Beschikbaar in 27 EU-landen — in jouw taal, met lokale btw-tarieven en rekenmachines
Land

Belastingschatter — Bereken de Belasting op Edelmetaalverkopen

Per: 01-09-2026, 03:08 · Update-interval: 1 minuut ·
Live
De belastingschatter helpt u inzicht te krijgen in de fiscale gevolgen van de verkoop van uw edelmetalen. In Nederland zijn er geen vermogenswinstbelasting of speculatieperiodes voor edelmetalen — winst op goud en zilver is vrij van inkomstenbelasting. Uw goud en zilver tellen echter wel mee voor de grondslag van box 3 (vermogensrendementsheffing). Voer de aankoopwaarde en actuele waarde in om te zien hoeveel uw edelmetaalvermogen bijdraagt aan uw box 3-grondslag. In de gids hieronder leggen we de Nederlandse box 3-systematiek uit, het verschil met belastingregels in andere landen, en wat u moet bijhouden voor uw belastingaangifte.
EUR
EUR

Belastingtarief: 36% — wettelijk vastgelegd

Box 3 — Wet IB 2001, hoofdstuk 5

Nederland belast de winst op edelmetaal niet. Er bestaat geen vermogenswinstbelasting: koopmoment en verkoopmoment zijn fiscaal niet bepalend.

Belast wordt het bezit. De waarde van uw goud, zilver, platina en palladium op 1 januari telt mee in box 3 als overige bezitting.

Over die waarde geldt een forfaitair rendement van 6 %, waarover u 36 % inkomstenbelasting betaalt — effectief circa 2,16 % per jaar over het belaste deel van uw vermogen.

Heffingsvrij vermogen: 59.357 €

In box 3 geldt een heffingsvrij vermogen van 59.357 € per persoon. Fiscale partners tellen samen: 118.714 €.

Vrijstelling, geen drempel

Alleen het deel boven het heffingsvrij vermogen telt mee. Met 59.358 € aan bezittingen wordt er gerekend over 1 €, niet over het hele bedrag. Sommige landen kennen een drempel die het volledige bedrag in de heffing trekt — Nederland niet.

Het heffingsvrij vermogen geldt voor al uw box 3-bezittingen samen: spaargeld, beleggingen, cryptovaluta, een tweede woning en edelmetaal.

Belastingtips voor beleggers
  • 1. Bewaar aankoopnota's — Documenteer aankoopdatum, prijs en kosten (factuur, bankafschrift) — u hebt ze nodig voor de tegenbewijsregeling.
  • 2. Noteer de waarde op 1 januari — Alleen de peildatum telt. Leg de spotprijs van 1 januari vast, met bron en datum.
  • 3. Gebruik de tegenbewijsregeling — Was uw werkelijke rendement lager dan het forfait van 6 %? Dan mag u het werkelijke rendement aangeven.
  • 4. Verdeel met uw fiscale partner — Samen benut u 118.714 € heffingsvrij vermogen. De verdeling van de grondslag kiest u in de aangifte.
  • 5. Btw op zilver — Zilver, platina en palladium kosten 21 % btw. Beleggingsgoud is vrijgesteld (Wet OB 1968).
Fiscale behandeling vergeleken
Fysiek goud en zilver Box 3
Winst onbelast
Edelmetaal-ETC's en ETF's Box 3*
Winst onbelast*
Overige bezittingen op 1 januari Forfaitair rendement
6 % forfait × 36 % heffing
Beleggingen en crypto op 1 januari Forfaitair rendement
6 % forfait × 36 % heffing
Cryptovaluta Box 3
Winst onbelast

* Ook bij ETC's en fondsen wordt niet de winst belast, maar de waarde op de peildatum. Fiscaal maakt de vorm dus weinig uit — het verschil zit in bewaring, kosten en verzekerbaarheid.

Bevalt wat je ziet en leest?

We steken ons hart in het snel, overzichtelijk en gratis houden van preciousmetalprices.com — geen betaalmuren, geen rommel, gewoon betrouwbare feiten en livekoersen. Als het je helpt, is de mooiste manier om dank je wel te zeggen het door te geven. Elke keer dat je het deelt, help je een medebelegger ons te ontdekken en houd je het project levend. 💛

BELASTINGSCHATTER — gratis livekoers-afbeelding om te delen van preciousmetalprices.com
Thema

Box 3 — de vermogensrendementsheffing

Nederland belast edelmetaal fundamenteel anders dan de meeste landen om ons heen. Er is geen vermogenswinstbelasting: verkoopt u uw goud met winst, dan is die winst als zodanig niet belast. Wat wel telt, is het bezit. De waarde van uw edelmetaal op 1 januari hoort tot uw box 3-vermogen (Wet IB 2001, hoofdstuk 5) en daarover wordt jaarlijks geheven — of u nu koopt, houdt of verkoopt.

Waarom edelmetaal onder box 3 valt

Fysiek edelmetaal is een overige bezitting in box 3. Dat geldt voor baren, beleggingsmunten en zilveren munten. De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft dit in KG:202:2025:22 uitdrukkelijk bevestigd voor gouden munten: ook een munt met een nominale waarde in euro is geen contant geld voor box 3, maar een overige bezitting. Dat onderscheid is niet academisch — banktegoeden kennen een eigen, lager forfait dan overige bezittingen.

Voor edelmetaal geldt een forfaitair rendement van 6 %, waarover 36 % inkomstenbelasting wordt geheven. Effectief komt dat neer op circa 2,16 % per jaar over het deel van uw vermogen boven de vrijstelling. Of uw goud dat jaar in waarde steeg of daalde, doet er voor het forfait niet toe — al biedt de tegenbewijsregeling daarvoor een uitweg (zie Fysiek versus papieren goud).

Wanneer box 1 in beeld komt

Box 3 geldt voor normaal vermogensbeheer. Gaat uw handelen daar structureel bovenuit, dan kan de Belastingdienst uw resultaat aanmerken als resultaat uit overige werkzaamheden of zelfs als winst uit onderneming — beide in box 1, tegen het progressieve tarief en over de werkelijke winst. De forfaitaire systematiek van box 3 biedt dan geen bescherming meer.

  • Handelsfrequentie — incidenteel aan- en verkopen uit eigen bezit is vermogensbeheer; tientallen transacties per maand is dat niet
  • Financiering met vreemd vermogen — systematisch inkopen op krediet om door te verkopen wijst op meer dan beleggen
  • Georganiseerde verkoop — een eigen webshop, vaste standplaats op beurzen of gerichte advertenties duiden op een werkzaamheid
  • Arbeid en voorkennis — rendement dat u hoofdzakelijk aan uw eigen arbeid of specialistische kennis dankt, hoort niet in box 3 thuis

In de praktijk: een- of tweemaal per jaar herbalanceren — zilver verkopen om goud te kopen — blijft normaal vermogensbeheer. Dagelijks handelen op koersbewegingen, met krediet en een eigen verkoopkanaal, niet. Zit u op de grens, leg dan vooraf voor aan een belastingadviseur in plaats van achteraf.

De peildatum — waarom timing wél telt, maar anders dan u denkt

In box 3 bestaat geen houdperiode. Of u uw goud twee weken of twintig jaar houdt, verandert niets: de winst is nooit belast en het bezit altijd. Wat wél telt is één moment per jaar — de peildatum van 1 januari. Alleen wat u op dat tijdstip bezit, telt mee. Koopt u op 2 januari, dan raakt die aankoop pas de aangifte over het volgende jaar; verkoopt u op 30 december, dan telt het bedrag dat jaar niet meer als edelmetaal mee.

Rekenvoorbeeld: het gaat om de omvang, niet om de duur

Geen box 3-heffing
  • Aankoop: 01/15/2025
  • Verkoop: 01/16/2026
  • Bezitsduur 366 dagen — niet relevant. Bleef het vermogen op 1 januari onder 59.357 €, dan → geen heffing
Wel box 3-heffing
  • Aankoop: 01/15/2025
  • Verkoop: 01/14/2026
  • Bezitsduur 364 dagen — evenmin relevant. Lag het vermogen op 1 januari erboven, dan → forfaitair belast

Let op de peildatum: er is er maar één per jaar, en dat is 1 januari. Een aankoop op 2 januari telt pas twaalf maanden later mee. Wie rond de jaarwisseling koopt of verkoopt, verschuift daarmee een heel heffingsjaar — maar reken uzelf niet rijk: het gaat om uw totale box 3-vermogen, en geld dat u niet in goud hebt zitten, staat op de peildatum ergens anders.

Aandachtspunten rond de peildatum

  • Waardebepaling — u geeft de waarde in het economisch verkeer op 1 januari aan. De spotprijs van die dag is een verdedigbare basis; leg de bron en het tijdstip vast, zodat u de aangifte later kunt onderbouwen.
  • Opslag in het buitenland — edelmetaal in een kluis buiten Nederland telt gewoon mee. De navorderingstermijn voor buitenlandse bezittingen is bovendien langer, dus bewaar die stukken extra zorgvuldig.
  • Erfenis en schenking — geërfd of geschonken goud hoort vanaf dat moment tot uw box 3-vermogen. Erf- of schenkbelasting is een aparte heffing en staat los van box 3.
  • Gezamenlijke opslag — bij een gemeenschappelijk depot geeft u uw eigen aandeel op. Vraag om een depotoverzicht per 1 januari; zonder dat overzicht is uw aangifte lastig te onderbouwen.

Heffingsvrij vermogen — een vrijstelling, geen drempel

Het heffingsvrij vermogen bedraagt 59.357 € per persoon. Fiscale partners tellen samen en komen daarmee op 118.714 €. Alleen het deel van uw box 3-vermogen daarboven wordt in de heffing betrokken. Het is dus een vrijstelling en geen drempel: één euro erboven kost u geen heffing over het hele vermogen, maar over die ene euro.

Drempel of vrijstelling — het verschil in de praktijk

Een drempel (zo werkt Nederland niet)

  • Bij overschrijding wordt het hele bedrag belast
  • 59.356 € vermogen → 0 € heffing
  • 59.358 € vermogen → heffing over 59.358 €

Heffingsvrij vermogen (zo werkt het wél)

  • Alleen het meerdere telt mee
  • 59.356 € vermogen → 0 € heffing
  • 59.358 € vermogen → heffing over 1 €

Rekenvoorbeeld: 100.000 € aan goud op de peildatum

Stel: u bent alleenstaand en bezit op 1 januari voor 100.000 € aan fysiek goud, verder geen box 3-vermogen en geen schulden.

Alleenstaand

Grondslag 100.000 − 59.357 = 40.643 €. Forfait 6 % = 2.438,58 €. Heffing 36 % = 878 €

Zonder vrijstelling zou het zijn

Forfait over 100.000 € = 6.000 €. Heffing 36 % = 2.160 €

Voor partners: met een fiscale partner verdubbelt de vrijstelling tot 118.714 €. Bij hetzelfde bezit van 100.000 € is er dan helemaal geen grondslag en dus geen heffing. De verdeling van de gezamenlijke grondslag kiest u ieder jaar opnieuw in de aangifte; die keuze verandert het totaal niet, maar wel wie het aangeeft.

Alles telt mee — en de tegenbewijsregeling

De vrijstelling geldt niet per bezitting maar voor uw hele box 3-vermogen. Edelmetaal concurreert dus met alles wat u verder bezit:

  • Fysiek edelmetaal (goud, zilver, platina, palladium) — overige bezittingen
  • Cryptovaluta — eveneens overige bezittingen, met hetzelfde forfait
  • Beleggingen, een tweede woning, kunst en verzamelobjecten die u als belegging aanhoudt
  • Spaargeld en banktegoeden — die vallen in een eigen categorie met een eigen forfait

Tegenbewijsregeling: was uw werkelijke rendement over uw box 3-vermogen lager dan het forfait, dan mag u dat werkelijke rendement aangeven en betaalt u over dat lagere bedrag. Bij edelmetaal, dat geen rente of dividend oplevert, bestaat het werkelijke rendement uit de waardeontwikkeling over het jaar — die kan ook negatief zijn. U moet het dan wel kunnen onderbouwen, over uw hele box 3-vermogen tegelijk en niet alleen over het onderdeel dat u het beste uitkomt.

Fysiek versus papieren goud — fiscaal scheelt het weinig

In veel landen bepaalt de vorm waarin u edelmetaal aanhoudt het belastingtarief. In Nederland niet: fysieke baren, beleggingsmunten, ETC's en beleggingsfondsen belanden alle in box 3 en worden alle forfaitair belast over hun waarde op 1 januari. Het verschil zit niet in de fiscaliteit maar in bewaring, kosten, tegenpartijrisico en verzekerbaarheid.

Overzicht van de behandeling

Vorm van bezit Box 3-categorie Heffing
Fysieke baren en beleggingsmunten Box 3 Winst onbelast
Goud-ETC's, met of zonder leveringsrecht Box 3 Winst onbelast*
Edelmetaalfondsen en ETF's Box 3 Winst onbelast*
Waarde van al deze bezittingen op 1 januari Forfaitair rendement 6 % forfait, daarover 36 % heffing
Aandelen in mijnbouwbedrijven Forfaitair rendement Overige bezittingen, zelfde forfait
Aanmerkelijk belang van 5 % of meer Forfaitair rendement Box 2 in plaats van box 3
Cryptovaluta Box 3 Winst onbelast

* Ook bij ETC's en fondsen wordt niet de winst belast, maar de waarde op de peildatum. Werkelijke opbrengsten zoals dividend worden in box 3 niet apart belast — het forfait vervangt ze.

Waarom een leveringsrecht hier niet uitmaakt

In sommige landen is uitgeprocedeerd of een ETC met een recht op fysieke levering fiscaal gelijkstaat aan fysiek goud, omdat daar de winst bij verkoop wordt belast. In Nederland speelt die vraag niet: er is geen vermogenswinstbelasting, dus valt er ook niets gelijk te stellen. Zowel de munt in uw kluis als het ETC in uw effectendepot is een bezitting die op 1 januari wordt gewaardeerd.

Wat wel verschilt, is het tegenpartijrisico en de kostenstructuur. Bij fysiek bezit betaalt u eenmalig een marge en daarna eventueel bewaarkosten; bij een ETC betaalt u een doorlopende beheervergoeding en bent u afhankelijk van uitgevende instelling en bewaarder. Lees de essentiële-informatiedocumentatie van het product en let vooral op wie het metaal houdt en op wiens naam.

Munten zijn geen contant geld: volgens Kennisgroepstandpunt KG:202:2025:22 vallen gouden beleggingsmunten onder de overige bezittingen en niet onder banktegoeden — ook als er een nominale waarde in euro op staat. Dat is ongunstiger, want banktegoeden kennen een eigen, lager forfait. Reken uzelf dus niet rijk met de nominale waarde van een munt.

Vastleggen en aangeven — wat de Belastingdienst wil zien

Voor box 3 draait alles om één cijfer: de waarde van uw edelmetaal op 1 januari. U geeft dat bedrag zelf op en u moet het desgevraagd kunnen onderbouwen. Wilt u daarnaast een beroep doen op de tegenbewijsregeling, dan hebt u meer nodig: dan moet u uw werkelijke rendement over het hele jaar aannemelijk maken.

Wat u bewaart

  • Aankoopnota's en facturen — met datum, omschrijving, gewicht, gehalte en prijs. Bij onlineaankopen ook de orderbevestiging en het betaalbewijs.
  • Verkoopbewijzen — inkoopbon of verkoopbevestiging met datum en opbrengst, zodat u kunt aantonen dat het bezit op de volgende peildatum weg was.
  • Waardering per 1 januari — noteer de gebruikte spotprijs, de bron en het tijdstip. Een schermafdruk met datum is genoeg en scheelt discussie achteraf.
  • Opslagbewijzen — kluiscontracten en depotoverzichten per 1 januari, zeker bij opslag in het buitenland.
  • Bankafschriften — als aanvullend bewijs van de geldstromen bij aan- en verkoop, en als onderbouwing voor de tegenbewijsregeling.

Bewaartermijnen en de aangifte

Particulieren kennen geen wettelijke administratieplicht, maar de Belastingdienst kan wel navorderen: in beginsel tot vijf jaar na afloop van het belastingjaar, en tot twaalf jaar voor bezittingen die in het buitenland worden aangehouden. Bewaar uw stukken dus minimaal vijf jaar, en bij een buitenlandse kluis aanmerkelijk langer. U geeft het bezit aan in de aangifte inkomstenbelasting, in box 3 onder de overige bezittingen.

  • Scan alles — kassabonnen op thermisch papier vervagen binnen enkele jaren. Een gedateerde scan in een back-up overleeft het papier.
  • Fotografeer serienummers — bewaar de foto bij de bijbehorende factuur, zodat een baar aan een aankoop te koppelen is.
  • Houd een overzicht bij — per regel: aankoopdatum, product, gewicht, gehalte, prijs, en de waarde per 1 januari van elk jaar. Dat overzicht is precies wat u voor de aangifte en voor de tegenbewijsregeling nodig hebt.

Ontbreekt er een bewijs? Bankafschriften, e-mailbevestigingen en overzichten van de bewaarder gelden als alternatief bewijs. Voor de waardering op de peildatum is een aankoopnota trouwens niet doorslaggevend — daar telt de marktwaarde op 1 januari. Voor de tegenbewijsregeling telt de aanschafwaarde wél, want zonder beginwaarde valt geen werkelijk rendement te berekenen.

Veelgestelde vragen over edelmetaal en belasting

Moet ik een goudaankoop melden bij de Belastingdienst?
Nee, de aankoop zelf meldt u niet. Wel geeft u het bezit op in uw box 3-aangifte, naar de waarde op 1 januari. Los daarvan gelden voor de handelaar de regels van de Wwft: bij contante transacties vanaf 10.000 euro moet hij u identificeren, en ongebruikelijke transacties meldt hij bij FIU-Nederland. Sinds 1 januari 2026 geldt bovendien een verbod op contante betalingen vanaf 3.000 euro voor handelaren in goederen — grotere bedragen gaan dus verplicht giraal. Het toezicht ligt bij Bureau Toezicht Wwft.
Hoe geef ik goud op in mijn aangifte?
In box 3, onder de overige bezittingen. U vult de waarde in het economisch verkeer op 1 januari in — in de praktijk de spotprijs van die dag maal uw fijngewicht. Een aankoopprijs uit een eerder jaar hoort daar niet; het gaat om de actuele waarde op de peildatum. Hebt u een fiscale partner, dan geeft u het gezamenlijke box 3-vermogen aan en verdeelt u de grondslag onderling.
Mijn goud is in waarde gedaald. Kan ik dat verrekenen?
Niet als verlies — box 3 kent geen verliesverrekening. Wel kunt u de tegenbewijsregeling gebruiken: was uw werkelijke rendement over uw hele box 3-vermogen lager dan het forfait van 6 %, dan mag u dat werkelijke rendement aangeven. Bij edelmetaal bestaat het werkelijke rendement uitsluitend uit de waardeontwikkeling, want er is geen rente of dividend. U moet het onderbouwen met de waarde aan het begin en aan het eind van het jaar, en de regeling geldt voor uw hele vermogen tegelijk — u kunt er niet één ongunstig onderdeel uitlichten.
Zijn verzamelmunten en gouden sieraden ook belast?
Roerende zaken die u voor persoonlijk gebruik hebt — sieraden die u draagt — vallen buiten box 3, tenzij ze hoofdzakelijk als belegging dienen. Beleggingsmunten en verzamelmunten die u aanhoudt om in waarde te laten stijgen, zijn wél box 3-bezittingen; de Kennisgroep bevestigde dit in KG:202:2025:22. De grens is een kwestie van feiten: een geërfde trouwring is geen belegging, een kluis vol Krugerranden wel. Voor de btw geldt: beleggingsgoud is vrijgesteld (Wet OB 1968), zilver, platina en palladium kosten 21 % btw, en bij verzamelmunten past een handelaar vaak de margeregeling toe — de btw zit dan in de marge en is niet aftrekbaar.
Geldt dit ook voor een goudspaarplan?
Ja, en het is eenvoudiger dan elders. Omdat er geen houdperiode bestaat, hoeft u niet bij te houden welke maandinleg u wanneer verkoopt: er is geen FIFO-administratie nodig en geen speculatietermijn om in de gaten te houden. Alleen de totale waarde op 1 januari telt. Aankopen die u in de loop van het jaar doet, tellen pas mee op de volgende peildatum. Vraag uw aanbieder wel om een jaaropgave per 1 januari — die maakt de aangifte een invuloefening.
Hoeveel kost box 3 mij nu precies per jaar?
Reken met 6 % forfaitair rendement en 36 % heffing daarover: effectief 2,16 % per jaar over het deel van uw vermogen boven het heffingsvrij vermogen van 59.357 € (118.714 € met een fiscale partner). Op 100.000 € aan goud als alleenstaande komt dat neer op circa 878 € per jaar. Ligt uw werkelijke rendement lager, dan kan de tegenbewijsregeling dat bedrag drukken. Bedenk daarbij dat edelmetaal geen inkomsten oplevert: de heffing moet u uit ander vermogen betalen.

Cookiebanner? Nee!

Geen tracking, geen advertenties, geen surveillance. Beloofd. → Privacybelofte ←

Fout melden

Help ons de site te verbeteren