Hoe de goudprijs tot stand komt
Wie in Vlaanderen of Brussel de goudprijs opzoekt, leest de uitkomst van een rekensom die op twee plaatsen buiten dit land wordt gemaakt. Het bedrag ontstaat in de Londense groothandel en op de termijnmarkt in New York, het luidt daar in Amerikaanse dollar per troy ounce, en pas daarna verschijnt het in de munt waarin u afrekent. Achter dat ene cijfer op uw scherm gaan dus twee losse bewegingen schuil: één van het metaal en één van de wisselkoers.
Deze gids gaat van de wereldmarkt naar uw eigen rekensom. Eerst het mechanisme: wat de clausule loco London inhoudt, hoe een koers zonder orderboek ontstaat, waarom er tweemaal per handelsdag een veiling nodig is, welke rol de contracten op COMEX spelen en hoe de koers EUR/USD een tweede, volstrekt onafhankelijke beweging aan elke Belgische prijs toevoegt. Daarna de langzamere krachten: de reële rente, de reservebeheerders van centrale banken — waaronder de Nationale Bank van België —, de stromen in beursverhandelde fondsen, de wereldwijde handelsuren en de seizoenen die zich daarin aftekenen.
Wat hier niet staat, is even belangrijk. Er komt geen richting in voor, geen doelkoers en geen aanbeveling om te kopen, te verkopen of te wachten. Kooppraktijk en belastingrecht raakt deze tekst alleen waar ze de prijsvorming veranderen; beide hebben hun eigen gids. Wel hoort er een stuk Belgische monetaire geschiedenis bij dat zelden wordt verteld: waarom een hedendaagse gouden beleggingsmunt de naam draagt van een rekeneenheid die in 1926 werd ingevoerd en in 1946 weer verdween.
Auteur: Markus Markert · Laatst bijgewerkt: 8 september 2026
Inhoudsopgave
- Waarom de goudprijs voor een Belgische lezer een omrekening is
- Loco London
- De spotprijs
- De veiling van de LBMA
- Good Delivery-baren
- COMEX en papiergoud
- De eurodollarkoers
- Reële rente
- Centrale banken en de NBB
- De Belga als rekeneenheid
- Mijnbouw en recyclage
- Vier vraagblokken
- De bovengrondse voorraad
- ETF-stromen
- Van Sydney naar New York
- Seizoenpatronen
- Wat een recordkoers vertelt
- Troy ounce en fijngewicht
- Een grafiek lezen
- Wat deze tekst niet doet
Wij verkopen geen edelmetaal en bevelen geen handelaars aan. Elk cijfer steunt op een publicatie van de FOD Financiën, een geconsolideerde wettekst op Justel of professionele marktdata — nooit op een prijslijst. Geen koopadvies, geen voorspellingen.
Bevalt wat u hier ziet en leest?
We leggen ons hart en ziel in het snel, proper en gratis houden van preciousmetalprices.com — geen betaalmuren, geen rommel, enkel betrouwbare feiten en livekoersen. Als het je van pas komt, is de fijnste manier om merci te zeggen het gewoon door te vertellen. Elke keer dat je het deelt, laat je een medebelegger ons ontdekken en houd je het project mee in leven. 💛
Bevalt wat u hier ziet en leest?
We leggen ons hart en ziel in het snel, proper en gratis houden van preciousmetalprices.com — geen betaalmuren, geen rommel, enkel betrouwbare feiten en livekoersen. Als het je van pas komt, is de fijnste manier om merci te zeggen het gewoon door te vertellen. Elke keer dat je het deelt, laat je een medebelegger ons ontdekken en houd je het project mee in leven. 💛
Hier volgt u het verloop van de Goud koers binnen het gekozen tijdvenster. Houdt u de cursor stil boven een punt in de curve, dan verschijnt de noteringswaarde van precies die dag.
Bovenaan kiest u het tijdvenster, van "Vandaag" tot "Max". Met ingedrukte muisknop sleept u een zone open om erop in te zoomen; de kaartjes eronder vatten hoogste, laagste en nettoverandering van het gekozen venster samen.
Tip: Alleen bij "Vandaag" krijgt u het intraday-verloop met een resolutie van één minuut.
(14.09.26)
(11.09.26)
(14.09.26)
(14.09.26)
(29.01.26)
Waarom de goudprijs voor een Belgische lezer een omrekening is
Een Belgische spaarder die vanmorgen de goudprijs opzoekt, ziet het resultaat van een rekensom die op twee plaatsen buiten dit land is gemaakt. De maatstaf van de wereldhandel luidt in Amerikaanse dollar per troy ounce, en één troy ounce weegt 31,1035 gram fijn metaal. Het bedrag in euro dat u vervolgens leest — hier, in een nieuwsbericht of op een prijslijst — bestaat pas nadat dat dollarcijfer door de wisselkoers van dat ogenblik is gedeeld. Achter dat ene getal schuilen dus twee variabelen die los van elkaar bewegen: de ene hoort bij het metaal, de andere bij het geld. De stand van dit moment vindt u op de pagina met de goudprijs.
Wat hierna volgt, beschrijft uitsluitend marktmechanica. Er staat geen verwachting in, geen richtprijs en geen moment om te handelen. De praktische kant van een aankoop en het fiscale gevolg van een verkoop hebben elk hun eigen tekst; deze gids raakt beide alleen waar de prijsvorming erdoor verandert, en verwijst voor de rest door.
Voor een lezer in Vlaanderen of Brussel komt er geen derde munt bij: de euro is de rekeneenheid van dit land, en daarmee blijft het bij één omrekening. Dichter bij huis speelt bovendien de Nationale Bank van België (NBB) een rol aan de vraagzijde, naast juweliers, industrie en particuliere beleggers — daarover verderop meer.
Loco London: de plaats die in elke groothandelsprijs verstopt zit
Elke groothandelsnotering draagt een plaatsbepaling die er nooit bij vermeld staat: loco London. Het cijfer geldt voor metaal dat al in het Londense kluizennetwerk ligt, in een vorm en een zuiverheid die de handel daar zonder discussie aanvaardt, en dat er onmiddellijk uit geleverd kan worden. Ligt hetzelfde gewicht in Zürich, in Singapore of in een kluis in Antwerpen, dan is het minder waard — niet omdat het metaal anders is, maar omdat vervoer, verzekering en een hernieuwde keuring geld en weken kosten voordat het in die keten past.
Waarom uitgerekend Londen
De reden is historisch, niet technisch. De Londense edelmetaalhandel groeide uit de makelaars en raffinaderijen die het Britse handelsnetwerk van de negentiende eeuw bedienden. Een dagelijkse prijsvaststelling bestond er al in 1919; zij viel tijdens en na de Tweede Wereldoorlog weg toen deviezencontroles de markt sloten, en keerde in 1954 terug onder de hoede van de Bank of England. Pas in 1987 kreeg de sector een eigen beroepsvereniging, de London Bullion Market Association, sindsdien de instantie die de normen van de groothandel bijhoudt.
Vier dingen die Londen wél is
- een normenstelsel voor gewicht, gehalte en herkomst van baren;
- een register van gieters wier baren zonder herkeuring blijven circuleren;
- een clearingafspraak tussen een handvol grote banken;
- en bovenal handelsgewoonte, in ruim een eeuw gegroeid.
Wat het niet is: een beurs. Er hangt geen zichtbaar orderboek, er luidt geen openingsbel, en er staat geen centrale tegenpartij garant voor de posities van de deelnemers.
Opmerking
Alles wat een particuliere koper op een scherm te zien krijgt, is afgeleid uit onderhandse afspraken tussen die deelnemers. Geen overheid en geen instelling stelt de goudprijs vast zoals een tarief wordt vastgesteld.
Een afwikkeling is een boeking, geen rit
Wie zich de groothandel voorstelt als vrachtwagens vol baren, heeft het verkeerde beeld. Een spotaffaire wordt gewoonlijk twee werkdagen na de handelsdag afgerekend, en die afrekening is een bijschrijving op een rekening bij een clearinglid. Niet-gealloceerd goud betekent dat de houder recht heeft op een hoeveelheid fijngoud zonder dat bepaalde staven op zijn naam staan; kiest hij voor gealloceerd goud, dan worden genummerde staven wel apart gezet, tegen een hogere kostprijs. Het onderscheid telt pas echt wanneer de bewaarnemer in de problemen raakt.
| Vorm van aanhouden | Wat de houder juridisch in handen heeft | Als de bewaarnemer omvalt |
|---|---|---|
| Niet-gealloceerd | Een vordering op een hoeveelheid fijngoud, zonder aangewezen staven | De houder staat in de rij van de schuldeisers |
| Gealloceerd | Genummerde staven die op zijn naam apart staan | De houder blijft eigenaar van die staven |
| Eigen bezit thuis of in een gehuurde kluis | De stukken zelf, in eigen beheer | Geen tegenpartijrisico; wel een eigen bewaar- en verzekeringsvraag |
De laatste regel van die tabel is een onderwerp op zich, met eigen polisvoorwaarden en eigen bewijsproblemen; die staan in de gids over het bewaren en verzekeren van edelmetaal.
De spotprijs: doorlopend onderhandelen zonder orderboek
De spotprijs beantwoordt één enge vraag: wat betaalt een professionele koper op dit ogenblik voor een troy ounce fijngoud, leverbaar binnen enkele werkdagen, in Londen. Meer belooft hij niet. Hij blijft verspringen zolang er ergens ter wereld een desk open is, want hij is niet meer dan de laatste stand van bilateraal onderhandelen tussen banken, makelaars, raffinaderijen en handelshuizen op de spotmarkt. Een boek met openstaande orders is er niet, en een centrale tegenpartij die het cijfer vaststelt evenmin.
Aan die markt hangen, zoals aan elke markt, twee prijzen. Een handelaar noemt een bedrag waarvoor hij wil kopen en een hoger bedrag waarvoor hij wil verkopen; het gepubliceerde cijfer ligt daar meestal tussenin. Bij de partijgroottes die in de groothandel gebruikelijk zijn, gaat het om een breukdeel van een procent.
Waarschuwing
Dat breukdeel is geen maatstaf voor wat u zelf betaalt. Bij een munt van een halve ounce loopt hetzelfde verschil op tot een veelvoud daarvan, en precies dat verklaart waarom de notering op dit scherm en het bedrag op een factuur zo ver uit elkaar kunnen liggen.
Twee dingen die de spotprijs niet zegt
Het eerste voorbehoud gaat over het product: de spotprijs slaat op geraffineerd bulkmateriaal in grote partijen, niet op een munt in een capsule of een staafje in blisterverpakking. Het tweede gaat over de schaal: hij geldt voor transactiegroottes die een particulier nooit plaatst. Geen van beide maakt hem onbruikbaar — integendeel, het is de zuiverste maatstaf die er bestaat. Het maakt hem alleen ongeschikt als prijskaartje.
Tweemaal per dag legt een veiling de goudprijs vast
Een koers die per seconde verspringt, kan niet in een contract. Wie een fonds waardeert, een leveringsafspraak afrekent of een jaarrekening opmaakt, heeft één cijfer nodig dat achteraf niet ter discussie staat. Daarvoor bestaat de LBMA-fixing: tweemaal op elke handelsdag wordt de goudprijs in een veiling vastgesteld, om 10:30 en om 15:00 in Londen, wat voor een Belgische lezer neerkomt op 11:30 en 16:00, telkens in Amerikaanse dollar per troy ounce.
Wat er tijdens zo'n veiling gebeurt
Het telefoongesprek tussen enkele firma's is in 2015 vervangen door een elektronisch proces. De beheerder stelt een startprijs voor; de rechtstreekse deelnemers geven per ronde op welke volumes zij tegen die prijs willen kopen of verkopen; blijft het verschil tussen beide kanten boven een vooraf bekendgemaakte marge, dan schuift de prijs op en volgt een nieuwe ronde. Zodra vraag en aanbod dicht genoeg bij elkaar liggen, sluit de veiling en geldt de clearingprijs van dat ogenblik. Het verloop wordt in een verslag vastgelegd en is achteraf na te rekenen, en de administratie ervan ligt bij een onafhankelijke beheerder in plaats van bij de deelnemende handelaren.
Naast het dollarresultaat verschijnt een bedrag in euro. Dat is dezelfde uitkomst, gedeeld door de koers van dat ogenblik, en geen afzonderlijke veiling in euro. Een Belgisch of Europees fixingmoment bestaat dus niet, en het heeft geen zin ernaar te zoeken.
| Kenmerk | Spotprijs | Veiling van de LBMA |
|---|---|---|
| Aard van het cijfer | Koers die permanent verspringt | Eén bedrag, vastgesteld per ronde |
| Hoe vaak | Zolang er ergens een desk open is | Twee keer op een handelsdag |
| Wanneer | Geen vast tijdstip | 10:30 en 15:00 in Londen, bij ons 11:30 en 16:00 |
| Hoe het ontstaat | Bilateraal onderhandelen tussen professionele partijen | Veilingronden met opgegeven volumes |
| Achteraf na te rekenen | Nee, er is geen verslag | Ja, aan de hand van het veilingverslag |
| Wie het proces beheert | Niemand in het bijzonder | Een onafhankelijke, aangewezen beheerder |
| Waarvoor het dient | Peilen wat de markt op dit ogenblik doet | Waarderingen, afrekeningen en jaarrekeningen |
| Munteenheid | Dollar, met een afgeleid eurocijfer | Dollar; het eurobedrag is een omrekening |
Belangrijk
Fixing en spot verschillen niet in nauwkeurigheid maar in aard: de ene is een film, de andere een foto. Wie voor een waardering een datum moet aanhouden, neemt de veiling; wie wil weten wat de markt nu doet, kijkt naar de spotkoers.
Waarom een groothandelsbaar nooit bij een particulier terechtkomt
Metaal reist in de groothandel in één formaat: de Good Delivery-baar. De specificatie legt gewicht, afmetingen, uiterlijk, stempeling en herkomst tot in detail vast, en dat is geen kwaliteitsfetisj. Het doel heet uitwisselbaarheid: omdat elke erkende baar elke andere kan vervangen, en omdat die baren de kring van erkende kluizen niet verlaten, kan de markt volumes afwikkelen zonder dat er ooit iets opnieuw hoeft te worden gekeurd.
| Onderdeel van de specificatie | Wat er wordt geëist |
|---|---|
| Hoeveelheid fijn metaal | Ruwweg 350 tot 430 troy ounce |
| Gehalte | Ten minste 995 duizendsten |
| Gieter | Een raffinaderij op de erkende lijst, periodiek op vakbekwaamheid getoetst |
| Gewicht in de hand | Ongeveer twaalfeneenhalve kilogram (bij 400 troy ounce ruim 12,4 kg) |
| Stempeling | Merkteken van de gieter, volgnummer, gehalte en jaartal |
| Herkomstlijn | Onafgebroken, en steeds binnen erkende kluizen |
Let op
Die onafgebroken herkomstlijn is de eigenlijke waarborg, en zij houdt op zodra een baar de kring verlaat. Good Delivery is daarom een norm voor infrastructuur en geen productcategorie voor particulieren. Het zwaarste stuk dat in de particuliere handel gangbaar blijft, is de kilobaar — nog geen tiende van het gewicht van een groothandelsbaar.
Het hart van dat kluizennetwerk is de Bank of England, een van de grootste bewaarders van goud ter wereld. Zij houdt metaal aan voor centrale banken, voor een aantal officiële instellingen en voor leden van de Londense markt, en juist daardoor kan de handel op papier afwikkelen zonder dat er iets van plaats verandert. Rekeningen voor particulieren houdt zij niet aan, en aan het publiek verkoopt zij niet. Welke formaten voor een Belgische koper wél zinvol zijn, staat in de gids over het kopen van goud in België.
New York, termijncontracten en het verwijt van papiergoud
De tweede plaats waar de prijs wordt gemaakt, ligt aan de overkant van de oceaan. Op COMEX in New York, de grootste termijnmarkt voor goud, verandert geen metaal van eigenaar maar een gestandaardiseerde belofte: een vastgelegde hoeveelheid, op een vastgelegde datum, tegen een vandaag afgesproken bedrag. Mijnbouwers dekken er hun toekomstige productie mee in, industriële afnemers zetten er hun inkoopkosten mee vast, en handelaren nemen er een positie zonder ooit een staaf te willen zien. Het merendeel van die posities wordt vóór de vervaldag weer gladgestreken.
Omdat er meer beloftes op papier kunnen staan dan er metaal onmiddellijk klaarligt, krijgt deze laag het etiket papiergoud. Dat woord valt zelden neutraal. Toch is een derivatenmarkt die groter is dan de onderliggende voorraad de gewone toestand in koffie, koper en olie evengoed als in goud; zij verklaart waarom er altijd een tegenpartij te vinden is, en zij bewijst uit zichzelf niets over sturing van de prijs.
Twee namen voor één verhouding
Wat Londen en New York aan elkaar geklonken houdt, is arbitrage. Loopt het verschil tussen beide markten verder op dan de kosten van financiering en opslag verantwoorden, dan valt er geld te verdienen met het sluiten van dat gat, en dat gebeurt in seconden. De richting van dat verschil draagt twee namen.
| Naam | Waar de termijnprijs staat | Wat erachter zit |
|---|---|---|
| Contango | Boven de spotkoers | Wie metaal tot de leverdatum aanhoudt, betaalt rente, opslag en verzekering |
| Backwardation | Onder de spotkoers | Wie nu metaal in handen heeft, kan een meerprijs vragen: er is te weinig direct beschikbaar |
Tip
Backwardation komt bij goud zelden voor en verdient daarom aandacht. Het is een van de weinige rechtstreekse aanwijzingen dat het ergens fysiek krap zit, in plaats van dat alleen de stemming is omgeslagen.
De eurodollarkoers: de tweede beweging in elke Belgische prijs
De notering luidt in dollar; uw factuur luidt in euro. Uit die eenvoudige tweedeling volgt het meest onderschatte kenmerk van goudbezit buiten de dollarzone, en het is geen detail: over langere perioden kan de wisselkoers een even groot deel van het resultaat verklaren als het metaal zelf.
Een europrijs is het quotiënt van twee getallen die niets met elkaar te maken hebben — de dollarnotering en de koers EUR/USD. Bewegen zij tegelijk in tegengestelde richting, dan kan een Belgische bezitter winst zien in een periode waarin het metaal in dollar daalde; draai de wisselkoersbeweging om, en een indrukwekkende dollarrally verdampt in euro bijna volledig. Een gerekend voorbeeld maakt dat zichtbaar.
Maand 1: 3.100 USD per troy ounce ÷ 1,12 (EUR/USD) = 2.767,86 EUR
Maand 2: 3.007 USD per troy ounce ÷ 1,05 (EUR/USD) = 2.863,81 EUR
Verandering in dollar: 3.007 / 3.100 − 1 = −3,00 %
Verandering in euro: 2.863,81 / 2.767,86 − 1 = +3,47 %
Het metaal verloor in dit voorbeeld drie procent. Omdat de euro in dezelfde maanden ruim zes procent terrein prijsgaf tegenover de dollar — de koers zakte van 1,12 naar 1,05 — boekte de prijs in euro toch een winst van bijna drieënhalf procent. Geen van beide cijfers is verkeerd; het zijn twee onafhankelijke bewegingen die elkaar deze keer tegenwerkten.
Belangrijk
Twee gewoonten volgen hieruit. Ga bij elk bericht over een record eerst na in welke munt dat record is gezet, want een dollarrecord en een eurorecord vallen zelden op dezelfde datum. En zorg dat de grafiek waarmee u uw eigen positie vergelijkt in euro staat, want dat is het geld waarin u afrekent. De koersen zelf staan op de pagina met wisselkoersen, en de eenhedenomrekenaar neemt gewicht en munt in één handeling mee.
Reële rente: wat het kost om iets aan te houden dat niets uitkeert
Onder alle macro-economische grootheden die op goud worden losgelaten, geldt de reële rente als de meest verklarende. Zij is wat er van een rentevergoeding overblijft nadat de geldontwaarding eraf is: de nominale rente verminderd met de inflatie. Staat zij stevig boven nul, dan wordt geduld met geld beloond; zakt zij naar nul of eronder, dan kost geduld met geld iets.
Goud betaalt niets uit — geen coupon, geen dividend, geen huur. Daardoor is precies die grootheid de maat voor de opportuniteitskosten van een goudpositie: hoe magerder het alternatief rendeert, hoe goedkoper het wordt om iets vast te houden dat uit zichzelf niets voortbrengt. Over lange reeksen gemeten vielen jaren met een lage of negatieve reële rente vaak samen met een sterke goudprijs, en jaren met een royaal positieve reële rente met een zwakke.
Waar het verband ophoudt
Waarschuwing
Als vuistregel is dit bruikbaar, als wet niet. Het gaat om een statistisch verband over decennia, en het is meer dan eens jaren aaneen weggevallen. Bovendien is de reële rente zelf geen genoteerde prijs maar een berekening: welke looptijd u kiest en welke inflatieverwachting u invult, bepaalt mee wat er uitkomt. Een handelsregel valt eruit niet af te leiden, en deze tekst leidt er ook geen uit af.
Voor een lezer in de eurozone komt daar een tweede laag bij. De reële rente die voor uw eigen koopkracht telt, wordt berekend op eurorentes en op de inflatie die u in België ondervindt, terwijl de dollarprijs van goud vooral op Amerikaanse rentevoeten reageert. Wie beide door elkaar haalt, verklaart een europrijs met een cijfer dat elders geldt. Voor het Belgische deel van die rekensom is de geharmoniseerde consumptieprijsindex van Eurostat het neutrale aanknopingspunt, omdat hij over de hele eurozone op dezelfde manier wordt samengesteld.
Centrale banken als koper: de Nationale Bank van België
Eén groep kopers volgt een heel andere logica dan de rest van de markt: de reservebeheerders van centrale banken. Zij handelen vanuit een strategische opdracht, spreiden hun reserves over verschillende activa en laten zich door de koers van vandaag nauwelijks leiden. Als groep zijn zij sinds enkele jaren wereldwijd netto koper, en die centralebankaankopen vormen daarmee het rustigste onderdeel van de vraagzijde. Dat is er het bijzondere aan: waar particuliere kopers zich verdringen zodra een koers al flink is opgelopen, koopt een reservebeheerder volgens een plan dat over jaren loopt.
Ook voor België is dat geen verhaal van ver weg. De Nationale Bank van België (NBB) is de centrale bank van dit land en maakt, samen met de andere nationale centrale banken van de eurozone en met de Europese Centrale Bank, deel uit van het Eurosysteem. Als onderdeel van haar reservebeheer houdt de NBB, net als vrijwel elke centrale bank ter wereld, een deel van de officiële reserves in goud aan, naast deviezen en andere reserveactiva, met het oog op veiligheid, liquiditeit en rendement op lange termijn.
Wat deze tekst bewust niet noemt
Hoeveel goud België precies aanhoudt, waar het ligt en hoe die posten zich het recentst hebben ontwikkeld, hoort in de eigen verslaggeving van de NBB thuis. Niet elke cijferreeks die daarover rondgaat is actueel, en sommige verwarren tonnage met marktwaarde. Deze gids neemt daarom geen tonnagecijfer over dat niet aan een gedateerde, officiële publicatie van de NBB te koppelen viel: een fout getal richt op deze plaats meer schade aan dan een ontbrekend getal. Wat wel vaststaat, is de rol — structureel, langlopend en vrijwel ongevoelig voor de notering van de dag.
Opmerking
Dat verschil in tijdshorizon verklaart waarom de officiële sector als vraagblok zo vlak oogt naast de beleggingsvraag. Een particulier reageert op een prijs; een reservebeheerder voert een meerjarenbeleid uit waarin één handelsweek nauwelijks meetelt.
De Belga: een rekeneenheid uit 1926, geen munt
Wie de naam „Belga” in verband met goud tegenkomt, stuit op een stuk Belgische monetaire geschiedenis dat weinig met de prijsvorming van vandaag te maken heeft, maar wel verklaart waarom die naam opnieuw opduikt. De Belga was geen munt in de gewone zin van het woord, maar een rekeneenheid naast de Belgische frank: zij werd in 1926 ingevoerd en verdween in 1946 weer uit het betalingsverkeer.
Dat de naam decennia later terugkeert voor een hedendaagse gouden beleggingsmunt, is dus een verwijzing naar die periode en niet naar een oude circulatiemunt. De kenmerken van die munt, haar fiscale behandeling en de vraag of zij aan de definitie van beleggingsgoud voldoet, horen niet in een tekst over prijsvorming: dat is het onderwerp van de gids over het kopen van goud in België.
Hoe nieuw goud de markt bereikt: mijnbouw, bijproduct en recyclage
Het aanbod is het saaie deel van de vergelijking, en die saaiheid is nu juist wat er verklaard moet worden. Vers goud bereikt de markt langs drie wegen, en geen van drieën laat zich door de koers van deze week opjagen.
Mijnbouw loopt op de klok van de geologie
De mijnproductie levert het grootste volume, en haar tempo wordt niet door de prijs bepaald maar door gesteente, vergunningen en financiering. Tussen de ontdekking van een vindplaats en de eerste doré-baar — de ruwe legering die de mijn verlaat en pas bij een affinage-installatie tot handelsgoud wordt gezuiverd — gaat gewoonlijk het grootste deel van een decennium voorbij. Draait een mijn eenmaal, dan bepalen het ertsgehalte en de capaciteit van de verwerkingsfabriek wat eruit komt. Een hogere koers verandert daaraan één ding: er wordt armer erts verwerkt dat voordien niet loonde. Tonnage en kostprijs stijgen dan samen, en het extra metaal verschijnt jaren later.
Goud dat niemand zocht
Een deel van het jaarlijkse aanbod komt uit mijnen die helemaal niet naar goud graven. Bij bijproductwinning komt het metaal vrij omdat een koper-, lood- of zinkader wordt ontgonnen. De beslissing om zo'n mijn te openen of stil te leggen hangt aan de prijs van dat basismetaal, niet aan de goudkoers, en daarmee is dit deel van het aanbod nog doffer voor prijssignalen dan de gewone mijnbouw.
Recyclage, met een Belgisch adres
De enige elastische component is recycling: oud sieraadgoud, tandtechnisch materiaal en in toenemende mate secundaire winning uit elektronisch afval. Dit aanbod neemt werkelijk toe zodra de prijzen hoog staan, en het gedraagt zich als enige tegencyclisch. België speelt in die keten een rol van wereldformaat: Umicore, voortgekomen uit de negentiende-eeuwse Union Minière, wint in Hoboken bij Antwerpen edelmetalen terug uit complexe, sterk vervuilde stromen waarvoor eenvoudiger smelters niet zijn uitgerust. Dat is marktinfrastructuur en geen koopadvies: het bedrijf levert niet aan particulieren, en het staat hier uitsluitend om te tonen waar een deel van het wereldwijde recyclageaanbod fysiek vandaan komt.
| Aanbodbron | Reactie op een hogere prijs | Tijdshorizon |
|---|---|---|
Mijnproductie |
Armer erts wordt verwerkt; tonnage en kostprijs lopen samen op | Van ontdekking tot eerste giet gewoonlijk het grootste deel van een decennium |
Bijproductwinning |
Vrijwel geen reactie; de beslissing hangt aan de prijs van koper, lood of zink | Gekoppeld aan de levensduur van de basismetaalmijn |
Recyclage |
Neemt werkelijk toe zodra de prijzen hoog staan | Snel, maar de volumes blijven te klein om een beweging af te toppen |
Opmerking
Het goudaanbod is daardoor bijna volledig inelastisch. Vrijwel alle beweging moet dus van de andere kant van de balans komen, en dat is de reden dat de rest van deze gids over de vraagzijde gaat.
Vier vraagblokken die elkaar tegenwerken
Als het aanbod nauwelijks reageert, moet de beweging van de vraagzijde komen. Bij goud is vraag en aanbod op de edelmetaalmarkt echter geen enkele curve: het zijn vier blokken die op dezelfde prijs vier verschillende reflexen vertonen, en die reflexen heffen elkaar gedeeltelijk op.
Sieraden en industrie
Het eerste blok is de sieradenvraag, en dat is het enige blok dat prijsgevoelig is zoals een leerboek dat bedoelt: wordt goud duurder, dan kopen huishoudens minder gram, stellen zij een aankoop uit of wijken zij uit naar een lager gehalte. Dit blok koopt dus zwakte. Het tweede blok is de technische vraag — goud in elektronica, in contacten en bonddraden en in een aantal medische toepassingen. Daar zit het metaal omdat het niet corrodeert en betrouwbaar geleidt, niet omdat het mooi is; die vraag is klein in verhouding tot het geheel en reageert nauwelijks op de koers.
Particuliere belegging en de officiële sector
Het derde blok, de particuliere beleggingsvraag in staven, munten en beursverhandelde producten, doet exact het omgekeerde: het koopt kracht. Stijgende koersen halen kopers binnen, en het woord veilige haven in een krantenkop versterkt die reflex nog. Het vierde blok is de officiële sector, die eerder in deze gids aan bod kwam: reservebeheerders zoals de Nationale Bank van België werken een meerjarenplan af en kijken nauwelijks naar de notering van vandaag.
| Vraagblok | Reflex op de prijs | Kenmerk |
|---|---|---|
| Sieraden | Koopt zwakte: minder gram of uitgestelde aankopen zodra de prijs oploopt | Het enige blok dat prijsgevoelig is zoals een leerboek dat bedoelt |
| Techniek en industrie | Reageert nauwelijks op de koers | Klein aandeel; eerder minder metaal per toepassing dan vervanging |
| Particuliere belegging | Koopt kracht: stijgende koersen halen kopers binnen | Staven, munten en beursverhandelde producten |
| Officiële sector | Kijkt nauwelijks naar de notering van vandaag | Werkt een meerjarenplan af, zoals hierboven beschreven |
Doordat die reflexen tegen elkaar in werken, reageert de vraagzijde als geheel vlakker dan elk blok afzonderlijk: een rally die de sieradenvraag afknijpt, trekt tegelijk beleggingsvraag aan, en bij een terugval gebeurt het omgekeerde. Wie zijn vermogen gespreid aanhoudt, ziet die vier blokken dus nooit alle vier tegelijk dezelfde kant op bewegen.
Waarom de bovengrondse voorraad de jaarproductie overschaduwt
Goud verdwijnt nauwelijks uit de wereld. Wat ooit is gedolven, bestaat op een klein verlies na nog altijd: in staven en munten, in sieraden, in reserves van centrale banken en in fondsen. Die bovengrondse voorraad is een veelvoud van wat alle mijnen samen in een jaar toevoegen, en de jaarproductie is daarmee geen stroom die de markt kan overspoelen maar een randverschijnsel aan een bestaande berg.
Uit die verhouding volgt dat een hele categorie berichten minder gewicht heeft dan de kop belooft. Een staking, een ingestorte schacht of een geweigerde vergunning is bij een metaal dat industrieel wordt opgebruikt wel degelijk prijsnieuws, want daar zijn de voorraden dun en moeten de verwerkers door. Bij goud raakt hetzelfde bericht een fractie van een fractie van wat er al ligt. De koers wordt niet bepaald door wat erbij komt, maar door de prijs waartegen de huidige eigenaren bereid zijn stil te zitten of te verkopen: goud is een voorraadmarkt en geen stroommarkt.
Opmerking
Bij zilver ligt die verhouding fundamenteel anders, omdat een aanzienlijk deel van het metaal industrieel wordt verwerkt en zo uit de omloop verdwijnt. Wat dat met de goud-zilverratio doet, staat in de gids over de zilverprijs.
Hoe ETF-stromen de goudprijs in beide richtingen versterken
Een deel van de beleggingsvraag is zichtbaar geworden, en voor wie een koers wil lezen is die zichtbaarheid belangrijker dan de omvang. Een goud-ETF houdt fysiek metaal in bewaring en publiceert dagelijks hoeveel er ligt. Stroomt er geld binnen, dan moet er metaal bij en wordt dat in een erkende kluis op naam van het fonds gezet; vertrekt er geld, dan komt metaal terug op de markt. Een beslissing over een portefeuille wordt zo rechtstreeks een fysieke transactie.
Voor de prijsvorming levert dat twee dingen tegelijk op. Ten eerste een echte vraagcomponent, die in dezelfde groothandelsmarkt terechtkomt als elke andere order. Ten tweede een van de weinige vraagreeksen die van dag tot dag na te kijken valt: staven in een particuliere kluis zijn onzichtbaar, fondsstanden niet. Precies daarom worden ze graag als indicator gebruikt, en precies daar ligt de valkuil.
Waarschuwing
Fondsstromen lopen vaker achter de koers aan dan ervoor. Een instroom bevestigt meestal een beweging die al aan de gang was; een uitstroom versterkt een daling die al liep. Wie er een voorspelling in leest in plaats van een bevestiging achteraf, gebruikt het cijfer verkeerd.
Voor een Belgische particulier is de allocatie tussen fysiek metaal en een beursverhandeld product vooral een vraag van bewaring, verhandelbaarheid en kosten, niet van marktmechanica: beide vormen hangen aan dezelfde onderliggende notering. Wat elke vorm concreet betekent bij aankoop en beheer, hoort thuis in de gids over het kopen van goud in België.
Een wereldwijde estafette: van Sydney tot New York
De goudhandel kent geen openings- en sluitingsbel, maar een ketting van handelsdesks die het van elkaar overnemen. De week begint op zondagavond Belgische tijd in Sydney, schuift via Tokio, Hongkong en Singapore naar Londen en overlapt in onze namiddag met New York. Op vrijdagavond valt alles stil.
| Centrum | Tijdstip (Belgische tijd) | Bijzonderheid |
|---|---|---|
| Sydney | Zondagavond | De eerste koers van de week, bij dun volume |
| Tokio, Hongkong, Singapore | Nacht tot vroege ochtend | Aziatische fysieke vraag zet vaak de eerste toon |
| Londen | Overdag, met veilingen om 11:30 en 16:00 | De diepste groothandelsliquiditeit van de dag |
| New York, in overlap met Londen | Namiddag | Het drukste venster van de hele handelsdag |
| Weekend | Vrijdagavond tot zondagavond | Geen handel; de slotkoers van vrijdag blijft staan |
Twee praktische gevolgen zijn het onthouden waard. In de dunne uren, vroeg in de Aziatische nacht, verplaatst eenzelfde order de koers verder dan midden op de Londense dag, en de spread tussen bieden en laten loopt dan op. En nieuws dat in het weekend valt, wordt bij de heropening in één beweging verrekend, waardoor een maandag soms met een sprong in de grafiek begint in plaats van met een geleidelijke lijn.
Tip
Het cijfer dat u op zaterdag opzoekt, is de laatste koers van vrijdagavond en geen actuele prijs.
Wat seizoenspatronen in de goudmarkt wel en niet verklaren
Over seizoensinvloeden op de goudmarkt wordt veel geschreven, en steeds gaat het over hetzelfde rijtje: het huwelijks- en feestseizoen in Zuid-Azië in het najaar, het Chinese Nieuwjaar in de winter, de herschikking van portefeuilles rond de jaarwissel en een rustiger zomer waarin zowel de handel als de vraag dunner wordt. Elk van die patronen heeft een begrijpelijke oorzaak in de sieraden- of beleggingsvraag, en juist daardoor klinken ze overtuigender dan ze zijn. Voor de Belgische markt afzonderlijk bestaat er geen gepubliceerd seizoenspatroon; wat hier staat, zijn de wereldwijde bewegingen die ook doorwerken in het eurocijfer dat u leest.
De beperkingen zijn hard. Een maandgemiddelde over enkele decennia rust op een handvol waarnemingen per maand, en dat is te weinig om signaal van ruis te onderscheiden. Daar komt bij dat de markt in diezelfde decennia van samenstelling is veranderd: de officiële sector was niet altijd netto koper, beursgenoteerde beleggingsproducten kwamen pas veel later op, en het aandeel van de sieradenvraag is sindsdien verschoven. Een gemiddelde over zo'n periode meet dus voor een deel marktvormen die er niet meer zijn.
Waarschuwing
Een patroon dat algemeen bekend is, zit bovendien al in de prijs voordat het zich kan voordoen. Verstandig gebruik van seizoenscijfers is beschrijvend en niet voorspellend: zij verklaren waarom kleine coupures in bepaalde maanden schaarser zijn en de opslag daarop dan oploopt, niet wanneer u zou moeten kopen. De maandgemiddelden zelf staan op de pagina over seizoenspatronen.
Wat een recordkoers werkelijk vertelt
Een record is de best verkopende zin uit elk bericht over goud, en tegelijk de zin waarin het meeste ongezegd blijft. Drie vragen horen erbij voordat het cijfer iets waard is. Ten eerste: in welke munt is het gezet — dollarrecords en eurorecords vallen zelden op dezelfde dag, om de reden die eerder bij de wisselkoers is uitgelegd. Ten tweede: gaat het om een nominaal bedrag of om een voor koopkracht gecorrigeerd bedrag? En ten derde: op welke reeks berust het, de doorlopende spotkoers, een veilingprijs of een slotkoers?
Die tweede vraag is de lastigste en tegelijk de eerlijkste. Een nominaal record zegt op zichzelf niet dat goud duurder is dan in een eerdere periode, want het geld waarin gemeten wordt, is intussen zelf iets anders waard geworden. Wie reëel wil vergelijken, moet een inflatiereeks en een basisjaar kiezen — voor de eurozone is de geharmoniseerde consumptieprijsindex van Eurostat daarvoor een neutraal aanknopingspunt — en de uitkomst hangt van die keuze af. Vermeld daarom altijd met welke reeks u hebt gerekend; langere reeksen naast elkaar staan bij de historische prijzen.
Belangrijk
In een record zit ook een terugkoppeling. Een record is nieuws, nieuws trekt beleggingsvraag aan, en beleggingsvraag koopt kracht — de kop draagt dus zelf bij aan wat hij meldt. Dat is geen manipulatie en geen bewijs van een zeepbel, maar de procyclische reflex van het derde vraagblok hierboven. Over de volgende maand zegt een record niets, en deze tekst doet daarover dan ook geen uitspraak.
Wie de stemming rond zo'n record wil aflezen zonder er zelf een oordeel over te vellen, kan de fear-and-greed-index raadplegen, die op de pagina met de stemmingsindex wordt gepubliceerd. Ook de volatiliteit zelf laat zich meten, maar zij zegt niets over de richting van de volgende beweging, alleen iets over de te verwachten omvang ervan.
Troy ounce, fijngewicht en de weg naar de winkelprijs
De notering staat in dollar per troy ounce, en die eenheid heeft niets te maken met de ounce uit een kookboek. Eén troy ounce weegt 31,1035 gram, terwijl de gewone avoirdupois ounce ruim twee en een halve gram lichter uitvalt. In België wordt in gram gekocht en verkocht, dus zowat elke rekensom begint met een omrekening van ounce naar gram.
Let op
Wie beide eenheden verwisselt, zit er structureel ruim acht procent naast — en altijd in de richting van de vergissing.
Fijngewicht is niet het brutogewicht
De tweede eenheid die verwarring sticht, is het gewicht zelf. De notering slaat op fijn metaal: het zuivere goud in een stuk, niet wat de weegschaal in totaal aanwijst. Bij een gehalte van 900/1000 zit in 8 gram brutogewicht precies 7,2 gram zuiver goud, en de notering rekent uitsluitend met die 7,2 gram. Bij staven van 999,9/1000 vallen bruto- en fijngewicht praktisch samen; bij historische munten en bij sieraden zeker niet.
Een rekenvoorbeeld van notering tot winkelprijs
Notering 2.380 USD per troy ounce
÷ 31,1035 = 76,52 USD per gram fijngoud
÷ 1,06 (EUR/USD) = 72,19 EUR per gram fijngoud
× 7,2 gram fijngoud (munt) = 519,77 EUR metaalwaarde van het stuk
+ premie boven metaalwaarde (fabricage, distributie, marge)
= winkelprijs bij de handelaar
De valkuil zit in de derde regel. Bij een koers EUR/USD van 1,06 kost één euro 1,06 dollar, dus wordt een dollarbedrag door die koers gedeeld en niet ermee vermenigvuldigd; wie zich daarin vergist, komt in dit voorbeeld ruim twaalf procent te hoog uit. De laatste stap is geen rekenkunde meer maar een marktgegeven: de premie verschilt per coupure, per munttype en per verkoper, en zij is precies het onderwerp van de gids over het kopen van goud in België. Wat voor deze tekst nog telt: de btw-behandeling van goud verschilt van die van zilver, platina en palladium, en zij staat — net als de belasting op een latere verkoop — uitgewerkt in de gids over de belasting op edelmetalen in België.
| Stap | Bewerking | Uitkomst |
|---|---|---|
| 1 | Dollarprijs per troy ounce gedeeld door 31,1035 | Dollarprijs per gram fijngoud |
| 2 | Gedeeld door de eurodollarkoers | Europrijs per gram fijngoud |
| 3 | Vermenigvuldigd met het fijngewicht van het stuk | Metaalwaarde in euro |
Wie dat niet met de hand wil doen, gebruikt de goudrekenmachine; voor de omrekening op zich, los van een concreet stuk, dient de eenhedenomrekenaar.
Een goudgrafiek kritisch leren lezen
Elke grafiek voert een betoog, alleen zonder woorden — en de vier instellingen die haar vorm bepalen worden er vrijwel nooit bij genoemd.
| Keuze | Wat zij met het beeld doet | Waarnaar u kijkt |
|---|---|---|
| Munteenheid | Dezelfde reeks in dollar en in euro krijgt andere toppen en kan over een korte periode zelfs de andere kant op wijzen | De eurolijn, want dat is het geld waarin u afrekent |
| Schaalverdeling | Op een lineaire as oogt tien procent bij een hoge koers veel groter dan dezelfde tien procent bij een lage | Een logaritmische as zodra u procenten wilt vergelijken |
| Gekozen periode | Wie vlak vóór een top begint, ziet een zwakke reeks; wie vlak na een dal begint, een onstuitbare | Het startpunt, want daarin zit de conclusie al besloten |
| Onderliggende reeks | Spotkoers, veilingprijs en slotkoers geven verschillende cijfers, en maand- of jaargemiddelden vlakken alles af | Welke reeks er precies onder de lijn ligt |
De eerste keuze is de munteenheid: vergelijkt u uw eigen positie, dan hoort de grafiek in euro te staan. De tweede is de schaalverdeling — een logaritmische as is de juiste zodra u procentuele in plaats van absolute bewegingen wilt vergelijken. De derde is de periode, en die bepaalt welk verhaal een reeks lijkt te vertellen. De vierde is de reeks zelf: voor zaterdag en zondag bestaan er geen waarden, en een lijn die bij een veilingprijs begint en bij een spotkoers eindigt, vergelijkt in werkelijkheid twee verschillende dingen.
Opmerking
Vier vragen dus: welke munt, welke schaal, welke periode, welke reeks. Wie ze stelt voordat hij een conclusie trekt, leest dezelfde grafiek nuchterder dan wie meteen naar de rechterrand kijkt.
Wat deze tekst over de goudprijs niet doet
Wat hier staat zijn mechanismen, en die laten zich achteraf altijd scherper lezen dan vooraf. Dat is geen bescheidenheidsformule maar de slotsom van de tekst zelf: het verband met de reële rente is statistisch en viel jarenlang weg, fondsstromen lopen vaker achter de koers aan dan ervoor, de seizoensgemiddelden zijn te dun voor een kalender, en het aanbod is zo star dat productiecijfers zelden verklaren wat er gisteren gebeurde. Nergens staat hier dan ook een prognose, een doelkoers of een aanbeveling om te kopen, te verkopen of te wachten. Wat hier staat is uitleg over de manier waarop een marktprijs ontstaat — geen beleggingsadvies en geen fiscaal advies, en niets ervan vervangt een eigen afweging of, waar het om geld van betekenis gaat, professionele begeleiding.
Ook zijdelings is de tekst begrensd, en dat is opzet. De praktijk van de aankoop — munt tegenover staaf, de btw-behandeling van beleggingsgoud, de Belga Gold als Belgische beleggingsmunt — staat in de gids over het kopen van goud in België. Het volledige fiscale plaatje rond een latere verkoop staat in de gids over de belasting op edelmetalen in België. Bewaren en verzekeren is een onderwerp met eigen normen en eigen polisvoorwaarden en staat in de gids over het bewaren en verzekeren van edelmetaal. En wat zilver anders maakt — van de industriële afname tot de ratio met goud — hoort bij de gids over de zilverprijs.
De mechanica in deze tekst verandert traag; de cijfers eromheen niet. Voor de koers van dit ogenblik, in euro en in dollar, is de pagina met de goudprijs de bron, en niet een getal in dit artikel.
Rekenhulpen bij dit onderwerp
Veelgestelde vragen
Kan mijn goud in euro duurder worden terwijl het in dollar goedkoper wordt?
Ja, en dat gebeurt vaker dan veel bezitters vermoeden. Uw europrijs is een quotiënt van twee losse grootheden: de dollarnotering per troy ounce en de koers EUR/USD. Verliest het metaal drie procent in dollar terwijl de euro in dezelfde weken zes procent terrein prijsgeeft tegenover de dollar, dan staat het saldo in euro toch in de plus. Het omgekeerde bestaat evengoed: een indrukwekkende dollarrally kan bij een sterk aantrekkende euro nagenoeg verdampen tegen de tijd dat u hem in uw eigen munt bekijkt. De wisselkoers is voor een Belgische bezitter dus geen randbemerking maar een tweede, zelfstandige bron van winst en verlies.
Om hoe laat valt de veiling van de LBMA in Belgische tijd?
Om 11:30 en om 16:00 bij ons, want in Londen wordt geveild om 10:30 en om 15:00 en dat is één uur vroeger. Het resultaat wordt vastgesteld in Amerikaanse dollar per troy ounce. Het eurobedrag dat ernaast verschijnt, is niets anders dan diezelfde uitkomst gedeeld door de wisselkoers van dat ogenblik — er bestaat geen afzonderlijke euroveiling en dus ook geen Belgisch fixingmoment. De namiddagronde is de ronde waarnaar de meeste waarderingen en afrekeningen verwijzen. Houd wel het soortverschil voor ogen: een veilingprijs hoort bij één tijdstip, terwijl de spotkoers de hele handelsweek blijft verspringen.
Wat gebeurt er met de goudprijs tijdens het weekend?
Er gebeurt zo goed als niets, omdat er niet wordt gehandeld. Zowel de onderhandse groothandel als de termijnmarkt ligt van vrijdagavond tot zondagavond stil, dus het cijfer dat u op zaterdag te zien krijgt, is het laatste cijfer van vrijdag. Daar horen twee gevolgen bij. Nieuws dat in het weekend valt, wordt bij de heropening in Sydney in één beweging verrekend, waardoor een maandag soms met een sprong in de grafiek begint in plaats van met een geleidelijke lijn. En wie een waarde per een bepaalde zaterdag of zondag nodig heeft, moet weten dat er voor die dag eenvoudigweg geen eigen marktkoers bestaat.
Is de Nationale Bank van België een grote koper op de goudmarkt?
De NBB houdt, zoals vrijwel elke centrale bank binnen het Eurosysteem, een deel van de officiële reserves in goud aan, naast deviezen en andere reserveactiva. Reservebeheerders kopen vanuit een strategische opdracht en volgens een plan dat over jaren loopt; de koers van vandaag weegt daarin nauwelijks mee, en juist daarom oogt dit vraagblok zo vlak naast de beleggingsvraag. Een tonnagecijfer voor de Belgische voorraad staat hier bewust niet: hoeveel goud er is en waar het ligt, hoort in de eigen verslaggeving van de NBB thuis, en een verkeerd getal richt op deze plaats meer schade aan dan een ontbrekend getal.
Waarom ligt de prijs bij een handelaar hoger dan de notering op deze pagina?
Omdat u en de groothandel niet hetzelfde product kopen. De notering slaat op geraffineerd bulkmetaal dat in Londen leverbaar is, in partijgroottes die geen particulier ooit plaatst; u koopt een afgewerkt voorwerp van enkele grammen tot een kilo. Daartussen zitten fabricage, verpakking, keuring en distributie, en bovenop dat alles het verschil tussen de prijs waarvoor een handelaar verkoopt en de prijs waarvoor hij hetzelfde stuk terugneemt. Dat laatste verschil bestaat in de groothandel ook, maar daar gaat het om een breukdeel van een procent, terwijl het bij een kleine coupure een veelvoud daarvan wordt. Hoe die opslag per formaat verschilt, staat in de gids over het kopen van goud in België.
Bewijst de omvang van de termijnmarkt dat de goudprijs wordt gedrukt?
Nee, dat volgt er niet uit. Dat er meer contracten uitstaan dan er metaal onmiddellijk klaarligt, is de gewone toestand van koffie, koper en olie evengoed als van goud, en het is precies de reden dat er altijd een tegenpartij te vinden is. Bovendien houdt arbitrage Londen en New York strak aan elkaar: loopt het verschil tussen beide markten verder op dan financiering en opslag verantwoorden, dan verdient iemand geld met het sluiten van dat gat, en dat gebeurt in seconden. Wilt u een aanwijzing dat het fysiek werkelijk krap zit, kijk dan naar backwardation en niet naar het aantal uitstaande contracten.
Zijn seizoenscijfers bruikbaar om een aankoopmoment te kiezen?
Deze tekst raadt dat niet aan, en de cijfers dragen het ook niet. Een maandgemiddelde over enkele decennia rust op een handvol waarnemingen per maand, de markt is in diezelfde periode grondig van samenstelling veranderd, en een patroon dat iedereen kent, zit al in de prijs voordat het zich kan voordoen. Wat seizoenscijfers wel doen, is beschrijven waarom kleine coupures in bepaalde maanden schaarser zijn en de opslag daarop dan iets oploopt. Als beschrijving van marktgedrag zijn ze bruikbaar; als kalender voor een aankoopbeslissing niet.
Waarom staat er in deze gids niets over de belasting op een verkoopwinst?
Omdat deze tekst zich tot de prijsvorming beperkt. Of en hoe een latere verkoop van goud in België wordt belast — met welk tarief, welke vrijstelling en welke regels voor stukken die u al vóór 2026 bezat — is een onderwerp met eigen normen en eigen data, en het staat volledig uitgewerkt in de gids over de belasting op edelmetalen in België. Beide onderwerpen bewegen bovendien op een heel andere klok: de marktprijs verspringt per seconde, terwijl een fiscale regel pas verandert wanneer er een wet in het Belgisch Staatsblad verschijnt.
Verwante gidsen
Goud kopen in België: wat telt als beleggingsgoud, waarom het is vrijgesteld van btw, de vier muntcriteria, de...
Gids lezenHoe de zilverprijs ontstaat: de Londense fixing, industriële vraag, mijnaanbod als bijproduct, recycling en de...
Gids lezenHoe België sinds 2026 goud, zilver, platina en palladium belast: de meerwaardebelasting, btw, erfbelasting per...
Gids lezenBronnen & verdere informatie
- ICE Benchmark Administration (IBA) — beheerder van de LBMA-edelmetaalveilingen, met de verwachte starttijden van de LBMA Gold Price om 10:30 en 15:00 Londense tijd
- LBMA — de LBMA Gold Price, onafhankelijk beheerd door ICE Benchmark Administration
- LBMA — gepubliceerde koersreeksen en de verslagen van de veilingen
- LBMA — de Good Delivery-regels en het register van erkende gieters
- Financial Conduct Authority (buitenlandse bron, Verenigd Koninkrijk) — toezicht op benchmarkbeheerders onder de UK Benchmark Regulation; uitsluitend voor de mechaniek van de benchmark, niet voor Belgisch recht
- CFTC (buitenlandse bron, Verenigde Staten) — Commitments of Traders: wekelijkse uitsplitsing van de open interest op de termijnmarkten
- Nationale Bank van België — overzicht van de taken van de Bank, waaronder monetair beleid en reservebeheer binnen het Eurosysteem
- Europese Centrale Bank — de dagelijkse referentiekoersen van de euro, doorgaans rond 16:00 CET bijgewerkt op elke werkdag
- Eurostat — de geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP), de tussen landen vergelijkbare inflatiemaatstaf
Geschreven en onderhouden door Markus Markert. Redactionele inhoud — geen beleggingsadvies, geen koopaanbeveling en geen koersvoorspelling. Fiscale en juridische punten worden getoetst aan publicaties van de FOD Financiën en aan de geconsolideerde teksten op Justel en regelmatig bijgewerkt; ze vervangen geen advies over een concrete situatie.