Beschikbaar in 27 EU-landen — in jouw taal, met lokale btw-tarieven en rekenmachines
Land

Belasting op edelmetaal in België

Wie in België fysiek goud, zilver, platina of palladium koopt en later verkoopt, botst sinds 1 januari 2026 op een nieuwe werkelijkheid. Voor het eerst kent België een echte belasting op de meerwaarde van fysiek beleggingsgoud, naast de reeds langer bestaande btw-regels, de grenzen voor contante betaling bij aankoop en verkoop, en de erfbelasting die – afhankelijk van het gewest waarin de erflater woonde – sterk uiteenloopt. Wie zijn informatie uit Nederlandse bronnen haalt, leest een ander land: dezelfde taal, een volledig ander belastingstelsel.

Deze gids brengt de Belgische fiscale aspecten van edelmetaal samen op één plaats: wat de nieuwe meerwaardebelasting precies belast en wat niet, hoe de vrijstelling werkt, wat een onvolledig jaar in België met die vrijstelling doet, wat het verschil maakt tussen goud dat u al bezat en goud dat u pas na 2026 koopt, waarom de btw-definitie van beleggingsgoud niet dezelfde is als de fiscale, hoe een nalatenschap edelmetaal waardeert, en hoe erfbelasting en schenkbelasting in Vlaanderen, Brussel en Wallonië elk hun eigen regels kennen. Waar de wet zelf nog geen antwoord geeft, zegt deze gids dat uitdrukkelijk, in plaats van te gokken.

Alles hieronder is algemene informatie over Belgisch recht, geen persoonlijk fiscaal advies, en bevat geen koersvoorspelling of aankoopaanbeveling. Waar een bedrag uit de wet zelf komt, staat dat er zo bij; waar een cijfer alleen een niet-officieel bevestigde schatting is, wordt dat evenzeer vermeld. Voor uw concrete situatie blijft de FOD Financiën of een erkend belastingadviseur de aangewezen weg.

Auteur: Markus Markert · Laatst bijgewerkt: 8 september 2026

Inhoudsopgave
  1. De meerwaardebelasting op edelmetaal is geldend recht sinds 2026
  2. Wat telt als beleggingsgoud
  3. Meerwaardebelasting is geen officiële naam voor de heffing
  4. Welke activa de wet aangrijpt, en welke ze niet noemt
  5. Een vrijstelling van de eerste schijf, geen vrijstellingsgrens
  6. Het basisbedrag en de geïndexeerde waarde voor 2026
  7. Een onvolledig belastbaar tijdperk verkleint de vrijstelling
  8. Twee verwervingsdata beslissen over het bewijs
  9. Een rekenvoorbeeld: de eerste schijf in de praktijk
  10. Verlies verrekenen en het FIFO-principe
  11. Btw-definitie tegenover fiscale definitie: waar ze uiteenlopen
  12. Erfbelasting in Vlaanderen: eigen progressie voor roerende goederen
  13. Erfbelasting in Brussel en Wallonië
  14. De waardering van edelmetaal in een nalatenschap
  15. Schenking, handgift en de verdachte periode
  16. Aangifte, termijnen en verjaring
  17. Emigratie als vervreemding
  18. Wat nog onzeker is bij deze hervorming
Deskundig. Onafhankelijk. Betrouwbaar.

Wij verkopen geen edelmetaal en bevelen geen handelaars aan. Elk cijfer steunt op een publicatie van de FOD Financiën, een geconsolideerde wettekst op Justel of professionele marktdata — nooit op een prijslijst. Geen koopadvies, geen voorspellingen.

Bevalt wat u hier ziet en leest?

We leggen ons hart en ziel in het snel, proper en gratis houden van preciousmetalprices.com — geen betaalmuren, geen rommel, enkel betrouwbare feiten en livekoersen. Als het je van pas komt, is de fijnste manier om merci te zeggen het gewoon door te vertellen. Elke keer dat je het deelt, laat je een medebelegger ons ontdekken en houd je het project mee in leven. 💛

Belasting op edelmetaal in België — gratis livekoers-beeld om te delen van preciousmetalprices.com
Thema

De meerwaardebelasting op edelmetaal is geldend recht sinds 2026

Sinds 1 januari 2026 is de verkoop van fysiek beleggingsgoud in België niet langer belastingvrij. De wet van 6 april 2026 tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa (Belgisch Staatsblad 21.04.2026, numac 2026002780) is ondubbelzinnig: artikel 35 bepaalt „Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2026.” Dit is dus geen voorstel en geen aankondiging, maar geldend recht.

Artikel 92, § 1, d) WIB92 (Wetboek Inkomstenbelastingen 1992) somt de „financiële activa” op waarop de belasting slaat, en fysiek beleggingsgoud staat daar letterlijk tussen: naast giraal en elektronisch geld noemt de bepaling „beleggingsgoud zoals bedoeld in artikel 344, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG … en de lijst van gouden munten die voldoen aan deze criteria zoals gepubliceerd door de Europese Commissie”. De belastbare grootheid heet meerwaarde, de inkomstencategorie divers inkomen (artikel 90, eerste lid, 9°, c) WIB92), en het tarief bedraagt 10 % (artikel 171, 2°, e) WIB92). Een houdtermijn kent de wet niet: hoe lang u het goud al bezit, speelt geen rol.

Belangrijk

Dit is geen Nederlands stelsel van jaarlijkse vermogensbelasting op een vast moment in het jaar. België belast niet uw bezit op zo'n moment, maar de gerealiseerde meerwaarde bij verkoop. De bevoegde administratie heet FOD Financiën, en u betaalt niet omdat u goud houdt, maar omdat u het verkoopt.

Het tarief en waarom er geen bronheffing gebeurt

Voor financiële activa waarop een tussenpersoon roerende voorheffing inhoudt, bedraagt die eveneens 10 % (artikel 269, § 1, 5° WIB92). Op fysiek beleggingsgoud gebeurt echter geen inhouding: artikel 261, eerste lid, 5° WIB92 verplicht tussenpersonen enkel tot inhouding voor de activa onder artikel 92, § 1, a) en b), niet voor fysiek goud (onderdeel d). Afgehandeld is de zaak daarmee niet: artikel 313, eerste lid, 7° WIB92 sluit de activa van artikel 92, § 1, c) en d) uitdrukkelijk uit van de vrijstelling van aangifteplicht. Wie fysiek goud met winst verkoopt, geeft die meerwaarde dus zelf aan.

Opmerking

De wet wordt in 2026 snel bijgestuurd: de programmawet van 30 mei 2026 (BS 01.06.2026, numac 2026003986) raakt artikel 171, 269 en 313 WIB92, maar niet de behandeling van beleggingsgoud; de wet van 15 juli 2026 (BS 29.07.2026, numac 2026005724) wijzigt artikel 90, eerste lid, 1°, artikel 129/1 en artikel 466 — punten die verderop terugkomen.

Wat telt als beleggingsgoud

Niet elk stuk goud dat u koopt, is voor de fiscus „beleggingsgoud”. Artikel 92, § 1, d) WIB92 verwijst naar artikel 344, lid 1 van Richtlijn 2006/112/EG: staven en plaatjes met een door de goudmarkten aanvaard gewicht, en munten die aan een reeks criteria voldoen — waaronder dat ze normaliter niet worden verkocht voor meer dan 80 % boven de openmarktwaarde van het erin vervatte goud, af te lezen op de goudprijs van de dag. Een verzamelmunt met een agio boven die grens is geen beleggingsgoud, en dus ook geen financieel actief.

Waarschuwing

„Alle gouden munten” of „goud in elke vorm” is onjuist. Een numismatische munt met een fors agio boven de goudwaarde ontsnapt aan deze belasting omdat ze géén beleggingsgoud is — niet omdat ze vrijgesteld zou zijn.

Baren tegenover verzamelmunten

Een baar van beleggingskwaliteit en een gangbare beleggingsmunt op de jaarlijkse Europese lijst vallen binnen artikel 92, § 1, d). Een verzamelmunt met een uitgesproken numismatische waarde valt eruit — en dat bepaalt of een verkoop überhaupt binnen het toepassingsgebied van deze belasting valt.

Financieel actief Beleggingsgoud? Rechtsgrond Gevolg voor de meerwaardebelasting
Baar of plaatje, marktgangbaar gewicht Ja art. 92, § 1, d) WIB92 juncto art. 344, lid 1 RL 2006/112/EG Binnen het toepassingsgebied
Beleggingsmunt op de Europese jaarlijst Ja idem Binnen het toepassingsgebied
Verzamelmunt met agio boven 80 % van de goudwaarde Nee art. 344, lid 1 RL 2006/112/EG, e contrario Buiten het toepassingsgebied
Sieraadgoud, tandgoud, oud goud zonder beleggingskarakter Nee idem Buiten het toepassingsgebied

Wie twijfelt of een stuk binnen de definitie valt, bewaart best de originele verkoopdocumentatie: die documenteert fijngehalte en prijsverhouding tot de goudwaarde, en precies die twee gegevens beslissen over de kwalificatie.

Meerwaardebelasting is geen officiële naam voor de heffing

In de pers en op fora circuleren de woorden „meerwaardebelasting” en „solidariteitsbijdrage” voortdurend. Geen van beide staat in de wet. De officiële benaming is belasting op meerwaarden op financiële activa, de belastbare grootheid heet meerwaarde, en de inkomstencategorie is divers inkomen. Als alledaags woord is „meerwaardebelasting” bruikbaar — ook deze gids gebruikt het zo — maar het is geen citaat uit de wet.

Tip

Zoekt u de wettekst zelf op, gebruik dan „wet van 6 april 2026 tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa” of het numac 2026002780. Zoeken op „meerwaardebelasting” alleen levert vaak secundaire bronnen op, niet de wettekst.

Circulaires en wijzigingswetten verwijzen consequent naar „meerwaarden op financiële activa” en naar de specifieke artikelnummers. Wie in het WIB92 zelf zoekt naar „meerwaardebelasting” of „solidariteitsbijdrage”, vindt niets.

Welke activa de wet aangrijpt, en welke ze niet noemt

Artikel 92, § 1 WIB92 somt de financiële activa limitatief op. Welke vier onderdelen dat precies zijn en waarom die opsomming gesloten is, wordt uitgewerkt in de gids zilver kopen in België; voor déze gids telt daarvan één ding. Zilver, platina en palladium komen er niet in voor: voor die metalen ontstaat binnen deze belasting geen belastbaar feit, en dat is juridisch iets anders dan een vrijstelling. Buiten de normale verrichtingen van het beheer van een privévermogen blijft artikel 90, eerste lid, 1° WIB92 op hen van toepassing, en dan gaat het om een private vervreemdingstransactie met een eigen drempel en tarief — ook dat staat in dezelfde gids.

Belangrijk

Voor goud ligt de constructie omgekeerd: daar is er wél een belastbaar feit, en de wet stelt vervolgens de eerste schijf van de meerwaarde vrij (artikel 96/2 WIB92). Dat onderscheid — een echte vrijstelling tegenover een ontbrekend belastbaar feit — loopt door heel deze gids heen en verklaart waarom beide gevallen zich anders gedragen zodra er meer dan één transactie in één jaar valt.

Wat de wet letterlijk als normaal beheer omschrijft

De wettelijke formulering luidt „normale verrichtingen van het beheer van een privévermogen”, niet „normaal beheer van het privévermogen”. Dat verschil is geen spitsvondigheid: beoordeeld worden verrichtingen, niet een toestand. Tot en met 31 december 2025 was een verkoop binnen die normale verrichtingen door een particulier eenvoudigweg geen belastbaar feit — ook toen was hij dus niet „vrijgesteld”. Sinds 1 januari 2026 is precies dat gebied belastbaar geworden, en uitsluitend voor beleggingsgoud.

Artikel 3, a) van de wet van 6 april 2026 zorgt ervoor dat de twee niveaus elkaar niet overlappen: het vervangt in artikel 90, eerste lid, 1° WIB92 de woorden „8° en 10°” door „en 8° tot 10°”, waardoor de meerwaarden van nummer 9° uit nummer 1° zijn gelicht. Eén en dezelfde verkoop valt dus onder het ene of onder het andere regime, nooit onder beide tegelijk.

Waarschuwing

De uitzondering op de gemeentelijke opcentiemen (artikel 466, tweede lid WIB92, aangevuld door artikel 32 van de wet) slaat op het volledige nummer 9°, dus op de nieuwe goudregeling, en uitdrukkelijk niet op nummer 1°. Artikel 99 van de wet van 15 juli 2026 hangt aan artikel 466 bovendien drie nieuwe leden met een door de Koning vast te leggen vermenigvuldigingsfactor vanaf aanslagjaar 2029: formuleer deze regel dus nooit als blijvend.

Geen houdtermijn, en welke getalsgrens de wet wél kent

De wet kent voor artikel 90, eerste lid, 9°, c) geen enkele bezitstermijn. Er is geen periode na afloop waarvan de winst onbelast blijft, en evenmin een korte termijn die de heffing juist uitlokt. Beslissend is alleen de realisatie door een overdracht onder bezwarende titel — verkoop, ruil, inbreng of een daarmee gelijkgestelde handeling.

Voor de vraag of u beroepsmatig handelt, kent de wet evenmin een aantal stukken, een omzetcijfer of een frequentie. Wel geldt sinds de wet van 15 juli 2026 een de-minimisregel in artikel 90, eerste lid, 1° WIB92: verrichtingen van beheer van een privévermogen bestaande uit roerende voorwerpen worden onweerlegbaar vermoed normale verrichtingen te zijn zolang de bruto-opbrengsten niet meer dan 972 euro bedragen (van toepassing vanaf aanslagjaar 2027, dus op de inkomsten van 2026). Beleggingsgoud (artikel 92, § 1 WIB92) valt uitdrukkelijk buiten dat vermoeden, zodat die grens voor uw goud niets verandert; wat ze voor zilver, platina en palladium betekent, staat in de gids zilver kopen in België. Gaat het om een echte beroepswerkzaamheid, dan zijn de winsten geen divers inkomen meer maar beroepsinkomen: progressief tarief, gemeentelijke opcentiemen en sociale bijdragen als zelfstandige. Beide begrippen — „normale verrichtingen” en „beroepswerkzaamheid” — zijn wettelijk niet gedefinieerd, en de invulling die de rechtspraak eraan geeft, is in de bronnen achter deze gids niet aan arresten getoetst. Voor díé invulling noemt deze gids daarom geen cijfer: buiten de de-minimis van 972 euro voor roerende voorwerpen kent de wet zelf geen getalsmatige grens.

Een vrijstelling van de eerste schijf, geen vrijstellingsgrens

Artikel 96/2, eerste lid, 2° WIB92 maakt de meerwaardebelasting op goud voor de meeste verkopers hanteerbaar: „Vrijgesteld zijn: … de eerste schijf van 4.855 euro van de in artikel 90, eerste lid, 9°, c), bedoelde inkomsten.” Vrijgesteld is dus de eerste schijf — niet een drempel waarboven plots alles belast wordt.

Belangrijk

Wie hiervan een vrijstellingsgrens maakt („vanaf 10.001 euro is alles belast”), verhoogt in het rekenvoorbeeld verderop de belasting met bijna 70 procent. Bedraagt de meerwaarde 12.000 euro, dan is niet het volledige bedrag belastbaar: enkel het deel boven de vrijgestelde eerste schijf wordt aan 10 % belast.

Eén vrijstelling voor alle activa van categorie c)

De vrijstelling geldt niet per beleggingsklasse. Aandelen, fondsen, ETF's, cryptoactiva én fysiek beleggingsgoud vallen onder de categorie c) van artikel 90, eerste lid, 9° WIB92 — precies de inkomsten waarnaar artikel 96/2, eerste lid, 2° verwijst — en putten dezelfde eerste schijf uit. Wie in hetzelfde jaar al een deel op een aandelenmeerwaarde gebruikte, houdt voor het goud minder vrijstelling over.

Artikel 96/2, eerste lid, 3° en derde lid WIB92 voorziet daarnaast in een overdracht van niet-gebruikte vrijstelling naar volgende jaren, met een basisbedrag van 480 euro en een maximale cumulatieve overdracht van 2.426 euro, eveneens jaarlijks geïndexeerd.

Het basisbedrag en de geïndexeerde waarde voor 2026

Rond de hoogte van de vrijstelling circuleren twee bedragen, en ze mogen niet door elkaar gebruikt worden. Artikel 96/2 WIB92 noemt zelf 4.855 euro als niet-geïndexeerd basisbedrag. Dat de vrijstelling geïndexeerd wordt, staat vast: artikel 15 van de wet van 6 april 2026 voegt aan artikel 178, § 5 WIB92 de bedragen van artikel 96/2, eerste lid, 1° toe, en artikel 33 van diezelfde wet onderwerpt het bedrag van artikel 96/2, eerste lid, 3° uitdrukkelijk aan artikel 178, met 1988 als basisjaar. Dát er geïndexeerd wordt, staat daarmee vast; de precieze mechaniek voor het bedrag van 4.855 euro uit het eerste lid, 2° volgt niet rechtstreeks uit die paragraaf.

Opmerking

Wat niet vaststaat, is de precieze hoogte van het geïndexeerde bedrag voor 2026. In omloop is een schatting van 10.000 EUR, maar die staat niet in de wet, en het officiële indexeringsbericht kon niet worden teruggevonden. Behandel 10.000 EUR als een niet-officieel bevestigde afgeleide waarde, niet als een wettelijk cijfer.

Bedrag Betekenis Rechtsgrond Officieel bevestigd?
4.855 euro Niet-geïndexeerd basisbedrag van de vrijstelling art. 96/2, eerste lid, 2° WIB92 Ja, letterlijk in de wet
circa 10.000 EUR Geïndexeerde schatting voor 2026 Indexeringsmechaniek art. 178 WIB92 Nee, geen officieel indexeringsbericht teruggevonden
480 euro Basisbedrag van de overdraagbare, ongebruikte vrijstelling art. 96/2, eerste lid, 3° WIB92 Ja
2.426 euro Maximale cumulatieve overdracht art. 96/2, derde lid WIB92 Ja
10 % Tarief op het belastbare deel van de meerwaarde art. 171, 2°, e) WIB92 Ja
31 december 2030 Einde van de keuze voor de werkelijke aanschaffingswaarde bij ouder bezit art. 102, § 4, vierde lid WIB92 Ja
31 december 2025 Referentiedatum voor de waarde van vóór 2026 verworven goud art. 102, § 4 WIB92 Ja

Gebruik voor de aangifte een van beide correcte formuleringen — ofwel „een jaarlijks geïndexeerde vrijstelling, basisbedrag 4.855 euro” ofwel de 10.000 EUR uitdrukkelijk als niet-officieel bevestigde schatting. Nooit allebei door elkaar, en nooit de 10.000 EUR als citaat uit de wet.

Een onvolledig belastbaar tijdperk verkleint de vrijstelling

Wie in de loop van een jaar in België komt wonen of het land verlaat, heeft geen volledig belastbaar tijdperk — en dat raakt rechtstreeks de hoogte van de vrijstelling. Artikel 129/1 WIB92 staat in de afdeling over de beperking van de voordelen in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk en bepaalt dat de bedragen die het opsomt „verminderd [worden] in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden ten opzichte van 12 maanden”, wanneer dat tijdperk om een andere reden dan overlijden geen volledig kalenderjaar beslaat.

Artikel 13 van de wet van 6 april 2026 voegt daar de bedragen van artikel 96/2, eerste lid, 1° tot 3° aan toe — dus zowel de vrijgestelde eerste schijf als de overdraagbare rest. Artikel 103 van de wet van 15 juli 2026 voegt er bovendien artikel 90, eerste lid, 1° aan toe. Beide toevoegingen zijn aan de wijzigingstekst zelf te lezen, niet aan de geconsolideerde versie van het WIB92, die op Justel sinds 2002 niet meer wordt bijgewerkt.

Belangrijk

Praktisch gevolg: verhuist u in juli naar België en verkoopt u in november beleggingsgoud, dan beschikt u niet over de volle jaarlijkse vrijstelling maar over het pro rata verminderde bedrag. Bij vertrek geldt hetzelfde spiegelbeeldig — en daar valt de regel samen met de gelijkstelling van emigratie met een vervreemding, verderop in deze gids.

Opmerking

Wat artikel 129/1 niet regelt, is de toewijzing van de vrijstelling bij een gemeenschappelijke aanslag. Of gehuwden en wettelijk samenwonenden elk een eigen vrijstelling genieten dan wel samen één, volgt niet uit deze bepaling; die vraag zou aan de artikelen 126 tot 128 WIB92 moeten worden beantwoord, en dat is in de bronnen achter deze gids niet gebeurd. Er staat hier daarom geen bedrag per partner.

Twee verwervingsdata beslissen over het bewijs

De strengste regel van deze hervorming raakt niet iedereen even hard: welke variant geldt, hangt af van wanneer u het goud heeft verworven.

Voor beleggingsgoud dat u vanaf 1 januari 2026 heeft gekocht, geldt artikel 102, § 1, zesde lid WIB92: „Wanneer de aanschaffingswaarde … niet op basis van bewijskrachtige gegevens wordt bepaald, stemt de belastbare meerwaarde overeen met de ontvangen prijs of waarde zoals bepaald in het eerste lid.” Kunt u de aankoopprijs niet bewijzen, dan is de volledige verkoopprijs de belastbare meerwaarde — niet enkel de winst.

Let op

Dit is de zwaarste regel van dit hoofdstuk en geldt uitsluitend voor goud gekocht vanaf 2026 — verwar ze niet met de regel voor ouder bezit hieronder, precies dat verschil veroorzaakt de meeste onjuiste berichten over deze wet.

Voor goud dat u vóór 1 januari 2026 al bezat, geldt artikel 102, § 4 WIB92: „in afwijking van paragraaf 1, eerste lid” komt de waarde op 31 december 2025 in de plaats van de aanschaffingswaarde. Voor bestaand bezit is dus helemaal geen aankoopfactuur nodig.

Verworven Referentiewaarde Zonder bewijs Rechtsgrond
Vanaf 1 januari 2026 Werkelijke aanschaffingswaarde Volledige verkoopprijs belastbaar art. 102, § 1, zesde lid WIB92
Vóór 1 januari 2026 (bestaand bezit) Waarde op 31 december 2025 Geen bewijs vereist, referentiewaarde geldt art. 102, § 4 WIB92
Vóór 1 januari 2026, met keuze voor werkelijke aanschaffingswaarde (tot 31.12.2030) Werkelijke aanschaffingswaarde, zelf aan te tonen Bij gebrek aan bewijs terugval op § 1, zesde lid art. 102, § 4, vierde lid WIB92

Wie voor overdrachten tot en met 31 december 2030 toch de werkelijke, historische aankoopprijs wil gebruiken, mag dat — maar moet die dan zelf bewijzen; lukt dat niet, dan valt de berekening terug op het eerste lid en geldt de volledige verkoopprijs als meerwaarde.

Hoe die referentiewaarde zelf wordt bepaald, laat de wet niet vrij. Artikel 102, § 4, tweede lid legt een volgorde vast: voor activa die op een gereglementeerde markt of op een andere openbare, regelmatig werkende markt genoteerd zijn, geldt de laatste slotkoers van het jaar 2025 (1°); is dat niet mogelijk, dan de hoogste van drie in de wet omschreven waarden (2°); en pas als geen van beide trappen toepasbaar is, mag de waarde volgens het derde lid tot 31 december 2027 worden vastgesteld door een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant — uitdrukkelijk niet uw gebruikelijke beroepsbeoefenaar. De revisorweg is dus nagerangschikt, geen alternatief naar keuze.

Let op

Welke trap voor fysiek goud geldt, staat niet vast: goud wordt weliswaar dagelijks openbaar genoteerd, maar uw staaf of munt is niet hetzelfde als die notering. De historische edelmetaalprijzen zijn daarom een oriëntatie om de waarde van eind 2025 te reconstrueren, geen wettelijk voorgeschreven methode.

Tip

Bewaar toch elk aankoopbewijs dat u heeft, ook voor bestaand bezit: het opent tot 2030 de mogelijkheid om alsnog voor de werkelijke aanschaffingswaarde te kiezen. Waar u die bewijzen apart van het goud zelf bewaart, bespreekt de gids edelmetalen bewaren en verzekeren.

Een rekenvoorbeeld: de eerste schijf in de praktijk

Onderstaand voorbeeld combineert de vrijstelling van de eerste schijf (artikel 96/2) met de referentiewaarde voor bestaand bezit (artikel 102, § 4) — het meest voorkomende geval: goud dat al vóór 2026 in bezit was.

Stel: u verkoopt in 2026 beleggingsgoud dat u al jaren bezit, voor 18.000 euro. De waarde van datzelfde goud op 31 december 2025 bedroeg 14.000 euro.

Verkoopprijs beleggingsgoud (art. 90, eerste lid, 9°, c) WIB92)   18.000 EUR
− Waarde op 31.12.2025 (art. 102, § 4 WIB92, geen bewijs nodig)    14.000 EUR
= meerwaarde                                                       4.000 EUR
− vrijstelling: de eerste schijf (art. 96/2 WIB92)                 4.000 EUR
= belastbaar                                                           0 EUR

Omdat de meerwaarde van 4.000 euro onder het basisbedrag van 4.855 euro blijft, is deze verkoop volledig vrijgesteld. Er is hier gerekend met het niet-geïndexeerde basisbedrag van 4.855 euro; het werkelijk toepasselijke bedrag is het geïndexeerde, dat hoger ligt en waarvan de hoogte voor 2026 niet officieel bevestigd is. Voor deze verkoop verandert dat de uitkomst niet — bij een hogere vrijstelling blijft nul gewoon nul — maar bij grotere meerwaarden wel, en altijd in uw voordeel.

Belangrijk

Ligt de meerwaarde hoger, dan verandert de rekenwijze, niet de logica. Bedraagt de meerwaarde 12.000 euro, dan is niet het volledige bedrag belastbaar: enkel het deel boven de vrijgestelde eerste schijf (7.145 euro bij een basisbedrag van 4.855 euro) wordt tegen 10 % belast — hier 714,50 euro. Wie de vrijstelling als drempel behandelt, rekent 12.000 euro maal 10 % en komt op ongeveer 1.200 euro, dus bijna 70 procent te veel. Met het hogere geïndexeerde bedrag valt de juiste uitkomst nog lager uit en wordt het verschil dus nog groter.

Twee kanttekeningen: dit is een vereenvoudigde berekening voor één verkoop — realiseerde u in hetzelfde jaar ook een meerwaarde op aandelen of crypto, dan wordt dezelfde vrijstelling over al die transacties samen verbruikt; en de belastingcalculator van deze site geeft een eerste indicatie, maar rekent nog niet voor elk land het volledige Belgische regime door — gebruik hem als oriëntatie, niet als bindende berekening.

Wie de eigen situatie wil naspelen voor hij een verkoop plant, gebruikt daarvoor de belastingcalculator en legt de uitkomst naast de referentiewaarde uit het voorbeeld hierboven.

Verlies verrekenen en het FIFO-principe

Een verkoop met verlies is binnen deze belasting niet zomaar een gemiste kans. Artikel 102, § 5 WIB92 laat toe om een verlies op een financieel actief te verrekenen met een meerwaarde op een ander actief van dezelfde categorie, binnen hetzelfde belastbare tijdperk. Een verlies op goud kan dus verrekend worden met een meerwaarde op aandelen, een fonds, een ETF of crypto — allemaal dezelfde categorie in de zin van artikel 102, § 5 WIB92, namelijk de inkomsten van artikel 90, eerste lid, 9°, c) — maar niet met een andere categorie, en niet met een ander jaar.

Opmerking

Of een verlies zonder tegenoverstaande winst naar een volgend jaar kan worden overgedragen via artikel 103 WIB92, staat op basis van de onderzochte bronnen niet met zekerheid vast — deze gids laat dat uitdrukkelijk als open vraag staan.

Wie meerdere keren dezelfde soort goud kocht, moet bij een gedeeltelijke verkoop weten welke exemplaren als verkocht gelden. Artikel 102, § 1, vierde lid WIB92 legt daarvoor het FIFO-principe vast: „first in, first out”. De eerst aangekochte stukken gelden fiscaal als de eerst verkochte, ongeacht welk exemplaar u fysiek uit de kluis haalt. Voor elke aankoop noteert u best datum, gewicht, prijs en — voor bestaand bezit — de waarde op 31 december 2025, zoals de gids goud kopen in België aanraadt.

Btw-definitie tegenover fiscale definitie: waar ze uiteenlopen

Bij de aankoop van edelmetaal speelt naast de meerwaardebelasting ook de btw. Dat beleggingsgoud daarvan is vrijgesteld en de andere metalen niet, welke vier cumulatieve criteria artikel 1, § 8 WBTW daarvoor stelt, waar de grens met de verzamelmunt loopt en hoe de margeregeling daarop inwerkt, leest u in de gidsen goud kopen in België en zilver kopen in België. Voor déze gids telt uit dat hele hoofdstuk maar één punt, en het is precies het punt waarop lezers zich het vaakst vergissen: de twee definities lopen uiteen.

Artikel 92, § 1, d) WIB92 verwijst uitsluitend naar artikel 344, lid 1 van Richtlijn 2006/112/EG. De Belgische uitsluiting van staven en plaatjes van ten hoogste één gram staat niet daar, maar in artikel 1, § 8, 1° WBTW — de nationale invulling van een lidstaatoptie uit dezelfde richtlijn. Voor de meerwaardebelasting bestaat die uitsluiting dus niet, en de btw-behandeling van een stuk zegt niets over zijn fiscale kwalificatie.

Belangrijk

Een goudbaartje van één gram is voor de btw géén beleggingsgoud en draagt het normale tarief; voor de meerwaardebelasting kan datzelfde staafje wél een financieel actief zijn en dus onder de 10 % vallen. Leid het ene regime nooit uit het andere af — in geen van beide richtingen.

Bij munten werkt hetzelfde verschil door. De jaarlijkse lijst van gouden munten die de Europese Commissie publiceert — voor 2026 in Publicatieblad C/2025/5923 van 14 november 2025 — is voor beide regimes een hulpmiddel en voor geen van beide een uitputtende opsomming: een munt die er niet op staat maar wel aan de criteria van artikel 344, lid 1 voldoet, blijft beleggingsgoud, en de bewijslast ligt dan bij wie zich erop beroept. Voor de meerwaardebelasting betekent dat: de kwalificatievraag uit het hoofdstuk „Wat telt als beleggingsgoud” gaat vooraf aan elke berekening, en u beantwoordt ze per stuk, niet per factuur.

Opmerking

Voor contant geld gelden bij edelmetaal vier verschillende grenzen naargelang wie van wie koopt; ze horen bij de aankoop en staan, met de rechtzetting na arrest nr. 48/2025 van het Grondwettelijk Hof, in de gids goud kopen in België. Voor de heffing zelf maken ze geen verschil: de meerwaarde is even belastbaar of u nu contant, per overschrijving of in delen betaald wordt.

Erfbelasting in Vlaanderen: eigen progressie voor roerende goederen

Erfbelasting is in België een gewestelijke, geen federale bevoegdheid, en de drie gewesten kennen elk hun eigen tarieven. Aanknopingspunt is de fiscale woonplaats van de erflater bij overlijden. In Vlaanderen int VLABEL de erfbelasting volgens de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).

In rechte lijn en tussen partners (Tabel I, artikel 2.7.4.1.1 VCF) bedraagt het tarief 3 % tot 50.000 euro, 9 % tot 250.000 euro en 27 % daarboven. Voor broers en zussen (Tabel II) geldt 25 / 30 / 55 % op de schijven 35.000 / 75.000 euro, per verkrijger; voor alle andere personen 25 / 45 / 55 % op dezelfde schijven, maar berekend op de som van de netto-verkrijgingen van al die personen samen.

Belangrijk

Bij Tabel I wordt het tarief apart voor roerende en onroerende goederen toegepast. Fysiek edelmetaal is roerend en loopt dus in een eigen progressie, los van geërfd vastgoed — economisch het belangrijkste Vlaamse punt hier. Bij Tabel II bestaat die scheiding niet.

Partnervrijstelling en singlevermindering sinds 2026

Voor overlijdens vanaf 1 januari 2026 is de eerste schijf van 75.000 euro roerende goederen voor de partner vrijgesteld — voordien 50.000 euro (artikel 2.7.6.0.6, § 2 VCF). De VCF noemt dit een vrijstelling, geen abattement; de partner mag geen bloedverwant in de rechte lijn zijn.

De „vriendenerfenis” (3 % tot 15.000 euro) vervalt voor nieuwe testamenten vanaf 2026, en maakt plaats voor de singlevermindering: 3 % tot 50.000 euro en 9 % tot 100.000 euro per begunstigde, max. 100.000 euro per nalatenschap — mits geen partner/(klein)kinderen, wél een testament met aangeduide begunstigden, aangevraagd onder „Gunstregelingen”.

Documentatie die ook bij een erfenis van pas komt: edelmetalen bewaren en verzekeren en vermogensbescherming.

Erfbelasting in Brussel en Wallonië

Brussel en Wallonië werken niet met de VCF, maar met het federale Wetboek der successierechten (W.Succ.), waarvan het gewest de tarieven bepaalt.

In Brussel (artikel 48 W.Succ.) loopt het tarief in rechte lijn en tussen partners van 3 tot 30 %; broers/zussen 20 tot 65 %; ooms, tantes, neven en nichten 35 tot 70 %; alle andere personen 40 tot 80 % (topschijf vanaf 175.000 euro). Een neef of nicht die edelmetaal erft, zit dus in de derde klasse, niet in de vierde. Een vrijstelling (artikel 54–55bis) stelt de eerste schijf van 15.000 euro vrij, +2.500 euro per kind onder 21 jaar.

Waarschuwing

Voor Wallonië gelden voor overlijdens in 2026 en 2027 nog de OUDE tarieven van artikel 48 W.Succ.: rechte lijn 3 tot 30 %, broers/zussen tot 65 %, ooms, tantes, neven en nichten tot 70 %, alle andere personen tot 80 % (topschijf al vanaf 75.000,01 euro). De veelgeciteerde verlaging naar 15–40 % geldt volgens het Waalse decreet van 5 december 2024 pas vanaf 1 januari 2028.

Dezelfde verhoging van de abattementen van artikel 54 W.Succ. (1° en 3° naar 25.000 euro, 2° naar 5.000 euro) geldt volgens artikel 30, tweede lid van dat decreet pas voor overlijdens vanaf 1 januari 2028; enkel artikel 1 en artikel 8 van het decreet gelden al voor overlijdens vanaf 1 januari 2025. Welke abattementbedragen in 2026 en 2027 gelden — ook voor wie zilverbaren nalaat — kon aan geen officiële geconsolideerde tekst worden vastgesteld, en deze gids drukt daarom geen cijfer af.

Gewest Toptarieven per verwantschapsklasse Vrijstelling Rechtsgrond
Vlaanderen rechte lijn en partner 27 % vanaf 250.000 euro; broers/zussen en alle anderen tot 55 % Partner: 75.000 euro roerend vrij art. 2.7.4.1.1, 2.7.6.0.6 VCF
Brussel rechte lijn en partner tot 30 %; broers/zussen tot 65 %; ooms, tantes, neven en nichten tot 70 %; anderen tot 80 % vanaf 175.000 euro 15.000 euro vrij, +2.500 euro/kind art. 48, 54–55bis W.Succ.
Wallonië, 2026–2027 rechte lijn en partner tot 30 %; broers/zussen tot 65 %; ooms, tantes, neven en nichten tot 70 %; alle andere personen tot 80 % vanaf 75.000,01 euro niet vast te stellen (zie tekst) art. 48, 54 W.Succ.; decreet 05.12.2024

Justel houdt voor het W.Succ. zelf geen bijgewerkte tekst bij; bovenstaande tarieven steunen op de fiche fiscale van de FOD Financiën. Ook het grond- en detectorrecht is regionaal geregeld — zie edelmetalen begraven en de wet.

De waardering van edelmetaal in een nalatenschap

Voor de erfbelasting telt niet wat de overledene ooit voor zijn baren betaalde, maar wat ze waard zijn op de dag van het overlijden. Voor Vlaanderen staat dat met zoveel woorden in artikel 2.7.3.3.1 VCF: de belastbare waarde is „de door de aangevers te schatten verkoopwaarde op de dag van het overlijden”. Voor Brussel en Wallonië loopt dezelfde regel via artikel 19 W.Succ. — volgens de fiche fiscale van de FOD Financiën, want Justel houdt voor het Wetboek der successierechten zelf geen tekst bij.

Twee dingen volgen daaruit die bij edelmetaal geregeld verkeerd worden ingeschat: de schatting is de úwe, en ze is aan één dag gekoppeld.

Situatie Gevolg voor de aangifte van nalatenschap
De prijs stijgt tussen overlijden en verkoop De grondslag blijft de waarde op de overlijdensdatum
De prijs daalt tussen overlijden en verkoop Ook dan blijft de waarde op de overlijdensdatum de grondslag
Geen aankoopfactuur van de overledene voorhanden Voor de waardering niet beslissend: geschat wordt de verkoopwaarde, niet de historische prijs
Meerdere erfgenamen Elk geeft zijn eigen verkrijging aan; of het tarief per verkrijger of op de som loopt, verschilt per tabel — zie hierboven

Tip

Noteer bij een overlijden zo snel mogelijk gewicht, fijngehalte en aantal stukken, en leg de koers van die dag vast. De wet geeft geen officieel opgelegde koers voor deze schatting; een gedateerde dagkoers is daarom het eenvoudigste stuk waarmee u een schatting navolgbaar maakt.

Een later gerealiseerde verkoopprijs verandert de grondslag in beginsel niet. Ze kan hoogstens aannemelijk maken dat de oorspronkelijke schatting te laag of te hoog was — en juist daarom is het onverstandig om bij de aangifte een bedrag te noemen dat ver van de dagkoers ligt. Hoe u de stukken zelf documenteert, staat in de gids edelmetalen bewaren en verzekeren.

Schenking, handgift en de verdachte periode

Voor de schenking van roerende goederen zoals goudbaren of palladiummunten kent elk gewest een eigen registratierecht: Vlaanderen (artikel 2.8.4.1.1 VCF) 3 % in de rechte lijn en tussen partners, 7 % voor alle andere begunstigden; Brussel (artikel 131, § 2 W.Reg.) dezelfde 3 % en 7 %; Wallonië (artikel 131bis W.Reg.) 3,3 % en 5,5 %.

Let op

Een derde Waalse schijf van 7,7 % circuleert online, maar staat nergens officieel bevestigd — de tekst op Wallex dateert uit 2005 en noemt 3, 5 en 7 %. Gebruik het cijfer van 7,7 % niet.

De FOD Financiën noemt „de overhandiging van een geldsom of van juwelen” als voorbeeld van een handgift, waarvan registratie vrijwillig is. Zonder registratie: geen schenkbelasting — niet door een vrijstelling, maar omdat zonder registratieplichtige akte geen belastbaar feit ontstaat.

Belangrijk

Overlijdt de schenker binnen de verdachte periode na een niet-geregistreerde handgift, dan valt het geschonkene alsnog in de nalatenschap. Die termijn is vijf jaar in Vlaanderen (schenkingen vanaf 2025, voordien drie), vijf jaar in Brussel (na 1 januari 2026, voordien drie), en in Wallonië al langer vijf jaar — drie ingangsdata, nooit „heel België sinds 2025”.

Aangifte, termijnen en verjaring

De meerwaarde wordt aangegeven in de personenbelasting, samen met het beroep op de vrijstelling (artikel 96/2), een hogere aanschaffingswaarde (artikel 102, § 4, vierde lid) of verliesverrekening (artikel 102, § 5); de aangifteplicht zelf volgt uit artikel 313, eerste lid, 7° WIB92.

Opmerking

Artikel 307, § 1/1 WIB92 regelt de verrekening van roerende voorheffing — die wordt op fysiek beleggingsgoud nooit ingehouden (artikel 261, eerste lid, 5° geldt alleen voor a) en b)). Die bepaling is dus niet de juiste rechtsgrond voor de aangifteplicht.

In diezelfde aangifte vraagt u ook uitdrukkelijk wat u wilt inroepen: de vrijstelling van artikel 96/2, de keuze voor de werkelijke aanschaffingswaarde van artikel 102, § 4, vierde lid, en de verrekening van een verlies uit artikel 102, § 5. Geen van die drie gebeurt automatisch — er is bij fysiek goud immers geen tussenpersoon die iets aangeeft of inhoudt. De aanschaffingswaarde bewijst u met alle bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed: facturen, betalingsbewijzen, rekeninguittreksels en briefwisseling tellen dus mee, maar u moet ze zelf kunnen voorleggen.

Tip

Houd per verkocht stuk één dossiertje bij: datum en prijs van de aankoop of de waarde op 31 december 2025, gewicht en fijngehalte, de verkoopfactuur en de berekening zelf. De wet schrijft daarvoor geen vorm voor, maar het is wel de volgorde waarin de administratie de cijfers zal willen zien.

Officieel bekend zijn tot dusver alleen de termijnen voor aanslagjaar 2026 (papier 30 juni, Tax-on-web 19 juli). Goudverkopen die u in 2026 realiseert, vallen onder aanslagjaar 2027, en het koninklijk besluit met formulier en termijnen daarvoor was bij het opstellen van deze gids nog niet verschenen.

Waarschuwing

Print geen concrete datum, rubriek- of codenummer voor aanslagjaar 2027 — die bestaan nu nog niet. Raadpleeg vlak voor de aangifteperiode de actuele instructies van de FOD Financiën.

Voor de erfbelasting geldt volgens de fiche fiscale van de FOD Financiën een aangiftetermijn van vier maanden bij overlijden in België, vijf in Europa, zes daarbuiten (artikel 40 W.Succ.; Justel houdt voor het Wetboek der successierechten zelf geen tekst bij; Vlaanderen: EER in plaats van Europa, indiening via ERFonline). Betaling volgt binnen twee maanden na het verstrijken van die termijn; aangifteplichtig zijn de erfgenamen en algemene legatarissen zelf, niet de notaris.

Voor de meerwaardebelasting bedraagt de verjaringstermijn drie jaar bij tijdige aangifte, vier jaar bij niet-tijdige of ontbrekende aangifte, zes jaar in bepaalde internationale situaties, en tien jaar bij een „complexe aangifte” of bij bedrieglijk opzet (artikel 354 WIB92).

Emigratie als vervreemding

Wie zijn fiscale woonplaats naar het buitenland verlegt, wordt daarmee voor de meerwaardebelasting gelijkgesteld met wie zijn activa onder bezwarende titel overdraagt — ook voor fysiek beleggingsgoud (artikel 92, § 2, 2° WIB92). De verhuizing zelf activeert dus al een belastbaar feit; wie denkt dat vertrekken uit België de belasting eenvoudigweg vermijdt, vergist zich al bij de eerste stap.

Belangrijk

Bij verhuizing naar een lidstaat van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of een staat met een dubbelbelastingverdrag kan de betaling wel worden uitgesteld. De betalingsplicht vervalt na 24 maanden, of eerder bij terugkeer binnen die 24 maanden (artikel 413/1, § 6, zesde lid WIB92). Het uitstel vervalt echter zodra de betrokken activa in die periode worden overgedragen of in pand gegeven.

Voor wie tijdelijk in het buitenland woont en zijn goud daar niet verkoopt of verpandt, blijft de gelijkstelling met een vervreemding dus doorgaans zonder financieel gevolg — het risico ontstaat pas bij een daadwerkelijke overdracht tijdens de uitstelperiode, of wanneer geen van de genoemde landencategorieën van toepassing is. De omrekening van een buitenlandse verkoopprijs naar euro kan de wisselkoersen van deze site als eerste oriëntatie bieden.

Wat nog onzeker is bij deze hervorming

Deze gids beschrijft wat vaststaat over beleggingsgoud, en zegt het uitdrukkelijk waar dat niet zo is. Een aantal knopen was bij het opstellen van deze tekst nog niet doorgehakt:

Open punt Waarom onzeker
Referentiewaarde van fysiek goud op 31 december 2025 Circulaire 2026/C/74 zou referentiewaarden bevatten, maar stond achter een aanmeldingsmuur op Fisconetplus
Hoogte van de geïndexeerde vrijstelling voor 2026 Geen officieel indexeringsbericht teruggevonden; 10.000 EUR is een niet-bevestigde afgeleide waarde
Vrijstelling per belastingplichtige of per gezin Artikel 129/1 WIB92 regelt alleen de pro-ratavermindering, niet de toewijzing bij gezamenlijke aanslag
Fiscale behandeling van geërfd of geschonken beleggingsgoud De wet zegt niet of de nieuwe eigenaar rekent met de overnamewaarde of de historische aanschaffingswaarde
Aangifteformulier en termijnen voor aanslagjaar 2027 Het koninklijk besluit was nog niet verschenen

Twijfelt u over uw concrete situatie, dan is een gesprek met de FOD Financiën of een erkend belastingadviseur de veiligste weg — deze gids is geen individueel advies en geen koersvoorspelling.

Rekenhulpen bij dit onderwerp

Veelgestelde vragen

Moet ik goud dat ik al vóór 2026 bezat, ook aangeven als ik het nu verkoop?

Ja, de verkoop valt binnen de meerwaardebelasting, maar u hoeft geen aankoopfactuur voor te leggen. Voor goud dat u vóór 1 januari 2026 al bezat, geldt artikel 102, § 4 WIB92: de waarde op 31 december 2025 komt in de plaats van de aanschaffingswaarde. Alleen als u liever de werkelijke, historische aankoopprijs gebruikt, moet u die zelf bewijzen. De meerwaarde geeft u zelf aan in de personenbelasting; een tussenpersoon houdt bij fysiek goud niets in.

Wat gebeurt er als ik goud verkoop dat ik geërfd heb?

De verkoop zelf valt onder de meerwaardebelasting, want ook geërfd beleggingsgoud blijft een financieel actief in de zin van artikel 92, § 1, d) WIB92. Wat de wet níét zegt, is met welke waarde u dan rekent: de waarde die bij de erfbelasting werd aangegeven, of nog de aanschaffingswaarde van de overledene. De wettekst geeft daarop geen antwoord, en deze gids gokt er niet naar. Bewaar dus zowel de aangifte van nalatenschap als alle aankoopstukken die de erflater naliet, en leg de vraag vóór de verkoop voor aan de FOD Financiën.

Wat is het verschil tussen een vrijstelling en het ontbreken van een belastbaar feit?

Bij goud bestaat er wél een belastbaar feit, maar de wet stelt de eerste schijf van de meerwaarde vrij (artikel 96/2 WIB92) — een echte vrijstelling. Bij zilver, platina en palladium ontbreekt binnen deze belasting het belastbaar feit zelf: artikel 92, § 1 WIB92 somt de financiële activa op in vier onderdelen a) tot d); zilver komt daar niet in voor, en de wet geeft de Koning geen machtiging om die opsomming uit te breiden. Het resultaat lijkt vergelijkbaar — geen 10 % verschuldigd — maar juridisch zijn het twee verschillende constructies, en de uitspraak „zilver is vrijgesteld” is dus onjuist.

Wordt mijn vrijstelling kleiner als ik pas in de loop van het jaar in België kom wonen?

Ja. Artikel 129/1 WIB92 vermindert de bedragen die het opsomt in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk, uitgedrukt in maanden tegenover twaalf maanden, wanneer dat tijdperk om een andere reden dan overlijden geen volledig kalenderjaar beslaat. Artikel 13 van de wet van 6 april 2026 heeft daar de vrijstelling van artikel 96/2, eerste lid, 1° tot 3° aan toegevoegd. Wie in juli aankomt en in november verkoopt, rekent dus met een pro rata verminderde vrijstelling, niet met het volledige jaarbedrag; bij vertrek uit België geldt hetzelfde spiegelbeeldig.

Mag ik een verlies op goud verrekenen met winst op aandelen?

Binnen hetzelfde belastbare tijdperk wel, want beide behoren tot dezelfde categorie: artikel 102, § 5 WIB92 laat verrekening toe tussen financiële activa van dezelfde categorie in hetzelfde tijdperk, en fysiek beleggingsgoud deelt die categorie met aandelen, fondsen, ETF's en cryptoactiva. Wat u niet mag, is verrekenen met een ander jaar of met een andere categorie. Of een overblijvend verlies via artikel 103 WIB92 naar een volgend jaar kan worden overgedragen, staat op basis van de onderzochte bronnen niet vast — deze gids laat dat als open vraag staan.

Hoeveel erfbelasting betaalt mijn partner op geërfd goud in Vlaanderen?

Dat hangt af van de totale netto-waarde van de roerende goederen die de partner erft: 3 % tot 50.000 euro, 9 % tot 250.000 euro en 27 % daarboven (artikel 2.7.4.1.1 VCF), berekend los van eventueel geërfd vastgoed. Sinds 1 januari 2026 is bovendien de eerste schijf van 75.000 euro van die roerende verkrijging voor de partner vrijgesteld. In Brussel en Wallonië gelden andere percentages en andere vrijstellingen — een Vlaams cijfer is dus nooit zomaar Belgisch.

Moet ik een schenking van goudbaren aan mijn kinderen laten registreren?

Verplicht is dat niet: een handgift van roerende goederen zoals goudbaren of munten kan onregistreerd, en dan is er geen schenkbelasting verschuldigd. Het risico zit in de verdachte periode: overlijdt u binnen vijf jaar na de schenking (in Vlaanderen voor schenkingen vanaf 2025, in Brussel voor schenkingen na 1 januari 2026, in Wallonië al langer), dan valt het geschonkene alsnog in de nalatenschap en wordt het als erfenis belast.

Wat gebeurt er fiscaal als ik met mijn goud naar het buitenland verhuis?

De verhuizing van uw fiscale woonplaats wordt op zich al gelijkgesteld met een verkoop van uw beleggingsgoud (artikel 92, § 2, 2° WIB92), dus met een belastbare meerwaarde. Verhuist u binnen de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of naar een land met een dubbelbelastingverdrag, dan kunt u de betaling uitstellen; de betalingsplicht vervalt na 24 maanden of bij terugkeer binnen die termijn, tenzij u het goud intussen verkoopt of verpandt.

Verwante gidsen

Goud kopen in België: wat telt als beleggingsgoud, waarom het is vrijgesteld van btw, de vier muntcriteria, de...

Gids lezen

Zilver kopen in België: 21 procent btw, waarom zilver buiten de meerwaardebelasting valt zonder vrijgesteld te...

Gids lezen

Goud en zilver bewaren in België: wat de woningverzekering echt dekt, wat een bankkluis bij het CAP meldt, en...

Gids lezen

Geschreven en onderhouden door Markus Markert. Redactionele inhoud — geen beleggingsadvies, geen koopaanbeveling en geen koersvoorspelling. Fiscale en juridische punten worden getoetst aan publicaties van de FOD Financiën en aan de geconsolideerde teksten op Justel en regelmatig bijgewerkt; ze vervangen geen advies over een concrete situatie.

Terug naar de gidsen Laatst bijgewerkt: 8 september 2026

Cookiebanner? Nee!

Geen tracking, geen advertenties, geen surveillance. Beloofd. → Privacybelofte ←

Fout melden

Help ons de site te verbeteren