Premiecalculator — bereken de premie boven de spotprijs
Kies een product en vul de vraagprijs in om de premie te berekenen.
Bevalt wat u hier ziet en leest?
We leggen ons hart en ziel in het snel, proper en gratis houden van preciousmetalprices.com — geen betaalmuren, geen rommel, enkel betrouwbare feiten en livekoersen. Als het je van pas komt, is de fijnste manier om merci te zeggen het gewoon door te vertellen. Elke keer dat je het deelt, laat je een medebelegger ons ontdekken en houd je het project mee in leven. 💛
Bevalt wat u hier ziet en leest?
We leggen ons hart en ziel in het snel, proper en gratis houden van preciousmetalprices.com — geen betaalmuren, geen rommel, enkel betrouwbare feiten en livekoersen. Als het je van pas komt, is de fijnste manier om merci te zeggen het gewoon door te vertellen. Elke keer dat je het deelt, laat je een medebelegger ons ontdekken en houd je het project mee in leven. 💛
Verwante calculators
Gids: zo zit de premie in elkaar
De berekening, stap voor stap
De premie wordt in twee stappen berekend:
Metaalwaarde = fijngewicht (g) × spotprijs per gram
Premie % = (vraagprijs − metaalwaarde) ÷ metaalwaarde × 100
Voorbeeld tegen de actuele Goud-prijs: een munt van 1 oz bevat 31,1035 g fijn metaal. Bij de huidige spotprijs van 121,60 €/g bedraagt de metaalwaarde 3.782,13 €. Wordt de munt aangeboden voor 3.952,33 €, dan is dat 170,20 € premie — ongeveer 4,5 %. De calculator hierboven doet die berekening voor u met de actuele koers.
De premie per coupure
De belangrijkste regel: hoe kleiner de eenheid, hoe hoger de premie in procent. Het slaan en het verdelen kosten per stuk ongeveer evenveel; gespreid over minder metaal weegt die meerprijs dus veel zwaarder. Gebruikelijke bandbreedtes voor nieuwe goudproducten (marktafhankelijk, geen handelaar wordt genoemd):
| Coupure | Soort | Gebruikelijke premie |
|---|---|---|
| 1 kg / 500 g | Baar | ca. 1–2 % |
| 100 g | Baar | ca. 2–3 % |
| 1 oz | Baar | ca. 3–4 % |
| 1 oz (Krugerrand, Maple Leaf …) | Munt | ca. 3–6 % |
| 20 g / 10 g | Baar | ca. 5–8 % |
| 1/2 oz | Munt | ca. 6–9 % |
| 1/4 oz | Munt | ca. 8–12 % |
| 1/10 oz · 5 g | Munt / baar | ca. 10–18 % |
| 1 g · 1/20 oz | Baar / munt | ca. 15–25 % |
Deze cijfers geven een grove richting en bewegen mee met vraag, aanbod en muntinstelling; in gespannen tijden lopen ze merkbaar op. Ze gelden voor goud, dat in België van btw is vrijgesteld — bij zilver, platina en palladium komt de Belgische btw van 21 % er nog bovenop, en daarom berekent de calculator voor die metalen een eigen bandbreedte.
Eén ounce tegenover tien tienden
Hier valt het kwartje: voor hetzelfde geld krijgt u verschillende hoeveelheden goud, afhankelijk van de coupure. Bij een premie van 4,5 % op een volle ounce tegenover 12 % op tien tiende-ounces vertaalt het verschil zich rechtstreeks in minder fijn goud:
1 × volle ounce · premie ~4,5 %
Van 10.000 € inleg belandt ongeveer 9.570 € als echt goud in de kluis — slechts zowat 430 € is meerprijs.
10 × tiende-ounce · premie ~12 %
Hier is maar ongeveer 8.930 € metaalwaarde — ruim 1.070 € gaat op aan de premie.
Dat is zowat 640 € verschil voor dezelfde uitgave, uitsluitend door de coupure. Wat u ervoor terugkrijgt: tiende-ounces zijn makkelijker op te delen en flexibeler wanneer het erop aankomt. De vuistregel luidt dan ook: koop de grootste eenheid die past bij uw budget en uw verkoopplannen — aangevuld met enkele kleine stukken voor de soepelheid.
Munt of baar?
Bij gelijk fijngewicht is de metaalwaarde identiek — het verschil zit in de premie en in het gemak. Baren dragen doorgaans de laagste premie omdat ze goedkoper te maken zijn. Bullionmunten kosten iets meer, maar worden wereldwijd herkend, zijn eenvoudiger te controleren en gaan sneller weer van de hand — de handel herkent een Krugerrand of een Maple Leaf in enkele seconden. In het Belgische aanbod hoort daar ook het klassieke kleingoud bij: het 20 frank-stuk (5,81 g fijn) en de Napoléon met hetzelfde gewicht liggen bij zowat elke Belgische handelaar in de vitrine, net als de Zwitserse Vreneli. Alle genoemde stukken gelden als beleggingsgoud en zijn vrijgesteld van btw op grond van art. 44bis WBTW juncto art. 1 § 8 WBTW.
Wilt u het metaal zo goedkoop mogelijk, dan wint de baar; gaat het u om verhandelbaarheid en deelbaarheid, dan de munt. Denk vanuit de uitstap: verkoopt u later in kleine stukken, dan is de bescheiden premie op een 20 frank-stuk of een ounce-munt de prijs van een vlotte verkoop zonder onderhandelen. Legt u een bedrag voor tien jaar vast, dan houdt een baar van 100 g of 1 kg u het meeste metaal over voor hetzelfde budget. Veel Belgische spaarders doen allebei: een basis in baren, een reserve aan kleingoud voor de soepelheid.
Bij de verkoop: spread en meerwaardebelasting
De premie vertelt maar de helft van het verhaal — uw rendement wordt bepaald door de spread, het volledige gat tussen aankoop en verkoop. Verkoopt u terug, dan krijgt u doorgaans iets onder de spotprijs: inkoopnoteringen liggen het dichtst bij spot voor standaardbaren en bekende munten, en duidelijk lager voor kleine coupures en exotische stukken.
De werkelijke kost van een belegging is dus de hele heen-en-terugreis: boven spot kopen en eronder verkopen. Precies daarom zijn liquide standaardproducten met een krappe spread meestal de goedkoopste keuze. Sinds 1 januari 2026 komt daar in België een tweede element bij: op de meerwaarde uit fysiek beleggingsgoud geldt een meerwaardebelasting van 10 % (de solidariteitsbijdrage, art. 90 WIB92 / Wet meerwaardebelasting), met een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 € op de winst. De heffing werkt niet terug in de tijd: wie vóór die datum kocht, wordt maar belast op de aangroei boven de referentiewaarde per 31 december 2025. Fysiek zilver, platina en palladium vallen er niet onder — daar raakt de heffing alleen financiële producten. Wordt uw handel als speculatief aangemerkt, dan geldt in de plaats daarvan het tarief voor divers inkomen van 33 %. Voor uw premie betekent dit iets heel concreets: de premie hoort bij de aanschaffingsprijs en verlaagt dus de latere belastbare meerwaarde — bij goud, en enkel boven de vrijstelling. Houd uw aankoopfactuur bij én leg de waarde per 31 december 2025 vast. Wat een verkoop realistisch zou opbrengen, raamt u met de inkoopprijscalculator.
Zilver, platina en belastingen
Een belangrijk bijzonder geval: anders dan beleggingsgoud, dat onder de btw-vrijstelling van art. 44bis WBTW valt, zijn zilver, platina en palladium niet vrijgesteld. De belasting zit in de eindprijs en doet de premie op het eerste gezicht heel hoog lijken.
In deze landeneditie bedraagt het tarief op zilver, platina en palladium 21 %. Munten kunnen onder de margeregeling worden verkocht, waarbij alleen de marge van de handelaar wordt belast; baren dragen het volle tarief op de hele prijs. Let wel op één Belgisch voorbehoud: volgens Circulaire 2022/C/30 vallen verzamelmunten buiten de vrijstelling, zodat een numismatisch stuk anders wordt behandeld dan een gewone bullionmunt. De calculator past dit onderscheid toe — daarom worden een zilveren munt en een zilveren baar van hetzelfde gewicht aan verschillende bandbreedtes getoetst.
De calculator zet uw vraagprijs af tegen de zuivere metaalwaarde; bij zilver, platina en palladium moet u de getoonde premie dus inclusief btw lezen. Dat is geen rekenfout, dat is de meerkost die u werkelijk betaalt. Voor een eerlijke vergelijking zet u gelijk tegenover gelijk — een munt onder de margeregeling tegenover een andere munt onder diezelfde regeling.
Fiscale regels van deze landeneditie laatst nagekeken: 08/08/2026.
Kort samengevat: bij goud is de premie zuivere meerprijs. Bij zilver, platina en palladium zit de btw er ook in, waardoor het percentage stelselmatig hoger uitvalt.
Wat de premie over de markt vertelt
De premie ligt niet vast — ze ademt mee met de markt. Schiet de vraag omhoog (crisis, angst voor een krach, muntinstellingen die het niet volgen), dan lopen premies fors op, soms tot een veelvoud van het normale niveau, en rekken de levertermijnen. In rustige fasen met ruime voorraden zakken ze weer terug.
Voor kopers betekent dat: een lage premie wijst vaak op een ontspannen markt — een goed moment voor een fysieke aankoop. Sterk opgelopen premies verraden spanning op de fysieke markt. Wie voor de lange termijn koopt, heeft meer aan een lage premie dan aan de exacte koers van de dag.
Veelgemaakte fouten rond de premie
- ◆Enkel op de metaalwaarde afgaan: Twee producten met evenveel fijn metaal kunnen merkbaar in prijs verschillen; alleen de premie maakt een aanbod duur of goedkoop. Omgekeerd is een prijs duidelijk ónder de metaalwaarde geen buitenkans maar een alarmsignaal — namaak of oplichting.
- ◆Verzendkosten en betaalkosten vergeten: Een lage premie helpt weinig als verzending en kaartkosten ze weer opeten. Vergelijk altijd de eindprijs.
- ◆Alles in kleine coupures kopen: Veel kleine stukken in plaats van één groot: de procentuele premie knabbelt zichtbaar aan uw rendement (zie het voorbeeld hierboven).
- ◆Verzamelmunten als belegging kopen: De numismatische meerprijs is geen premie op metaal — bij verkoop is de verzamelaarsprijs vaak verdwenen. In België komt daar Circulaire 2022/C/30 bij: verzamelmunten vallen buiten de btw-vrijstelling en worden fiscaal anders behandeld dan bullion.
- ◆De waarde per 31 december 2025 niet vastleggen: Sinds 1 januari 2026 wordt de meerwaarde op fysiek beleggingsgoud belast tegen 10 % boven een vrijstelling van 10.000 € per jaar, maar alleen de aangroei ná de referentiedatum telt. Zonder aankoopfactuur en zonder bewijs van de waarde per 31 december 2025 kunt u die aangroei niet aantonen — en betaalt u mogelijk over een winst die u nooit maakte.
- ◆Bij de verkoop op contant geld rekenen: Een handelaar mag bij aankoop van een particulier hoogstens 500 € contant uitbetalen (art. 67 Wet 18.09.2017); de rest gaat verplicht via overschrijving. Wie een groot pakket cash wil verzilveren, komt bedrogen uit.