een meerjarig plan |
Het gevolg van die tegengestelde reflexen is dat de vraagzijde als geheel vlakker reageert dan elk blok afzonderlijk. Een rally die de sieradenvraag afknijpt, trekt tegelijk beleggingsvraag aan, en omgekeerd. Dat verklaart waarom de goudmarkt zelden in één richting doorschiet zonder tegenkracht. Een voorspellende regel valt eruit niet te maken, want de blokken zijn niet gelijk van omvang en hun onderlinge verhouding verschuift per periode.
De bovengrondse voorraad weegt zwaarder dan de jaarproductie
Goud wordt bijna niet opgebruikt. Wat ooit is gedolven, bestaat op een klein deel na nog: in baren en munten, in sieraden, in reserves van centrale banken, in fondsen en in de la van iemand die het geërfd heeft. De bovengrondse voorraad is daarmee een veelvoud van wat de mijnen in een jaar toevoegen, en de jaarproductie is dus geen stroom die de markt kan overspoelen, maar een randverschijnsel aan een bestaande berg.
Die verhouding maakt een hele categorie nieuwsberichten onbruikbaar. Een staking in een mijn, een ingestorte schacht, een geweigerde vergunning: bij een metaal dat verbruikt wordt, is dat prijsnieuws, want de voorraden zijn dun en de verwerkers moeten door. Bij goud raakt het een fractie van een fractie. Wat de goudprijs beweegt, is niet hoeveel er nieuw bijkomt, maar tegen welke prijs de bestaande eigenaren bereid zijn te blijven zitten of te verkopen. Goud is in die zin een voorraadmarkt en geen stroommarkt.
Daaruit volgt ook waarom recycling het aanbod niet kan afvlakken zoals bij een industriemetaal: het oude goud dat bij hoge prijzen terugkomt, komt uit precies diezelfde bovengrondse voorraad en verschuift dus binnen de berg in plaats van eraan toe te voegen. Bij zilver ligt die verhouding fundamenteel anders, omdat een groot deel van het metaal industrieel wordt verwerkt en daarmee uit de omloop verdwijnt; die mechanica staat in de gids over de zilverprijs.
ETF-stromen als versterker in beide richtingen
Een deel van de beleggingsvraag is zichtbaar geworden, en dat is voor het lezen van de prijs belangrijker dan de omvang ervan. Beursverhandelde producten op goud, de categorie die doorgaans met goud-ETF wordt aangeduid, houden metaal in bewaring en publiceren dagelijks hoeveel. Komt er geld in, dan moet er metaal bij en wordt het in een erkende kluis op naam van het fonds gezet; gaat er geld uit, dan komt metaal terug in de markt. Een portefeuillebeslissing wordt zo rechtstreeks een fysieke transactie.
Voor de prijsvorming zijn dat twee dingen tegelijk. Ten eerste een echte vraagcomponent, die in dezelfde groothandelsmarkt landt als alle andere. Ten tweede een van de weinige vraagreeksen die u van dag tot dag kunt nakijken: baren in een particuliere kluis zijn onzichtbaar, standen van fondsen niet. Die zichtbaarheid maakt ze populair als indicator, en juist daar zit de valkuil, want de stromen volgen de koers vaker dan ze eraan voorafgaan. Een instroom bevestigt meestal een beweging die al begonnen was; een uitstroom versterkt een daling die al liep. Ook hier hangt de richting samen met de reële rente: wordt wachten met geld weer lonend, dan is dit blok als eerste weg.
Voor een Nederlandse bezitter zit er nog een laag onder. In box 3 vallen fysiek metaal en beursverhandelde beleggingsproducten in dezelfde vermogenscategorie, en de Belastingdienst rekent voor de categorie beleggingen en andere bezittingen in het belastingjaar 2026 met een forfait van 6,00 %. Op categorieniveau bestaat er dus geen fiscaal voordeel van het papieren product boven de baar, en dat gaat tegen de Duitse verwachting in, waar de vorm van het product wel degelijk over de heffing beslist. Wat wel verschilt, is de bewijsbaarheid: voor een fonds levert uw overzicht een waarde per 1 januari, voor een baar moet u die zelf vastleggen. Welk concreet product in welke categorie valt, beantwoordt deze tekst niet; de systematiek hoort in de belastinggids.
De estafette van Sydney naar New York
De goudhandel is geen beurs met een openings- en een sluitingsbel, maar een keten van handelsdesks die elkaar aflossen. De week begint op zondagavond Nederlandse tijd in Sydney, gaat via Tokio, Hongkong en Singapore naar Londen en overlapt in de Nederlandse middag met New York. Vrijdagavond stopt het. Er is in die keten dus vrijwel altijd een prijs, maar niet altijd dezelfde diepte: de dikste liquiditeit zit in het venster waarin Londen en New York samen open zijn, en dat is ook het venster waarin de middagveiling valt, om 15:00 Londense tijd en dus om 16:00 in Nederland. De ochtendveiling valt hier om 11:30.
Dunne uren en het weekend
Twee praktische gevolgen zijn het onthouden waard:
- In de dunne uren, vroeg in de Aziatische ochtend, beweegt dezelfde ordergrootte de prijs verder dan midden op de Londense dag.
- In het weekend beweegt er niets.
Tip
De notering die u op zaterdag opzoekt, is de laatste koers van vrijdag en geen actuele prijs.
Nieuws dat in het weekend valt, wordt bij de heropening in één keer verwerkt, en daarom begint de maandag soms met een gat in de grafiek in plaats van met een geleidelijke beweging.
Daar hoort een derde punt bij dat vaker verwarring geeft dan de eerste twee: verschillende bronnen kunnen op hetzelfde moment iets andere koersen tonen. Er is geen centrale beurs die één officieel cijfer publiceert, dus wat u ziet is de koers van de bronnen waar de aanbieder van de gegevens naar kijkt. Voor het volgen van een beweging maakt dat niets uit, voor het vergelijken van twee grafieken op de laatste decimaal wel.
Seizoenspatronen in de goudmarkt en hun grenzen
Over seizoensinvloeden op de goudmarkt wordt veel geschreven, en de genoemde patronen zijn steeds dezelfde: de huwelijks- en feestseizoenen in Zuid-Azië in het najaar, het Chinese nieuwjaar in de winter, de herallocatie van portefeuilles rond de jaarwissel en een rustiger zomer waarin zowel de handel als de vraag dunner is. Elk patroon heeft een begrijpelijke oorzaak in de sieraden- of beleggingsvraag, en dat is precies waarom ze zo overtuigend klinken.
De grenzen zijn hard. Een maandgemiddelde over enkele decennia bestaat uit een handvol onafhankelijke waarnemingen per maand, en dat is te weinig om een patroon van ruis te scheiden. De markt is in diezelfde decennia bovendien van karakter veranderd: de officiële sector kocht niet altijd netto, beursverhandelde producten bestonden lange tijd niet, en het gewicht van de sieradenvraag is verschoven. Een gemiddelde over zo'n periode meet dus deels marktvormen die er niet meer zijn. En een patroon dat algemeen bekend is, wordt verrekend voordat het zich kan voordoen.
Verstandig gebruik van seizoenscijfers is daarom beschrijvend en niet voorspellend. Ze verklaren waarom het aanbod van kleine stukken in bepaalde maanden krapper kan zijn en waarom premies dan iets oplopen. De maandgemiddelden zelf kunt u nakijken op de pagina over seizoenspatronen. Wat u er niet uit haalt, is een aankoopmoment: dat zou een voorspelling zijn, en die staat in deze tekst niet.
Wat een recordprijs werkelijk zegt
Een record is de best verkopende zin in elk bericht over goud, en tegelijk de zin waarin het meeste wegvalt. Drie vragen horen erbij voordat u het cijfer serieus neemt. In welke munt staat het record, want in dollars en in euro's vallen records zelden op dezelfde dag: de wisselkoers schuift ertussen. Is het nominaal of gecorrigeerd voor koopkracht? En op welke reeks is het gebaseerd, de doorlopende spotkoers, de veilingprijs of een slotkoers?
De koopkrachtvraag is de lastigste en tegelijk de eerlijkste. Een nominaal record zegt uit zichzelf niet of goud duurder is dan in een eerdere periode, want het geld waarin gemeten wordt is inmiddels iets anders waard. Wilt u reëel vergelijken, dan moet u een inflatiereeks en een basisjaar kiezen, en de uitkomst hangt van die keuze af: een andere reeks of een ander startjaar levert een ander antwoord. Vermeld daarom altijd welke reeks u hebt gebruikt. Langere reeksen naast elkaar staan bij de historische prijzen.
Er zit ook een terugkoppeling in. Een record is nieuws, nieuws trekt beleggingsvraag, en beleggingsvraag koopt kracht — de kop draagt dus bij aan wat hij meldt. Dat is geen manipulatie en geen bewijs van een zeepbel, maar dezelfde procyclische reflex die eerder bij het derde vraagblok is beschreven. Wat een record over de volgende maand zegt, is niets, en deze tekst doet daar dan ook geen uitspraak over.
Troy ounce, gram en fijngewicht: rekenen met de notering
De notering staat in dollars per troy ounce, en die eenheid is niet de ounce uit een kookboek. Eén troy ounce is 31,1035 gram; de gewone avoirdupois-ounce weegt bijna drie gram minder.
Let op
Wie de twee eenheden verwisselt, rekent er structureel meer dan negen procent naast.
In Nederland koopt en verkoopt u in gram, dus vrijwel elke rekensom begint met een deling door 31,1035.
Fijngewicht is niet het brutogewicht
De tweede eenheid die verwarring geeft, is het gewicht zelf. De notering geldt voor fijn metaal, dus voor het zuivere goud in een stuk en niet voor wat de weegschaal aangeeft. Een munt met een gehalte van 900/1000 en een brutogewicht van 8 gram bevat 7,2 gram fijngoud, en alleen die 7,2 gram is met de notering te waarderen. Bij baren van 999/1000 of hoger vallen bruto- en fijngewicht praktisch samen, bij historische munten en bij sieraden juist niet.
De rekenweg in drie stappen
De rekenweg is daarmee kort:
| Stap | Bewerking | Uitkomst |
|---|---|---|
| 1 | Dollarprijs per troy ounce gedeeld door 31,1035 | Dollarprijs per gram |
| 2 | Maal de euro-dollarkoers | Europrijs per gram |
| 3 | Maal het fijngewicht | Metaalwaarde van het stuk |
Reken met voldoende decimalen, want bij een prijs per gram maken vier decimalen het verschil tussen een kloppende en een steeds iets afwijkende som. En houd in gedachten wat u zo berekent: de metaalwaarde, niet de prijs waarvoor iemand het stuk koopt of verkoopt. Wie het niet met de hand wil doen, gebruikt de goudrekenmachine.
Van wereldnotering naar wat er in Nederland overblijft
Tussen de notering en wat een Nederlandse bezitter werkelijk overhoudt liggen drie lagen, en ze werken alle drie in dezelfde richting. De eerste is de opslag op het product: een munt of kleine baar kost meer dan de metaalwaarde, en die premie is geen afrondingspost maar de prijs van fabricage, distributie en marge. Hoe zij ontstaat en per coupure verschilt, is het onderwerp van de gids over het kopen van goud. De tweede laag is het verschil tussen de prijs waarvoor u koopt en de prijs waarvoor dezelfde handelaar terugkoopt. Dat verschil moet een koersstijging eerst inlopen voordat er van winst sprake is, en bij kleine coupures kost dat meer beweging dan veel kopers verwachten.
De derde laag is de Nederlandse en staat los van de markt. Nederland heft geen belasting over de winst bij verkoop van fysiek edelmetaal: voor roerende zaken bestaat daarvoor geen belastbaar feit. Dat is dus geen vrijstelling, en er is ook geen termijn waarna een verkoop onbelast zou worden. Wat Nederland wel belast, is het bezit, elk jaar opnieuw via box 3 en op basis van de waarde op 1 januari. Bij een box-3-vermogen dat uitsluitend uit overige bezittingen bestaat, komt de rekensom voor het belastingjaar 2026 uit op 6,00 % forfaitair rendement maal een tarief van 36 %, dus ongeveer 2,16 % van de waarde boven het heffingvrij vermogen van € 59.357 per persoon en € 118.714 bij een fiscale partner voor het hele jaar; dat zijn de cijfers van de Belastingdienst. Staan er ook banktegoeden of schulden in dezelfde box 3, dan verschuift dat effectieve percentage.
| Laag | Wat het is | Waar zij vandaan komt |
|---|---|---|
| Premie op het product | Een munt of kleine baar kost meer dan de metaalwaarde: de prijs van fabricage, distributie en marge | Het product |
| Verschil tussen koop en terugkoop | De prijs waarvoor u koopt tegenover de prijs waarvoor dezelfde handelaar terugkoopt | De handelaar |
| Box 3 | Nederland belast het bezit, elk jaar opnieuw en op basis van de waarde op 1 januari | De Nederlandse fiscus, los van de markt |
Let op
De heffing komt elk jaar terug, ongeacht of de koers steeg of daalde en ongeacht of u verkocht. Wie tien jaar aanhoudt, heeft tien keer betaald.
Voor het lezen van de goudprijs is daar één ding uit te halen, en het is rekenkunde en geen advies. Een koersbeweging moet dus niet alleen het verschil tussen aankoop en terugkoop inlopen, maar ook die jaarlijkse last, voordat een bezit in reële termen groeit. De volledige systematiek — peildatum, tegenbewijsregeling, btw, erven en schenken — hoort in de belastinggids en niet in een prijsuitleg. De rekenhulp voor belasting geeft niet meer dan een grove orde van grootte en rekent de Nederlandse box-3-systematiek niet uit.
Een goudkoersgrafiek lezen zonder zelfbedrog
Een grafiek is een argument in beeldvorm, en de vier keuzes die haar vorm bepalen staan er zelden bij. De eerste is de munt. Een reeks in dollars en dezelfde reeks in euro's zien anders uit, hebben andere pieken en kunnen over een korte periode zelfs een andere richting hebben. Vergelijkt u uw eigen positie, dan hoort de grafiek in euro's te staan, want dat is het geld waarin u afrekent.
De tweede keuze is de as. Op een lineaire as lijkt een beweging van tien procent bij een hoge koers veel groter dan dezelfde tien procent bij een lage koers, en over een lange reeks wordt het recente deel daardoor dramatisch en het oude deel plat. Wilt u procentuele bewegingen vergelijken, dan hoort er een logaritmische as onder. De derde keuze is de periode, en die bepaalt het verhaal: begin net vóór een piek en elke reeks ziet er zwak uit, begin net na een dal en dezelfde reeks ziet er onstuitbaar uit. Wie een periode kiest, kiest een conclusie.
De vierde keuze is de reeks zelf. Spotkoers, veilingprijs en slotkoers leveren niet hetzelfde cijfer, weekendwaarden bestaan niet, en maand- of jaargemiddelden vlakken precies af wat u misschien juist wilde zien. Daar komt bij dat een nominale reeks geen koopkrachtvergelijking is, zoals in de paragraaf over records al bleek.
| Keuze | Wat zij met het beeld doet | Waar u op let |
|---|---|---|
| Munt | Dezelfde reeks in dollars en in euro's heeft andere pieken en over een korte periode soms zelfs een andere richting | Euro's, want dat is het geld waarin u afrekent |
| As | Op een lineaire as lijkt tien procent bij een hoge koers veel groter dan bij een lage koers | Een logaritmische as als u procentuele bewegingen vergelijkt |
| Periode | Begin vóór een piek en de reeks oogt zwak; begin na een dal en dezelfde reeks oogt onstuitbaar | Wie een periode kiest, kiest een conclusie |
| Reeks | Spotkoers, veilingprijs en slotkoers leveren niet hetzelfde cijfer; maand- en jaargemiddelden vlakken af | Welke reeks er precies onder de grafiek ligt |
Vier vragen dus: welke munt, welke as, welke periode, welke reeks. Wie ze stelt, leest dezelfde grafiek nuchterder dan wie meteen naar de rechterkant kijkt.
Wat deze uitleg over de goudprijs niet kan
Deze gids beschrijft mechanismen, en mechanismen verklaren beter achteraf dan vooruit. Dat is geen bescheidenheidsformule maar de conclusie van de tekst zelf: het verband met de reële rente is statistisch en is jarenlang weggevallen, de stromen in beursverhandelde producten volgen de koers vaker dan ze hem aankondigen, de seizoensgemiddelden zijn te dun voor een kalender, en het aanbod is zo inelastisch dat productiecijfers zelden verklaren wat er gebeurde. Er staat daarom geen prognose in deze tekst, geen doelkoers en geen aanbeveling om te kopen, te verkopen of te wachten. Wat hier staat is informatie, geen beleggingsadvies en geen fiscaal advies.
Ook naar de zijkanten is de tekst begrensd, en dat is opzet. De praktijk van de aankoop — coupures, keurtekens, echtheidscontrole, contant betalen, verzending — staat in de gids over het kopen van goud. De volledige fiscale systematiek staat in de gids over de belasting op edelmetalen. Bewaren en verzekeren is een eigen onderwerp met eigen normen en polisvoorwaarden en staat in de gids over opslag en verzekering. En wat zilver anders maakt, van de industriële vraag tot de ratio, hoort bij de zilverprijs.
Tot slot de datum. De marktmechanica verandert langzaam, de cijfers eromheen niet. De genoemde percentages en bedragen horen bij het belastingjaar 2026. Het forfait voor beleggingen en andere bezittingen staat volgens de Belastingdienst voor 2026 vast, terwijl de percentages voor banktegoeden en schulden nog voorlopig zijn en begin 2027 definitief worden vastgesteld. Het wetsvoorstel over het werkelijk rendement in box 3 is nog geen geldend recht: de behandeling in de Eerste Kamer is niet afgerond en er is een novelle aangekondigd. Wie op deze cijfers iets bouwt, controleert ze bij de Belastingdienst; wie zijn eigen situatie wil laten toetsen, doet dat met een adviseur of via vooroverleg met de Belastingdienst.
Rekenmachines bij dit onderwerp
Veelgestelde vragen
Waarom stijgt de goudprijs in euro's soms terwijl hij in dollars daalt?
Omdat een europrijs het product is van twee onafhankelijke getallen: de dollarprijs per troy ounce en de euro-dollarkoers. Zakt de dollarprijs met twee procent terwijl de euro vier procent zwakker wordt tegenover de dollar, dan staat een Nederlandse bezitter per saldo in de plus terwijl het metaal daalde. Dat werkt even hard de andere kant op: een stevige dollarrally kan in euro's vrijwel niets opleveren. Voor Nederlandse lezers is de valuta dus geen voetnoot maar een tweede rendementsbron, en het is de reden dat dollarrecords en eurorecords zelden op dezelfde dag vallen.
Hoe laat wordt de LBMA-goudprijs vastgesteld in Nederlandse tijd?
De veiling vindt tweemaal per handelsdag plaats, om 10:30 en 15:00 Londense tijd, in Nederland dus om 11:30 en 16:00. Het resultaat luidt in Amerikaanse dollars per troy ounce, en de europrijs die ernaast wordt gepubliceerd is een omrekening van die uitkomst en geen zelfstandige euroveiling. De middagveiling is de prijs waarnaar de meeste waarderingen en afwikkelingen verwijzen. Let daarbij op het verschil in soort: de veilingprijs is een momentopname op een afgesproken tijdstip, de spotkoers loopt de hele handelsweek door.
Beweegt de goudprijs in het weekend?
Praktisch niet. De onderhandse groothandel en de termijnmarkt liggen van vrijdagavond tot zondagavond stil, dus de notering die u op zaterdag opzoekt is de laatste koers van vrijdag. Dat heeft twee gevolgen. Nieuws uit het weekend wordt in één keer verwerkt bij de heropening, waardoor de maandag soms met een gat in de grafiek begint in plaats van met een geleidelijke beweging. En wie een waarde per een bepaalde dag nodig heeft, moet weten dat er voor een zaterdag of zondag geen eigen marktkoers bestaat.
Welke koers moet ik gebruiken voor de waarde van mijn goud op 1 januari?
Dat schrijft de Belastingdienst niet voor. De wet noemt de waarde in het economisch verkeer op de peildatum; er is geen aangewezen koersbron, geen voorgeschreven tijdstip en geen regel voor de premie op munten. Wat u zelf kunt doen, is uw uitgangspunt vastleggen: welke reeks u hebt gebruikt, voor welk fijngewicht en met welke wisselkoers. Bij een beursverhandeld product levert uw overzicht die waarde, bij een baar of munt niet. De systematiek van box 3, inclusief de tegenbewijsregeling, staat in de gids over de belasting op edelmetalen.
Betekent papiergoud dat de prijs kunstmatig laag wordt gehouden?
Dat volgt er niet uit. Dat er meer contracten bestaan dan onmiddellijk leverbaar metaal is de normale toestand van vrijwel elke grondstoffenmarkt en de reden dat de handel zo diep en liquide is; een bewijs van manipulatie is het niet. Bovendien houdt arbitrage Londen en New York aan elkaar vast: loopt de termijnprijs verder van de spotprijs weg dan financiering en opslag rechtvaardigen, dan wordt dat gat binnen seconden gedicht. Wilt u een signaal dat er werkelijk fysieke krapte is, kijk dan naar backwardation en naar de opslagen die voor metaal buiten Londen worden gevraagd.
Waarom betaal ik bij een handelaar meer dan de notering?
Omdat de notering een groothandelsprijs is: zij geldt voor geraffineerd bulkmetaal, loco London, in partijen die geen particulier plaatst, en u koopt een gefabriceerd voorwerp in een coupure van enkele grammen tot een kilo. Tussen die twee zit een opslag voor fabricage en distributie, en daarbovenop het verschil tussen de prijs waarvoor een handelaar verkoopt en die waarvoor hij terugkoopt. Dat laatste verschil bestaat in de groothandel ook, maar daar is het een fractie van een procent en bij een kleine coupure een orde van grootte meer. Vergelijk aanbiedingen daarom altijd op de metaalwaarde van het fijngewicht. Hoe de premie ontstaat en waarom zij per coupure verschilt, staat in de gids over het kopen van goud.
Wat kost het aanhouden van goud in Nederland als de koers gelijk blijft?
Nederland belast de verkoopwinst niet — voor roerende zaken bestaat daarvoor geen belastbaar feit — maar het bezit wel, elk jaar opnieuw. Staat er in box 3 uitsluitend vermogen in de categorie overige bezittingen, dan rekent de Belastingdienst voor het belastingjaar 2026 met een forfaitair rendement van 6,00 %, waarover 36 % belasting wordt geheven: samen ongeveer 2,16 % per jaar over het deel boven het heffingvrij vermogen van € 59.357 per persoon. Zodra er ook banktegoeden of schulden in dezelfde box staan, verschuift dat effectieve percentage. Daalde de waarde in een jaar of steeg zij met minder dan het forfait, dan kan de tegenbewijsregeling lager uitpakken, maar die kijkt naar het hele box-3-vermogen en houdt geen rekening met het heffingvrij vermogen.
Kan ik seizoenspatronen gebruiken om een aankoopmoment te kiezen?
Deze tekst geeft geen aankoopadvies, en de cijfers zelf dragen het ook niet. Een maandgemiddelde over enkele decennia bestaat uit weinig onafhankelijke waarnemingen, de markt is in die periode van karakter veranderd, en een bekend patroon wordt verrekend voordat het optreedt. Wat seizoenscijfers wel doen, is verklaren waarom het aanbod van kleine coupures in sommige maanden krapper is en premies dan iets oplopen. Als beschrijving van marktgedrag zijn ze bruikbaar, als kalender niet.
Verwante gidsen
Goud kopen in Nederland: wat als beleggingsgoud geldt, munt of baar, hoe het agio ontstaat, wat de keurplicht...
Gids lezenHoe de zilverprijs ontstaat: industriële vraag, zilver als bijproduct van de mijnbouw, recycling, voorraden en...
Gids lezenBelasting op goud en zilver in Nederland: box 3 belast het bezit, niet de verkoopwinst. Peildatum, forfait van...
Gids lezenBronnen en meer informatie
- LBMA — de LBMA Gold Price en de tweemaal daagse veiling
- LBMA — prijzen en data: de gepubliceerde reeksen en de veilingresultaten
- LBMA — Good Delivery Rules en de lijst van erkende raffinaderijen
- CME Group — contractspecificaties van het COMEX-goudtermijncontract
- World Gold Council — Goldhub: data over vraag, aanbod en fondsposities
- World Gold Council — Gold Demand Trends: cijfers per vraagsegment
- De Nederlandsche Bank — informatie over de Nederlandse goudvoorraad
- Algemene Rekenkamer — focusonderzoek naar de goudvoorraden
- Belastingdienst — box 3: overige bezittingen en de percentages voor 2026
- Wet inkomstenbelasting 2001 (hoofdstuk 5, box 3) op wetten.overheid.nl
- Europese Centrale Bank — officiële euroreferentiekoersen
- Centraal Bureau voor de Statistiek — consumentenprijsindex voor reële vergelijkingen
Geschreven en onderhouden door Markus Markert. Redactionele inhoud — geen beleggingsadvies, geen koopadvies en geen prijsvoorspelling. De cijfers worden aan officiële bronnen getoetst en regelmatig bijgewerkt.